“Naar aanleiding van aantijgingen die door tegenstanders zijn gepubliceerd, over dat wij geheime banden hebben met de Verenigde Naties, hebben een aantal kantoren navraag bij ons gedaan over deze zaak, waarop wij vervolgens hebben geantwoord.”

– Besturend Lichaam van Jehovah’s Getuigen 2001 –

 

Handtekening onder het politieke bondgenootschap tussen het Wachttorengenootschap en de Verenigde NatiesOp 8 oktober 2001 bracht de correspondent van religieuze zaken van The Guardian in Londen, Stephen Bates, oorspronkelijk het verhaal naar buiten over dat de Watchtower Bible and Tract Society stond geregistreerd bij het ministerie van Publieke Voorlichting van de Verenigde Naties (Department of Public Information), als een officieel erkende ngo (non-gouvernementele organisatie). Buiten het medeweten van miljoenen Jehovah’s Getuigen blijkt dat het Wachttorengenootschap gedurende bijna een decennium in het geheim was aangesloten bij de Verenigde Naties.

Het Wachttorengenootschap heeft het DPI kort daarop in alle haast verzocht om haar ngo-lidmaatschap op te laten heffen, wat ongetwijfeld het gevolg was van het feit dat het Genootschap wilde anticiperen op een tsunamigolf aan kritiek en misschien zelfs een officieel VN-onderzoek (Guardian, 14 oktober). Kort daarna bracht Paul Gillies, woordvoerder van het Wachttorengenootschap in Londen, een statement naar buiten aan The Guardian waarin hij zei dat het noodzakelijk was om de organisatie te registreren als een ngo, zodat de onderzoekers van Bethel toegang zouden krijgen tot de Dag Hammarskjöld-bibliotheek binnen het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York, wat de enige reden zou zijn geweest. Echter, na de verwachte stroom aan vragen van Jehovah’s Getuigen van over de hele wereld, van wie velen het verhaal via het internet te lezen kregen, gaf het Besturend Lichaam een paar weken later een meer gedetailleerde ‘verklaring’ als reactie op alle vragen die kwamen van de diverse bijkantoren van het Wachttorengenootschap. De brief van het hoofdkantoor impliceerde dat het ngo-lidmaatschap van het Wachttorengenootschap helemaal niet geheim was. In de openingszin verklaart het Wachttorengenootschap:

‘Naar aanleiding van aantijgingen die door tegenstanders zijn gepubliceerd, over dat wij geheime banden hebben met de Verenigde Naties, hebben een aantal kantoren navraag bij ons gedaan over deze zaak, waarop wij vervolgens hebben geantwoord.’

In het licht van het feit dat het Wachttorengenootschap nooit iets over zijn ngo-lidmaatschap bij de VN in een van zijn publicaties heeft gepubliceerd, voorafgaand aan de blootlegging ervan door The Guardian, was geen van de Jehovah’s Getuigen in het veld zich van deze relatie bewust, zelfs niet een groot aantal districtsopzieners van het Wachttorengenootschap, die op een gegeven moment zelf maar begonnen te informeren over deze kwestie. Het was, zeker in deze gevallen, zeer onoprecht van het Besturend Lichaam om deze zaak af te doen als zijnde loutere ‘aantijgingen van tegenstanders die beweren dat zij geheime banden hebben met de Verendgde Naties’. Zelfs tot op de dag van vandaag is de overgrote meerderheid van de Jehovah’s Getuigen zich nog steeds niet bewust van de omvang van het ngo-partnerschap tussen het Wachttorengenootschap en de Verenigde Naties. In tegenstelling tot hun zorgvuldig samengestelde persbericht was, en is, de connectie tussen het Wachttorengenootschap en de Verenigde Naties in veel opzichten nog steeds geheimzinnig.

‘HET WERD NOODZAKELIJK OM ONS TE REGISTREREN ALS NGO’

De brief aan de bijkantoren herhaalt de oorspronkelijke bewering van het Wachttorengenootschap, namelijk dat zij uitsluitend om toegang tot de bibliotheek van de Verenigde Naties te krijgen een verzoek deden om lid te mogen worden als ngo. Het Besturend Lichaam gaf hierover de volgende specifieke verklaring:

‘Onze doelstelling om ons in 1991 in te schrijven bij het Department of Public Information als een non-gouvernementele organisatie (ngo) was, om toegang te verkrijgen tot het beschikbare onderzoeksmateriaal dat verkrijgbaar was binnen de faciliteiten van de bibliotheek van de Verenigde Naties over zaken zoals gezondheid en ecologische en sociale problemen. Wij maakten voorafgaand aan 1991 ook al vele jaren gebruik van de VN-bibliotheek, maar in dat jaar werd het echter noodzakelijk om ons te registreren als een ngo om de toegang te waarborgen tot deze gegevens.’

Het staat vast dat Bethel uitgebreid gebruik heeft gemaakt van de VN-bibliotheek. De Wachttoren– en Ontwaakt!-tijdschriften staan vol met honderden soorten statistieken en feiten die zijn verkregen van tientallen VN-agentschappen en ambtenaren. Ook zijn er veel foto’s gepubliceerd in de tijdschriften die geaccrediteerd zijn uit de VN/DPI-archieven. Dus er bestaat geen twijfel over dat het Wachttorengenootschap vele jaren gebruik heeft gemaakt van de archieven van de Verenigde Naties, zoals ze zelf ook hebben verklaard. Maar naar aanleiding van onderzoek blijkt dat de toegang tot de bibliotheek van de Verenigde Naties helemaal niet alleen was voorbehouden aan ngo’s, zoals het Wachttorengenootschap wel heeft beweerd, in ieder geval niet vóór 11 september 2001.

Volgens een directe e-mailreactie van de hoofdbibliothecaris van het kantoor van de Dag Hammarskjöld Library werden oorspronkelijk tijdelijke toegangspassen toegekend aan gekwalificeerde wetenschappers en onderzoekers, zonder dat van hen werd vereist dat zij vertegenwoordigers moesten zijn van een organisatie met een associate-ngo-status. Pas onlangs, als gevolg van de toegenomen veiligheidsmaatregelen in de nasleep van de terreuraanslagen van 11 september in New York, hebben de VN iedereen alle toegang tot de faciliteit geweigerd, met uitzondering van VN-functionarissen en aangesloten vertegenwoordigers van ngo’s. Natuurlijk was het Wachttorengenootschap al lang voor 9-11 een ngo-lid van de Verenigde Naties, en had zich slechts een maand later van hen gedistantieerd.

Naast het feit dat gedurende het decennium dat de Wachttoren-organisatie lid was de toegang tot de Dag Hammarskjöld Library niet slechts werd beperkt tot louter goedgekeurde ngo’s, zijn er tal van andere manieren waarop individuen en organisaties informatie over de Verenigde Naties kunnen verzamelen. Een van deze manieren is door bijvoorbeeld gebruik te maken van de voorzieningen van een van de meer dan 400 ondersteunde depotbibliotheken van de Verenigde Naties die zijn verspreid over de gehele wereld.

Depotbibliotheken zijn meestal universiteitsbibliotheken die beschikken over een klein gedeelte dat is gewijd aan gearchiveerd VN-materiaal. Naast de diverse depotbibliotheken onderhouden de VN ook een netwerk van Information Centers (UNICS) over de hele wereld; deze dienen als bureaus voor het DPI. Het doel ervan is om voorlichting te verschaffen aan journalisten en onderzoekers die geen toegang hebben tot de Dag Hammarskjöld Library. Behalve dat hebben de Verenigde Naties de laatste jaren ook een enorme hoeveelheid documenten online beschikbaar gesteld. Ook zijn er tal van VN-publicaties beschikbaar die kunnen worden aangekocht. De bewering dat het in 1991 ‘noodzakelijk werd om zich te registreren als een ngo’ is aantoonbaar niet waar. De brief van het Besturend Lichaam aan de diverse kantoren voegt hieraan het volgende toe:

‘Registratiepapieren die zijn ingediend bij de Verenigde Naties die wij in ons archief hebben opgenomen bevatten geen verklaringen die in strijd zijn met onze christelijke geloofsovertuiging.’

De districtsopzieners werden ertoe bewogen om te geloven dat het simpelweg een kwestie was van het invullen van een paar registratieformulieren om een ngo-lid te kunnen worden, en dat er verder niets verwerpelijks aan was met betrekking tot het christelijke geweten van Jehovah’s Getuigen. Er kwam echter veel meer bij kijken om een erkende ngo te mogen worden dan alleen het ondertekenen van een paar registratieformulieren. Een schrijver heeft via e-mail rechtstreeks contact opgenomen met het DPI en werd door dit kantoor geïnformeerd dat het in 1992 (het jaar dat de Wachttoren-organisatie als ngo werd goedgekeurd) een standaardprocedure was van het DPI om aan nieuwe leden een brochure en welkomstbrief te sturen waarin werd geherformuleerd wat er precies werd verwacht van ngo’s. Er stond onder andere in de brief:

‘Het primaire doel van de associatie tussen non-gouvernementele organisaties en het ministerie van Publieke Voorlichting van de Verenigde Naties is de her-verspreiding van informatie om zodoende de publieke kennis te vergroten ten aanzien van de principes, activiteiten en successen van de Verenigde Naties en haar agentschappen. Derhalve is het belangrijk dat u ons op de hoogte houdt over het voorlichtingsprogramma binnen uw eigen organisatie ten aanzien van de Verenigde Naties, met de bijkomende verplichting dat u ons uw uitgaven toestuurt van relevante publicaties. Wij voegen tevens de brochure ‘De Verenigde Naties en Non-Gouvernementele Organisaties’ toe, welke u aanvullende informatie zal verschaffen over het ngo-partnerschap.’

In tegenstelling tot de ontkenning van het Wachttorengenootschap bevat de informatie welke aan hen is verstrekt door het DPI wel degelijk verklaringen die ‘in strijd zijn met onze christelijke geloofsovertuiging’! Wordt er van Jehovah’s Getuigen werkelijk verwacht om te geloven dat de juridische afdeling van het Wachttorengenootschap er niet in is geslaagd om deze documenten te onderzoeken? Of dat de twee vereiste ondertekenaars van de registratieaanvraag de gehele organisatie hebben gecommitteerd aan een politieke alliantie met de Verenigde Naties zonder een enkele overweging of discussie omtrent de eventuele gevolgen? Wat nog verontrustender is, is het feit dat het Wachttorengenootschap impliceert dat de Verenigde Naties de criteria voor het lidmaatschap en de taal van het aanvraagformulier zouden hebben veranderd, zonder hen hiervan op de hoogte te hebben gesteld, nadat het Wachttorengenootschap zich oorspronkelijk had aangemeld om een ngo te worden, waardoor de registratiepapieren die zij in hun archief hadden zitten, niet up-to-date waren. De brief van het bijkantoor luidt als volgt:

‘Toch bevatten de criteria voor de associatie van ngo’s, althans in hun meest recente versie, taal die wij niet kunnen onderschrijven. Toen wij ons dit realiseerden, hebben wij onze registratie direct ingetrokken. We zijn dankbaar voor het feit dat deze zaak onder onze aandacht werd gebracht.’

Deze verklaring blijkt ook vals te zijn. Indien dit niet zo is, laat het Wachttorengenootschap dan de originele documenten openbaar maken die zij hebben opgeslagen in hun archief waaruit zou blijken dat deze niet de taal bevatten welke strijdig is met de geloofsovertuiging van Jehovah’s Getuigen. Volgens het Department of Public Information werd het criterium voor ngo’s oorspronkelijk vastgesteld in het jaar 1968. Onder de subtitel ‘Wanneer is de DPI-relatie met ngo’s begonnen?’ staat geschreven:

‘In 1968, heeft de Economische en Sociale Raad (ECOSOC), bij monde van resolutie 1297 (XLIV) op 27 mei, een beroep gedaan op het DPI om ngo’s te associëren, rekening houdend met het epistel en de geest van zijn resolutie 1296 (XLIV) van 23 mei 1968, waarin wordt verklaard dat een ngo “… zich ertoe verbindt om het werk van de VN te steunen en om de kennis van haar principes en activiteiten te promoten, in overeenstemming met haar eigen doelstellingen, doelen, het karakter en het oogmerk van haar competenties en activiteiten”.’

Door insinuatie wil het Wachttorengenootschap de indruk wekken dat alleen de ‘meest recente versie’ van de ‘Criteria voor Lidmaatschap van ngo’s’ van de VN verwerpelijk was. Maar de feiten blijken anders te liggen. Om zichzelf als organisatie die schijnbaar al die jaren voldeed aan iedere eis die de VN stelden, als onwetend te bestempelen ten aanzien van de fundamentele relatie tussen ngo’s en het DPI, is simpelweg niet geloofwaardig te noemen.

De Wachttoren-organisatie heeft ook verzuimd om te erkennen dat iedere ngo ten minste één categorie dient te kiezen van het soort ngo’s waarmee zij geassocieerd wil worden, en van ngo’s wordt tevens ook verwacht dat zij regelmatig hun ngo-programma bijwerken en aangeven wat hun specifieke interessegebieden zijn. En terwijl zij dat in 1997 deden, breidde het Wachttorengenootschap zijn interesses met betrekking tot de VN uit met het onderwerp ‘mensenrechtenzaken’. Wat is ten aanzien hiervan de significantie? Dit alles geeft aan dat Bethel ervan op de hoogte was dat hun associatie met het DPI van de Verenigde Naties en tal van andere ngo’s betekende dat zij het Wachttorengenootschap zouden erkennen als een organisatie die belangstelling heeft in het bevorderen van specifieke VN-gerelateerde onderwerpen. En de feiten tonen aan dat dit precies is wat het Wachttorengenootschap deed.

Dit gaat ver voorbij alle vormen van goedgelovigheid, om te geloven dat de belangrijkste functionarissen van het Wachttorengenootschap op onschuldige wijze de organisatie per ongeluk lid hadden gemaakt van de Verenigde Naties, waarbij zij de organisatie hadden geregistreerd als een ngo, zich niet realiserend dat het een schending zou zijn van hun politieke neutraliteit. De Wachttoren acht bijvoorbeeld het lid worden van de YMCA (Young Men’s Christian Association) door een van Jehovah’s Getuigen een daad van afvalligheid, zelfs al was het maar om slechts gebruik te maken van hun trainingsfaciliteiten. Dit is hoe een van de ‘Vragen van Lezers’ werd beantwoord in de uitgave van de Wachttoren van 1 januari 1979, met betrekking tot het lidmaatschap van de YMCA:

‘Bij de toetreding als lid tot de YMCA, accepteert en onderschrijft een persoon de algemene doelstellingen en beginselen van de betreffende organisatie. Hij betaalt niet slechts voor iets wat hij ontvangt, zoals bij het kopen van producten die aan het publiek worden verkocht in een winkel. Evenmin is zijn lidmaatschap slechts een toegangspas, zoals wanneer bijvoorbeeld een persoon een toegangskaartje koopt voor een theater. Het lidmaatschap betekent dat men een integraal onderdeel van deze organisatie wordt, welke is opgericht met bepaalde godsdienstige doelstellingen, inclusief de bevordering van interreligieuze ideeën.

Vandaar dat het voor een van Jehovah’s Getuigen die lid wordt van een dergelijke “christelijke” vereniging zou neerkomen op afvalligheid.’

ls het lid worden van de YMCA betekent dat degene die lid wordt de algemene doelstellingen en beginselen van de organisatie ‘aanvaardt of onderschrijft’, zoals het Wachttorengenootschap verklaart, en ‘lidmaatschap betekent dat men een integraal onderdeel van [deze] organisatie is geworden’ en erin resulteert dat men zich schuldig maakt aan afvalligheid, zou het Wachttorengenootschap zich dan ook niet aan diezelfde hoge standaard moeten houden als het bijvoorbeeld gaat om het worden van een politieke partner van de Verenigde Naties, ook al zou het vermoedelijk enkel maar gaan om de doelstelling om gebruik te kunnen maken van hun bibliotheekvoorzieningen?

Aan de ene kant dringt het Wachttorengenootschap erop aan dat het lidmaatschap van een individu bij de YMCA niet slechts gezien mag worden als een toegangspas, maar als een algemene acceptatie en onderschrijving van de religieuze principes van deze organisatie. Maar als het gaat om het Wachttorengenootschap zelf, classificeert Bethel zijn lidmaatschap met de VN/DPI als louter het verwerven van een bibliotheekpas.

Maar heeft het Wachttorengenootschap ook daadwerkelijk deelgenomen aan een politiek partnerschap met de Verenigde Naties? Om die vraag te kunnen beantwoorden is het noodzakelijk om vast te stellen wat een ngo nou precies is.

‘NGO’S ZIJN AL SINDS… 1947 PARTNERS GEWEEST VAN HET DPI’

Er bestaan wereldwijd letterlijk tienduizenden non-gouvernementele organisaties. De meesten daarvan hebben echter geen ngo-status bij de Verenigde Naties. Sommige ngo’s zijn zeer invloedrijk en genieten een zogenoemde ‘consultatieve status’ binnen het hoogste echelon van de Verenigde Naties. Een andere categorie van ngo’s is minder invloedrijk; zij krijgen wat wordt genoemd een ‘associate-status’ toebedeeld door het Department of Public Information van de VN. In 2001 waren er slechts ongeveer 1400 ngo’s die werden geassocieerd met het DPI. Volgens de eigen definitie van de VN is een ngo welke geassocieerd wordt met het DPI een non-gouvernementele organisatie die in een partnerschap werkt met de Verenigde Naties. Als voorbeeld wordt er op de website van de Verenigde Naties DPI-ngo door de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, het volgende verklaard betreffende het doel van de ngo’s: ‘Als de mondiale agenda van de VN goed wordt geadresseerd, is een partnerschap met de burgermaatschappij in het algemeen geen optie, maar een absolute noodzaak.’

Ngo’s zijn bedoeld om het partnerschap tussen de Verenigde Naties en het maatschappelijk middenveld te faciliteren. De DPI/ngo-afdeling van de website van de Verenigde Naties (Wayback Machine-link naar de lidmaatschapsinformatie zoals die bestond in 2002) legt in meer detail de vitale rol uit die ngo’s spelen:

‘Ngo’s zijn sinds de oprichting in 1947 al partners geweest van het DPI. De ngo-afdeling van het DPI maakt deel uit van de DPI Outreach Division, en fungeert als het contactorgaan voor de VN-partners. Het biedt een scala aan informatiediensten aan het maatschappelijk middenveld en aan overige partners, waaronder de academische gemeenschap, onderwijsinstellingen en het algemeen publiek.’

Het Department of Public Information is dus een divisie binnen de grote VN-bureaucratie en is verantwoordelijk voor de verspreiding van informatie over de Verenigde Naties. Daartoe heeft het DPI de hulp ingeroepen van een breed scala aan civiele ‘non-profitgroepen’, die belang hebben bij het ondersteunen van de mondiale agenda van de Verenigde Naties. Volgens het DPI vormen aangesloten gekwalificeerde organisaties een politiek partnerschap met de Verenigde Naties. Hoe werken de ngo’s en het DPI dan samen? Het DPI stelt diezelfde vraag, en beantwoordt deze ook:

‘De DPI/ngo-afdeling houdt toezicht op haar diverse partnerschappen met de betreffende ngo’s om zo het werk van de VN beter te kunnen ondersteunen. Ngo’s die door middel van de inzet van hun kennis en middelen effectieve voorlichtingsprogramma’s kunnen opzetten over de diverse activiteiten van de VN richting hun achterban en tevens een breder publiek, zijn gekwalificeerd om zich voor een associatie te registreren bij het DPI. Ngo’s mogen hun achterban voorlichten door middel van nieuwsbrieven, bulletins en pamfletten, radio- of tv-programma’s, of door middel van openbare activiteiten zoals conferenties, lezingen, seminars en workshops.’

Volgens verklaringen die rechtstreeks van de website van de Verenigde Naties af komen wordt van alle geaccrediteerde ngo’s verwacht om met het Department of Public Information samen te werken door gebruik te maken van hun eigen middelen ‘om effectieve voorlichtingsprogramma’s op te zetten richting hun achterban en een breder publiek over de verschillende VN-activiteiten’. Met andere woorden, de ngo’s zijn botweg verplicht om propaganda te voeren ten behoeve van de Verenigde Naties. De brief van het Wachttorengenootschap aan de bijkantoren haalt zelfs de tekst aan van het VN-document dat bovenstaand reeds werd geciteerd waarin het doel van de ngo’s wordt geformuleerd. Echter, citeert het Wachttorengenootschap enkel en alleen een selectief gedeelte uit de voetnoot waarin staat:

‘Bovendien worden ngo’s door de Verenigde Naties op de hoogte gesteld dat de associatie van ngo’s met het DPI niet een inlijving vormt binnen het systeem van de Verenigde Naties…’

Natuurlijk klopt het dat de ngo’s geen deel uitmaken van het bestuurlijke systeem van de Verenigde Naties. Ngo’s betreffen, zoals de naam al impliceert, non-gouvernementele organisaties. Als zij wel zouden worden ‘opgenomen binnen het systeem van de Verenigde Naties’, dan zouden zij wel als bestuurlijke of gouvernementele organisaties kunnen worden beschouwd. De Wachttoren-organisatie verdoezelt in dit geval alleen de kwestie. De kwestie is niet of ngo’s van de Verenigde Naties een bepaalde vorm van bestuurlijke autoriteit krijgen toegekend. Het cruciale punt gaat erom dat alle ngo’s die worden geassocieerd met het DPI worden beschouwd als een onderdeel van een politiek partnerschap met de Verenigde Naties.

Constaterend dat het Wachttorengenootschap heeft geciteerd uit het document dat de criteria voor de ngo’s formuleert, welke de voorwaarden schetsen waaraan moet worden voldaan om partners met de VN te kunnen worden, is het nogmaals ondenkbaar dat de beambten van de Wachttoren-organisatie niet op de hoogte waren van het feit dat het DPI alle ngo’s beschouwt als samenwerkingspartners van de VN.

Zou het misschien mogelijk kunnen zijn dat het DPI de toekenning van de ngo-status aan het Wachttorengenootschap louter zou hebben afgegeven omdat de aanvrager slechts de VN-bibliotheek wilde gebruiken, zonder hen te verplichten om te voldoen aan de eisen omtrent hun contractuele verplichtingen? Nee, dat is totaal niet redelijk. Het is een feit dat, zoals reeds eerder vermeld, de toegang tot de bibliotheek niet slechts werd beperkt tot ngo’s. De reden waarom volgens het DPI de ngo’s worden aangemoedigd om gebruik te maken van de verstrekte toegang tot de bibliotheek en haar overige faciliteiten is dat hierdoor deze organisaties op nog effectievere en efficiëntere wijze het publiek kan voorlichten over de activiteiten van de VN. Dat is tevens ook de reden waarom het DPI alle aanvragers grondig onderzoekt en screent, zodat slechts een klein deel van hen daadwerkelijk wordt geaccepteerd en wordt goedgekeurd.

De suggestie dat de Verenigde Naties bewust het Wachttorengenootschap een ontheffing zouden hebben verleend ten aanzien van de bijkomende verplichtingen met betrekking tot hun partnerschap is pure fictie. Het volgende contextuele citaat, dat werd toegeschreven aan Paul Hoeffel, hoofd van het DPI, en dat afkomstig is van de website ‘Insight on the News’, werpt enig licht op het onderzoeksproces:

‘De DPI-status staat onder het gezag van het VN Department of Public Information (UNDPI), die toezicht houdt op de VN-archieven en -onderzoeksfaciliteiten. Om deze te verkrijgen moet een organisatie volgens Paul Hoeffel, hoofd van de DPI/ngo-afdeling van de Verenigde Naties, al gedurende ten minste drie jaar bestaan en moet daarnaast het bewijs leveren dat zij reeds op een coöperatieve wijze met de Verenigde Naties heeft samengewerkt. De financiële administratie van de organisatie moet ter inzage worden overgedragen aan het UNDPI, en de idealen en filosofie van de organisatie mogen niet in strijd zijn met het bredere beleid en de missies van de VN. “Wij zijn terughoudend met wie wij aanvaarden,” zegt Hoeffel. Het voordeel van deze status, zegt hij, is dat ngo’s toegang hebben tot alle VN-faciliteiten evenals conferenties, en daarnaast zijn zij ook bevoegd om alle informatie uit de VN-bibliotheek te verzamelen over de onderwerpen die voor hen van belang zijn. Op dit moment, zegt hij, doen per jaar ongeveer 250 organisaties een aanvraag voor een DPI-status, waarvan er circa 40 à 50 worden goedgekeurd. Er zijn momenteel 1400 ngo’s met een DPI-status.’

Het DPI screent niet slechts alleen zorgvuldig alle initiële ngo-aanvragers, er is daarnaast ook een jaarlijks accreditatieproces. Het DPI distantieert zich ook van ngo’s die niet langer meer aan onze eisen voldoen. Hieronder staat een citaat van een VN-functionaris die verklaart dat alle ngo’s worden onderworpen aan een ‘streng onderzoek’, waarna zij die niet meer voldoen aan de gestelde criteria hun status zullen verliezen:

‘Raymond Sommereyns, voorzitter van de DPI-commissie voor ngo’s en directeur van de DPI Outreach Division, merkte op dat tijdens de halfjaarlijkse bijeenkomsten nieuwe groepen van hooggekwalificeerde ngo’s worden verwelkomd om samen te werken met de Verenigde Naties. “Tegelijkertijd,” zei hij, “doen we ook grondig onderzoek naar de ngo’s die niet meer voldoen aan de criteria voor de associatie met het DPI. Een lijst van ngo’s waarvan we ons hebben gedistantieerd zal beschikbaar komen in februari 2003.”’

Indien het Wachttorengenootschap zich niet zou hebben gehouden aan de voorwaarden van de overeenkomst, zouden ze waarschijnlijk zijn geroyeerd door het DPI. Nadat het Wachttorengenootschap hen van 1992 tot 2001 had gediend als ngo, is het zijn status echter pas kwijtgeraakt nadat het daar zelf om had verzocht, en niet omdat ze hun status zijn kwijtgeraakt omdat ze niet meer aan de lidmaatschapseisen voldeden.

‘AKKOORD GEGAAN MET DE ASSOCIATIE-EISEN’

Volgens Paul Hoeffel was de reden dat het DPI associatiestatus aan het Wachttorengenootschap werd verleend dat zij hadden ingestemd met de gestelde eisen waaraan een ngo dient te voldoen. Hieronder staat een fragment uit de officiële reactie van de Verenigde Naties naar aanleiding van diverse vragen die over deze kwestie werden gesteld. Deze reactie is specifiek voor Jehovah’s Getuigen geplaatst op de website van het DPI van de Verenigde Naties:

‘Onlangs heeft de ngo-afdeling talloze vragen ontvangen met betrekking tot de associatie tussen de Watchtower Bible and Tract Society of New York en het Department of Public Information (DPI). Deze organisatie heeft in 1991 een aanvraag gedaan voor lidmaatschap, waarna er in 1992 goedkeuring door ons werd verleend met betrekking tot deze aanvraag. Door middel van de acceptatie van het DPI is deze organisatie overeengekomen om te zullen voldoen aan de associatie-eisen, met inbegrip van de ondersteuning en eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en om daarnaast ook te voldoen aan de verplichting en bereidheid om effectieve voorlichtingsprogramma’s over de diverse VN-activiteiten op te zetten, welke zijn gericht aan hun achterban en aan een breder publiek.’

In tegenstelling tot de bewering van het Wachttorengenootschap vergt de aanvraagprocedure voor ngo’s veel meer dan alleen maar een handtekening op een aanvraagformulier. Op voorwaarde dat een organisatie voldoet aan de criteria – om door middel van haar eigen middelen een breder publiek te bereiken en tevens de toezegging om aan de politieke idealen van de Verenigde Naties te voldoen – wordt van elke aspirant-ngo vereist dat zij de onderstaande procedure opvolgt, zoals staat voorgeschreven op de officiële DPI/ngo-website. De vereiste onderdelen ten behoeve van de aanvraag tot lidmaatschap bevatten onder meer:

  • een volledig ingevuld aanvraagformulier voor non-gouvernementele organisaties
  • een volledige samenvatting van de aanvraag
  • een kopie van het organogram/handvest van het huishoudelijk reglement
  • een officieel bewijs van de non-profitstatus, uitgegeven door de overheid, vergezeld van een belastingvrijstelling
  • een kopie van de meest recente, gecontroleerde jaarbegroting of een financieel overzicht van de organisatie, opgesteld door een gekwalificeerde en onafhankelijke accountant
  • een bewijs van een actief voorlichtingsprogramma welk relevant is voor de VN: ten minste zes (6) verschillende soorten voorbeelden van recent voorlichtingsmateriaal uitgegeven door de organisatie (bijvoorbeeld: nieuwsbrieven, tijdschriften, tapes van radio- of televisieprogramma’s, conferentierapporten, website, krantenstukken)
  • twee (2) aanbevelingsbrieven van organisaties (VN of andere)
  • referenties (zie vraag 21 van het aanvraagformulier).

In het licht van het bovenstaande is het onweerlegbaar aangetoond dat het Wachttorengenootschap heeft moeten demonstreren dat het heeft kunnen aantonen dat het in staat was om een voorlichtingscampagne uit te voeren in opdracht van de VN.

Er valt geen andere conclusie te trekken, dan dat de verklaring van het Wachttorengenootschap ten aanzien van de ngo-affaire een absoluut verzinsel is.

Aangezien het evident is dat ngo’s verplicht worden om ook regelmatig voorbeelden van hun werk voor te leggen aan het DPI als bewijs van hun aanhoudende commitment aan de VN – indien niet jaarlijks, dan op z’n minst om de vier jaar – vereist dit het gebruik van een zeer subtiele pen aan de zijde van de schrijvers van het Wachttorengenootschap, om te voorkomen dat er verdenkingen zouden worden gewekt bij Jehovah’s Getuigen die als dienaren onder in de organisatie onbewust werden verleid tot het verspreiden van literatuur waarin de VN subtiel werden geprezen als een waardige instelling, terwijl aan de andere kant de VN werden veroordeeld als een vorm van satanisch bedrog.

‘WAT GEBEURT ER BIJ DE VERENIGDE NATIES?’

Het lijkt erop dat de eerste waarneembare verandering in hun houding ten opzichte van de VN begon in 1985. Dat was het moment waarop het Wachttorengenootschap is begonnen om aandacht te vragen voor het aankomende ‘Internationale Jaar van de Vrede’ van de Verenigde Naties in 1986. Jehovah’s Getuigen hadden van nature een interesse in het Internationale Jaar van de Vrede, omdat het leek te leiden naar de vervulling van Bijbelse profetie. Dus op dat moment leek het niet misplaatst dat het Wachttorengenootschap de nobele (maar vergeefse) pogingen van de Verenigde Naties om vrede te brengen had geprezen. Het is daarnaast overbodig om te vermelden dat het Internationale Jaar van de Vrede zonder noemenswaardige gebeurtenissen voorbij is gegaan.

Echter, in 1991, hetzelfde jaar waarin oorspronkelijk het Wachttorengenootschap zijn lidmaatschapsverzoek deed om een associate ngo te worden, werd er in het tijdschrift Ontwaakt! een verbijsterend artikel gepubliceerd dat bedoeld leek de onoplettende lezer de indruk te geven dat Jehovah’s Getuigen in feite de politieke doelstellingen van de Verenigde Naties onderschreven. De Ontwaakt! van 8 september 1991 bevatte een artikel welk was getiteld ‘Wat gebeurt er bij de Verenigde Naties?’. De openingszin verklaarde het volgende:

‘Er gebeurt iets bij de Verenigde Naties. Er vinden verrassende ontwikkelingen plaats die uw toekomst zullen beïnvloeden. Wereldleiders zijn daar erg optimistisch over.’

Naar welke ‘verrassende ontwikkelingen’ verwees de Ontwaakt!? Het artikel ging verder met te citeren hoe de natiën, na het einde van de Koude Oorlog, de VN begonnen te promoten met de optimistische overtuiging dat zij eindelijk hun eigen nagestreefde idealen begonnen te bereiken. Inderdaad, de Ontwaakt! scheen geloofwaardigheid te wekken door het idee dat de reden waarom het de VN nog niet was gelukt om wereldvrede te brengen was dat individuele landen nog niet volledig samenwerkten met de Verenigde Naties. Het leek erop dat het artikel een weerklank was van de oproep om de VN meer macht te geven teneinde hun doelstellingen te kunnen bereiken.

Echter, wat opvallend genoeg in de driedelige serie ontbrak, was iedere verwijzing naar de Verenigde Naties als zijnde het symbolische scharlakengekleurde wilde beest uit Openbaring of het ‘walgelijke ding’. Wat ook geen enkele keer over de VN werd vermeld was dat die een modern afgodsbeeld of een vervalsing van het Koninkrijk van Christus waren. Om precies te zijn werd er geen enkel woord gewijd aan hoe Gods heerschappij alle bestaande regeringen op aarde zal vervangen. In plaats daarvan werden hun ‘nobele doelstellingen’ en oprechte inspanningen in de Ontwaakt! geprezen, waarbij zij de hoop uitspraken voor de mogelijkheid dat een opnieuw uitgeruste VN er inderdaad in zou slagen om een zekere mate van vrede en veiligheid te brengen in een wereld die door oorlog was uitgeput.

Er heerst geen twijfel over dat de uitgave van 8 september 1991 van de Ontwaakt! op een opmerkelijke wijze afweek van eerdere literatuur van het Wachttorengenootschap met betrekking tot de VN. De laatste paragraaf op bladzijde 10 typeert de dubbelzinnige tweeledigheid, waarbij op een behendige wijze bij onwetende lezers de indruk werd gewekt dat dat Jehovah’s Getuigen geloven (ter promotie van de VN) dat de Verenigde Naties een instrument van God zijn om vrede te brengen. Let zorgvuldig op wat er in het volgende citaat wordt geschreven, waarbij er bij de onervaren lezer gemakkelijk de indruk kan worden gewekt dat de Verenigde Naties, anders dan wat Jehovah’s Getuigen geloven, politieke doelstellingen kunnen verwezenlijken:

‘Jehovah’s Getuigen hebben de stellige overtuiging dat de Verenigde Naties in de zeer nabije toekomst een belangrijke rol gaan spelen op het wereldtoneel. Er heerst geen twijfel over dat deze ontwikkelingen zeer opwindend zullen zijn. En de resultaten hiervan zullen van grote invloed zijn op uw leven. Wij verzoeken u dringend om Jehovah’s Getuigen bij u in de buurt om meer informatie te vragen over deze kwestie. De Bijbel heeft op een duidelijke manier het beeld omschreven waaruit blijkt dat er zeer binnenkort macht en gezag zullen worden gegeven aan de Verenigde Naties. De VN zullen dan een aantal zeer verbazingwekkende dingen doen die u flink zullen verbazen. En u zult verheugd zijn om te horen dat er een nog betere manier binnen handbereik ligt die met zekerheid eeuwige vrede en veiligheid zal brengen!’

Als de lezer daadwerkelijk de suggestie uit het tijdschrift de Ontwaakt! zou hebben opgevolgd door een van Jehovah’s Getuigen in hun buurt te vragen naar ‘meer informatie over deze kwestie’, zou hij erachter zijn gekomen dat de opwindende ontwikkelingen waar Jehovah’s Getuigen op anticiperen te maken hebben met de Verenigde Naties die hun rol zullen vervullen als de profetische achtste koning uit het 17de en 18de hoofdstuk van Openbaring. Het Wachttorengenootschap heeft in het verleden artikelen geschreven over hoe de natiën binnenkort de macht zullen geven aan de VN om zodoende een gemilitariseerde tiran te worden, waarna er een vreselijke holocaust geïnitieerd zal worden die alle georganiseerde religie op aarde zal vernietigen, met inbegrip van het christendom.

Dat zijn de ‘verbazingwekkende dingen’ in de toekomst waarop Jehovah’s Getuigen anticiperen! Maar waarom kwamen de schrijvers van de Ontwaakt! hier niet gewoon voor uit?

Het artikel in de Ontwaakt! valt alleen te begrijpen in het licht van de noodzaak voor ngo’s die lidmaatschap hebben aangevraagd om voorbeelden te overhandigen van hun commitment ten aanzien van de idealen van de Verenigde Naties. Met deze kennis in het achterhoofd wordt het geheel duidelijk waarom de afsluitende paragraaf op zo’n dubbelzinnige manier is geschreven, zodat het aan de ene kant vanzelfsprekend oogde voor Jehovah’s Getuigen, terwijl deze tekst aan de andere kant op ‘onbekende’ lezers (zoals DPI-controleurs) een heel andere indruk wekte.

Met het oog op het schandelijke gegoochel door het Wachttorengenootschap zouden Jehovah’s Getuigen zichzelf in plaats van de vraag ‘Wat gebeurt er bij de Verenigde Naties?’ beter de relevantere vraag kunnen stellen ‘Wat gebeurt er in Bethel?’.

‘VIJFTIG JAREN VAN GEFRUSTREERDE INSPANNING’

Nadat zij in 1992 als geassocieerde ngo werden geaccepteerd, hebben de stafschrijvers voor zowel de Wachttoren als Ontwaakt! kennelijk een aantal artikelen geschreven die specifiek waren bedoeld om aan het DPI aan te kunnen tonen dat Jehovah’s Getuigen dezelfde politieke idealen delen als de Verenigde Naties.

Als een voorbeeld van hoe het Wachttorengenootschap verder aan zijn verplichtingen heeft voldaan jegens het DPI, heeft het Wachttorengenootschap op de 50ste verjaardag van de oprichting van de Verenigde Naties in 1995 in de uitgave van 1 oktober van de Wachttoren een artikel geschreven getiteld ‘Vijftig jaren van gefrustreerde inspanningen’. Het volgende citaat is een greep uit de hoeveelheid lofspraak welke in de Wachttoren werd verkwist aan het ‘walgelijke ding’:

‘Gedurende de afgelopen 50 jaar heeft de organisatie van de Verenigde Naties opmerkelijke inspanningen verricht om de wereldvrede en veiligheid tot stand te brengen. Het zou ongetwijfeld een derde wereldoorlog kunnen hebben verhinderd, evenals de grootschalige vernietiging van al het menselijk leven door het gebruik van nucleaire bommen, welke sindsdien ook niet meer zijn ingezet. De Verenigde Naties hebben miljoenen kinderen voorzien van voedsel en medicijnen. Zij hebben in vele landen bijgedragen aan een hogere gezondheidsstandaard, door middel van de inzet van onder andere schoner drinkwater en immunisatie tegen gevaarlijke ziekten. Miljoenen vluchtelingen hebben daarnaast ook nog humanitaire hulp ontvangen.’

Voor een instelling die beweert politiek neutraal te zijn lijkt het er minstens op alsof het Wachttorengenootschap was bevooroordeeld in zijn eerbetoon aan de Verenigde Naties. Stel uzelf de vraag: wanneer heeft het Genootschap ooit het ontstaan van een natie herdacht op de verjaardag van haar oprichting? Waarom viert zij bijvoorbeeld ook niet de geboorte van de Verenigde Staten op de ‘Fourth of July’?

En waarom zouden ze enkel de humanitaire hulp via de Verenigde Naties benadrukken, alsof het iets unieks was dat zij in de wereld deden? Als bewijs van hun partijdigheid bedroegen volgens het Global Policy Forum in 1995 de totale uitgaven van de Verenigde Naties meer dan 13 miljard dollar. Van dat bedrag werd circa 7 miljard dollar geregistreerd als ‘vrijwillige uitgaven’, welke vermoedelijk werden gebruikt voor humanitaire doeleinden. Echter, in 1995 alleen al droeg de Japanse regering meer dan 14 miljard dollar bij ten behoeve van buitenlandse ontwikkeling – meer dan het dubbele van de bijdrage van de Verenigde Naties. Toch vond het Wachttorengenootschap het nodig om wel de genereuze humanitaire inspanningen van de VN te loven, terwijl daarentegen alle andere landen en organisaties met betrekking tot hun liefdadigheidswerk werden weggelaten.

Het Peace Corps, bijvoorbeeld, is zeker een uitstekend voorbeeld van een prijzenswaardige humanitaire organisatie. Deze organisatie heeft duizenden vrijwilligers uit de Verenigde Staten getraind en ingezet om te helpen bij de ontwikkeling van derdewereldlanden. Waarom is het echter zo dat het Wachttorengenootschap zelfs geen enkele keer de lofwaardige bijdragen van het Amerikaanse Peace Corps heeft erkend ten aanzien van zijn bijdragen aan de verbeteringen ten behoeve van de mensheid? Er staan letterlijk honderden referenties in de Ontwaakt!- en de Wachttoren-literatuur waarin informatie aan het publiek wordt gegeven over de programma’s van de Verenigde Naties, en niet één woord van lof over het Peace Corps. Waarom is dat? Hoe kan het Wachttorengenootschap claimen dat het politiek neutraal is als het zo uitvoerig de inspanningen en de deugden van de Verenigde Naties verheerlijkt, waarbij het de inspanningen en prestaties van talloze onderdelen en programma’s van de VN loven, terwijl daarentegen andere organisaties die soortgelijke dingen doen volledig worden genegeerd?

Maar het gaat nog verder dan dat. Terwijl het ogenschijnlijk de Verenigde Naties bekritiseert over het feit dat zij er tot dusver niet in zijn geslaagd om de wereld te verenigen in vrede, laat het Wachttorengenootschap eigenlijk de ‘kritiek’ van de meest fervente voorstanders van de VN weerklinken! Op welke manier?

De voornaamste architecten van de Verenigde Naties hadden oorspronkelijk de bedoeling om uiteindelijk het systeem van natiestaten plaats te laten maken voor een ondemocratische, socialistische wereldregering. Bijvoorbeeld, de Britse auteur H.G. Wells schreef in 1932 een boek, genaamd The Open Conspiracy, waarin Wells pleit voor de afschaffing van de traditionele religies, evenals de diverse natiestaten. Hier volgt een citaat uit zijn boek:

‘De fundamentele organisatie van de hedendaagse staten is duidelijk nog steeds militair, en dat is precies wat een wereldorganisatie niet zou mogen zijn. Vlaggen, uniformen, nationale volksliederen, patriottisme dat ijverig wordt gecultiveerd in de kerk en op school, het opscheppen, brullen en tieren over onze strijdende soevereiniteit, behoren tot het stadium van de ontwikkeling die zal worden vervangen door de open samenzwering. We moeten overduidelijk van die warboel zien af te komen.’

H.G. Wells

Als we de hoofdlijnen volgen uit The Open Conspiracy die leiden tot één wereldregering, dan heeft de propaganda van de globalisten in de afgelopen decennia onophoudelijk het nationalisme aangevallen als de gesel der beschaving, waar Wells destijds naar refereerde als de ‘strijdende soevereiniteit’. Het Wachttorengenootschap heeft daartoe zijn eigen geloofwaardigheid verbonden aan de zaak van de globalisten door de Bijbelse roep te versterken tot de vernietiging van religie en de afschaffing van het natiestatensysteem en daarmee de oprichting van een nieuwe wereldorde. Het staat vast dat het door de overeenkomsten tussen de ‘Koninkrijksboodschap’ van het Wachttorengenootschap en de propaganda van de globalisten heel makkelijk is om deze te gebruiken voor huichelachtige vervalsing. Met deze informatie kunnen we makkelijk de vage echo omtrent de propaganda van H.G. Wells op dezelfde manier onderscheiden als de informatie uit de Wachttoren welke gewijd werd aan de herdenking van de 50ste verjaardag van de VN. Hier volgt een citaat:

‘Ondanks het feit dat de Verenigde Naties zeer machtig lijken te zijn, worden zij vaak door politici en de media gedwarsboomd. De Verenigde Naties zijn machteloos als zij niet beschikken over de ondersteuning van hun leden. Maar zonder de goedkeuring van het volk zullen veel leden van de VN de Verenigde Naties niet ondersteunen.’

Het lijkt er dus op dat het Wachttorengenootschap het argument ondersteunt dat het populisme en het hardnekkige nationalisme de werkelijke redenen zijn waarom de Verenigde Naties er tot nu toe niet in zijn geslaagd om hun Utopia te creëren. De Wachttoren lijkt het ook eens te zijn met de stelling dat de Verenigde Naties machteloos zijn indien zij de steun niet krijgen van het volk. En buiten het medeweten van zijn lezers om deed het Wachttorengenootschap precies wat er door het DPI van werd verwacht als samenwerkende ngo.

Het artikel wijst de valse religie aan als opruier van oorlog en verdeeldheid, terwijl het melding maakt van het feit dat de voorzegde Bijbelse profetie met betrekking tot de vernietiging van de Babylonische religie uitgevoerd zal worden door de beestachtige achtste koning, waarbij er niet rechtstreeks een koppeling werd gelegd tussen de Verenigde Naties en de profetie, zoals het Wachttorengenootschap wel vele malen had gedaan voordat het een samenwerkingspartner werd als ngo.

Het is echter het meest veelzeggend dat de betreffende uitgave van de Wachttoren in 1995 een subtiele verandering heeft doorgevoerd ten aanzien van hun vorige interpretatie dat het scharlakenrode wilde beest specifiek de Verenigde Naties symboliseert; in plaats daarvan zou het beest nu slechts de ongespecificeerde ‘overheden’ vertegenwoordigen die zich zullen keren tegen religie. Een voorbeeld van hoe het Wachttorengenootschap zijn eigen profetische interpretatie heeft vervalst – zogenaamd om tegemoet te komen aan de VN – lezen we op pagina 6:

‘Deze overheden worden afgeschilderd als “een scharlakengekleurd wild beest”, waarop de hoer gerieflijk zit. Beter bekend als “Babylon de Grote”, is deze machtige en immorele vrouw vernoemd naar het oude Babylon, de bakermat van de valse religie. Op passende wijze vertegenwoordigt de hoer tegenwoordig alle wereldreligies die zijn betrokken bij de politieke affaires van de verschillende regeringen.’

Echter, misschien is het wel het meest verontrustend dat het Wachttorengenootschap toegeeft dat het in het verleden de Verenigde Naties heeft geïdentificeerd als het scharlakenrode wilde beest, maar dat het doel van de aanvullende informatie niets te maken heeft met de bevestiging van de Bijbelse profetie. In plaats daarvan vormt de aanvullende informatie slechts een schaamteloze poging om zijn eigen koppeling aan de Verenigde Naties Schriftuurlijk te rechtvaardigen door het maken van een speciaal punt om Jehovah’s Getuigen eraan te herinneren dat christenen door God worden bevolen om respect te betonen aan de overheid, ‘superieure autoriteiten’ – in het bijzonder de Verenigde Naties!

Het lijkt erop alsof het Besturend Lichaam zijn religieuze autoriteit over de Jehovah’s Getuigen gebruikt om elke verdenking die ontstaan zou kunnen zijn met betrekking tot de doelmatigheid ten aanzien van de vriendschappelijke relatie tussen het Wachttorengenootschap en de Verenigde Naties te bezweren. Onder de titel van ‘De christelijke Beschouwing van de Verenigde Naties’ worden Jehovah’s Getuigen als volgt geïnformeerd:

‘In Bijbelse profetie worden menselijke regeringen vaak gesymboliseerd door wilde beesten. Vandaar dat gedurende vele decennia in de Wachttoren de wilde beesten uit de hoofdstukken 13 en 17 van Openbaring werden geïdentificeerd met de wereldse regeringen van tegenwoordig. Dit geldt ook voor de Verenigde Naties, die worden afgebeeld in Openbaring 17 als een scharlakengekleurd beest met zeven koppen en tien horens.’

Echter, dit Schriftuurlijke standpunt vergoelijkt niet enige vorm van gebrek aan respect ten opzichte van hun regeringen, overheden of ambtenaren… Jehovah’s Getuigen beschouwen de organisatie van de Verenigde Naties hetzelfde als alle andere overheidsorganen van deze wereld. Zij erkennen dat de Verenigde Naties bestaan bij de gratie Gods. In harmonie met de Bijbel betonen Jehovah’s Getuigen respect voor alle regeringen en gehoorzamen zij hen zolang deze gehoorzaamheid niet vereist om tegen God te zondigen.

Maar door het doen van een bewuste poging om te applaudisseren voor de successen van de VN en door reclame te maken voor haar vele agenda’s en agentschappen, is het Wachttorengenootschap veel verdergegaan dan alleen het erkennen van en het tonen van respect voor de Verenigde Naties. Om zichzelf te onderwerpen aan de overheid en haar ‘superieure autoriteiten’ betekent dit nog niet dat het voor christenen nodig is om propaganda namens hen op te voeren, nietwaar?

‘HET INTERNATIONALE JAAR VAN…’

Er zijn andere voorbeelden die bewijzen dat het Wachttorengenootschap ijverig getracht heeft om samen te werken met het DPI. Het leek er bijvoorbeeld op dat Bethel graag melding maakte van speciale jaarverklaringen van de VN. Dus in overeenstemming met haar verplichting om het publiek voor te lichten over een brede waaier van VN-gerelateerde onderwerpen, behandelde de uitgave van Ontwaakt! van 22 juli 1999 een reeks artikelen over de vergrijzing. Het bleek toen toevallig ook zo te zijn dat 1999 door de VN werd uitgeroepen tot het ‘Internationale Jaar van de Ouderen’. Het was dus ook niet verrassend dat de Ontwaakt! de volgende mededeling publiceerde:

‘“Nadat ik zelf 60 jaar oud ben geworden… word ik nu gerekend tot de statistieken die ik zelf eerder heb genoemd,” zei VN-secretaris-generaal Kofi Annan onlangs tijdens de lancering van het Internationale Jaar van de Ouderen… Om beleidsmakers te helpen het hoofd te bieden aan de uitdagingen die door deze “demografische revolutie” worden gecreëerd, en om de waardering te vergroten ten aanzien van “de ouderen binnen de samenleving”, heeft de Algemene Vergadering van de VN in 1992 besloten om 1999 te benoemen tot het Internationale Jaar van de Ouderen.’

Het Wachttoren-tijdschrift welk in die periode het onderwerp rondom familieproblematiek behandelde, vestigde op een handige manier de aandacht op het feit dat het jaar 1994 ook toevallig door de VN is verklaard tot het ‘Internationale Jaar van het Gezin’:

‘Het Gezin – de Verenigde Naties hebben geprobeerd om dit onderwerp onder de aandacht te brengen van de wereld. Hoe? Door 1994 te verklaren tot het “Internationale Jaar van het Gezin”. Hoewel wereldleiders, sociologen en gezinshulpverleners weeklaagden over de stijging van buitenechtelijke geboorten en het stijgende aantal echtscheidingen, zijn zij traag geweest met het aanreiken van werkbare en realistische oplossingen voor dergelijke problemen.’ (15 september 1995)

1995 werd door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het ‘Jaar van de Tolerantie’, waarover de uitgave van de Wachttoren van 1 oktober van dat jaar plichtsgetrouw zijn lezers op de hoogte stelde:

‘In harmonie met hun verklaring hebben de Verenigde Naties het jaar 1995 uitgeroepen tot het Jaar van de Tolerantie. Echter, zou het realistisch gesproken ooit mogelijk zijn om vrede en veiligheid te bereiken in een wereld die verdeeld is door religie?’

Het jaar 1998 werd door de VN uitgeroepen tot ‘Internationaal Jaar van de Oceaan’, waarvan de Ontwaakt! tot tweemaal toe melding maakte in twee afzonderlijke uitgaves van dat jaar. De Ontwaakt! van 8 juni 1998 stelde haar lezers ook op de hoogte van het feit dat de VN 1997-2006 hadden uitgeroepen tot het ‘Decennium van Bestrijding van de Armoede’.

De Wachttoren van 1 januari 2001 kondigde daarna aan dat het jaar 2000 werd uitgeroepen tot het ‘Internationale Jaar van de Cultuur van Vrede’. Het jaar 2001 werd door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het ‘Internationale Jaar van de Vrijwilligers’. Dus simpelweg een paar maanden voordat het Wachttorengenootschap werd ontmaskerd en werd gedwongen om in alle haast zijn ngo-lidmaatschap te ontbinden bleek dat de uitgave van het tijdschrift Ontwaakt! was gewijd aan vrijwilligerswerk. Hoewel het niet verrassend was dat het vrijwilligerswerk van Jehovah’s Getuigen van over de hele wereld werd besproken, gaf de Ontwaakt! het ‘Internationale Jaar van de Vrijwilligers’ van de Verenigde Naties ook een zetje in de rug:

‘De VN hopen dat ITV 2001 (Internationaal Jaar van de Vrijwilligers) zal leiden tot meer verzoeken voor de diensten van vrijwilligers, en dat meer mensen zichzelf zullen aanbieden om ondersteuning te geven als vrijwilligers, en om meer financiële middelen en faciliteiten voor vrijwilligersorganisaties te verwerven om aan de groeiende behoeften van de samenleving te voldoen. Een totaal van 123 regeringen heeft zich bereid gevonden tot het sponsoren van de doelstellingen van deze VN-resolutie.’

Echter herdenkt en publiceert het Wachttorengenootschap tegenwoordig nog nauwelijks over de lopende speciale VN-jaar-kruistochten, zoals het Internationale Jaar van de Vrijwilligers; zij hebben hun lezerspubliek ook geïnformeerd over de VN-initiatieven uit het verleden. Ze hebben bijvoorbeeld verklaard dat de VN het jaar 1979 hadden uitgeroepen tot het ‘Internationale Jaar van het Kind’. Het is meer dan waarschijnlijk dat Bethel de uitgave van het tijdschrift Ontwaakt! van 8 december 2000 ook heeft opgestuurd naar de DPI-controleurs als bewijs van hun voortdurende steun voor de wereldwijde agenda van de Verenigde Naties. Die specifieke uitgave van Ontwaakt! werd gewijd aan het prijzen van UNICEF en de bijbehorende publicatie over het ‘Internationale Jaar van het Kind’. Het artikel met de titel ‘Een voortdurende zoektocht naar oplossingen’ werd ingeleid met een enthousiast verhaal over UNICEF:

‘Vanaf het allereerste begin heeft de organisatie van de Verenigde Naties interesse getoond voor kinderen en hun problemen. Tegen het einde van 1946 heeft zij het United Nations International Children’s Emergency Fund (UNICEF) opgericht als een tijdelijke maatregel om zorg te bieden aan kinderen in gebieden die verscheurd zijn door oorlog. De behoeften van kinderen kregen een grotere prominentie toen in 1959 de Verenigde Naties de verklaring hadden aangenomen van de Rechten van het Kind […] Dus ter erkenning van de voortdurende noodzaak om de problemen van kinderen op te lossen welke in overeenstemming zijn met hun vastgestelde doelstellingen, hebben de Verenigde Naties het jaar 1979 aangewezen als het Internationale Jaar van het Kind. Overheden, maatschappelijke, religieuze en liefdadigheidsgroepen van over de hele wereld waren er snel bij om hierop te reageren door te zoeken naar oplossingen.’

Anderen delen echter niet de evaluatie van de Ontwaakt! ten aanzien van de wijze waarop de Verenigde Naties zich dienstbaar hebben gemaakt met betrekking tot de zorg voor kinderen, en wel om een heel goede reden. Als voorbeeld noemde een voormalige VN-functionaris, Denis Halliday, de door de VN gesteunde sancties tegen Irak een vorm van genocide, waardoor vermoedelijk meer dan een miljoen Irakezen – waaronder tal van baby’s en kinderen – zijn gestorven. In tegenstelling tot de hartstochtelijke goedkeuring in de Ontwaakt! ten aanzien van hun VN-partner, bleek het UN Children’s Fund van de Verenigde Naties totaal niet geïnteresseerd in het lot van deze hongerende Iraakse kinderen.

Natuurlijk eindigt het commentaar met de obligatoire verwijzing naar Gods Koninkrijk als zijnde het antwoord, maar het is duidelijk ondergeschikt aan de focus op de Verenigde Naties en hun voortdurende zoektocht naar de oplossing voor de problemen van kinderen. Zelfs rondom dit onderwerp overspeelt het artikel de uniciteit van het goede nieuws door schaamteloos de Verenigde Naties te loven voor het delen van dezelfde verheven idealen als het Koninkrijk van God. Aan het einde gutst de Ontwaakt! ongegeneerd:

‘Onder Gods Koninkrijk zullen mensen in staat worden gesteld om kinderen op een evenwichtige manier op te voeden. Jonge mensen zullen opgroeien in de geest van vrede en universele broederschap, het ideaal zoals dit uiteen is gezet in de VN-Verklaring van de Rechten van het Kind. Nooit zal er meer de noodzaak zijn voor een Internationaal Jaar van het Kind of voor een verdrag inzake de Rechten van het Kind.’

Misschien was wel het meest schaamteloze stukje propaganda van het Wachttorengenootschap met betrekking tot zijn steun aan de Verenigde Naties het onderwerp dat werd besproken in de uitgave van de Ontwaakt! van 22 november 1998. Het leek erop dat het Wachttorengenootschap gewillig aan zijn verplichtingen probeerde te voldoen door zijn rol om ten behoeve van de herdenking van de 50ste verjaardag van de ondertekening van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens een artikel van tien pagina’s te schrijven om publiciteit te geven aan dit evenement. Terwijl de gemiddelde Jehovah’s Getuige geen belang hechtte aan deze gebeurtenis, deed het Office for the United Nations High Commissioner on Human Rights (OHCHR) dit zeker wel, evenals het Wachttorengenootschap. De OHCHR-website promootte deze 50ste verjaardag door middel van het publiceren van een lijst van ‘meer dan vijftig ideeën waarmee de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens herdacht kan worden’. De website bood suggesties voor overheden, scholen en jeugdgroepen – en jawel – ook ngo’s.

De hierna genoemde drie suggesties werden gericht aan ngo’s:

  • Herdefinieer het dagelijks leven/werk op het gebied van mensenrechten.
  • Onderricht leden en de gemeenschap over de wijze waarop de activiteiten van een organisatie betrekking hebben op de mensenrechten.
  • Verspreid informatie aan de achterban door middel van educatief materiaal (bijvoorbeeld reclameposters, flyers of kalenders die mensenrechtenevenementen tonen, VN-foto’s).

Het is evident dat het Wachttorengenootschap zich ertoe aanzette om ten minste twee van deze suggesties uit te voeren ten behoeve van de herdenking van de Verklaring. Ontegenzeggelijk werden er pogingen ondernomen om informatie te distribueren, met inbegrip van de VN-foto’s, met als doel om zowel ‘de leden als de gemeenschap’ voor te lichten over ‘de activiteiten van de organisatie’ met betrekking tot de mensenrechten. De Ontwaakt! publiceerde zelfs de grondbeginselen van de Verklaring van de Rechten van de Mens alsof het de tien geboden betrof. Dat was echter ook begrijpelijk, aangezien het Genootschap het jaar ervoor bij het DPI werd geregistreerd als ngo met een speciale interesse omtrent het onderwerp van de mensenrechten.

Net zoals bij andere compromitterende artikelen welke Bethel heeft gepubliceerd, werd in de Ontwaakt! op handige wijze een artikeltje ontworpen dat duidelijk was bedoeld om Jehovah’s Getuigen te pacificeren door het maken van een symbolische verwijzing naar Jehovah, terwijl er op hetzelfde moment bij een niet-ingewijde lezer de indruk wordt gewekt dat het Koninkrijk van Christus een of andere abstracte koppeling heeft met de VN. Het artikel over de mensenrechten werd afgesloten met een magische verwijzing naar Gods voorgenomen oplossing:

‘Net zoals de Bijbel laat zien dat de Schepper de bron is van de gave die ten grondslag ligt aan de mensenrechten, informeert die ons ook over het feit dat Hij de basis vormt van een wereldregering die deze rechten verzekert. Deze hemelse regering is onzichtbaar, maar bestaat zeker wel. In feite bidden miljoenen mensen, soms onbewust, voor deze wereldregering wanneer zij het modelgebed opzeggen wat ook bekendstaat als het Onzevader: “Uw koninkrijk kome.”’

De Ontwaakt! informeert hier de lezer niet over het feit dat Gods koninkrijk geen deel uitmaakt van het huidige politieke establishment. Ook maakt zij geen enkele vermelding over het feit dat God van plan is om schendingen van de mensenrechten en alle oorlogen te elimineren door middel van het vernietigen van alle aardse politieke instellingen, waaronder de Verenigde Naties. In plaats daarvan wordt de lezer in het ongewisse gelaten met een soort vage new age-gedachte dat God de bron is van de menselijke inspanningen om een wereldregering te vestigen.

‘EEN UITZICHT VANAF DE 29STE ETAGE’

In een brutale poging tot het schenden van de christelijke neutraliteit ging Bethel zelfs zover dat zij een vertegenwoordiger van het Wachttorengenootschap naar het hoofdkwartier van de VN stuurde om een mensenrechtenambtenaar te interviewen voor hun speciale jubileumuitgave. Wetende dat Jehovah’s Getuigen op dat moment niet op de hoogte waren over het ngo-partnerschap, pronkte het Wachttorengenootschap schijnbaar met zijn geestelijk overspelige affaire door het openbaar maken van het feit dat de illegale liaison plaatsvond op de 29ste etage van het hoofdkantoor van de VN. Het interview in de Ontwaakt!, getiteld ‘Een uitzicht vanaf de 29ste etage’, werd ingeleid door de volgende opmerkingen op bladzijde 6:

‘Wanneer u op de 29ste etage van het gebouw van de Verenigde Naties in New York City uit de lift stapt, wijst een klein blauw bord de weg naar het kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR). Dit verbindingsbureau vertegenwoordigt het hoofdkwartier van het OHCHR in Genève, Zwitserland -het centrum van de VN-mensenrechtenactiviteiten. Terwijl Mary Robinson, de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, het hoofd is van het OHCHR in Genève, is de van Griekse origine Elsa Stamatopoulou hoofd van het kantoor in New York. Eerder dit jaar nam mevrouw Stamatopoulou gracieus een uitgave van de Ontwaakt! in ontvangst van de redacteur, en keek terug op vijf decennia aan mensenrechtenactiviteiten.’

Het artikel verzuimde echter om te vermelden dat de reden waarom de vertegenwoordiger van het bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten mevrouw Stamatopoulou in haar kantoor in New York ‘gracieus een exemplaar van de Ontwaakt! ontving uit handen van de redacteur’, was dat het Wachttorengenootschap op dat moment een actieve mensenrechten-ngo was. En zoals reeds werd vastgesteld, bevinden ngo’s zich in een partnerschap met de Verenigde Naties, waardoor hun meer toegang wordt verleend tot de diverse VN-faciliteiten. Indien het Wachttorengenootschap op dat moment geen erkende ngo was geweest, dan was deze redacteur niet eens de toestemming verleend om zich op de 29ste etage van de wolkenkrabber van de Verenigde Naties te begeven. (Dit geeft tevens aan dat Bethel wist dat hun associatiestatus als ngo hun meer rechten gaf dan slechts alleen de toegang tot de bibliotheek van de Verenigde Naties.)

Het werkelijke interview met mevrouw Stamatopoulou is ook verhelderend. Toen haar door de Ontwaakt!-interviewer werd gevraagd hoe zij de toekomst zag, verklaarde zij:

‘De ontwikkeling van een wereldwijde mensenrechtencultuur. Wat ik bedoel is dat we door middel van educatie de mensen meer bewust moeten maken over de mensenrechten. Natuurlijk is dat een enorme uitdaging, omdat het gaat om een verandering in mentaliteit. Dat is de reden waarom, tien jaar geleden, de VN zijn gestart met een wereldwijde voorlichtingscampagne om mensen te informeren over hun rechten en om landen te wijzen op hun verantwoordelijkheden. Daarnaast hebben de VN het decennium 1995-2004 uitgeroepen tot het “Decennium voor Mensenrechteneducatie”.’

Mevrouw Stamatopoulou herhaalde dat het doel van de Verenigde Naties is om ‘mensen voor te lichten’, in het bijzonder met betrekking tot mensenrechtenkwesties. En hoewel ze niet specifiek melding maakt van de vitale rol die ngo’s in dat opzicht spelen, (misschien heeft de Ontwaakt! ervoor gekozen om haar opmerkingen op discrete wijze niet te benadrukken), blijkt het overduidelijk dat de Ontwaakt! in haar rol als ngo diende als facilitator voor de Verenigde Naties tijdens diezelfde gelegenheid, door haar lezers vol trots te informeren en voor te lichten over mensenrechtenkwesties.

Om zaken in perspectief te plaatsen, hoewel het zeer ongepast was ten aanzien van het feestelijke artikel met betrekking tot de 50ste verjaardag van de ondertekening van de Verklaring, net als de onbetamelijkheid ten aanzien van het persoonlijke interview met de VN-functionaris in het centrum van het hoofdkwartier van de Verenigde Naties, moeten we ons simpelweg afvragen waarom Bethel bijvoorbeeld nooit een interview heeft geregeld met, laten we zeggen, een Amerikaanse senator of een Congreslid op de verjaardag van de ondertekening van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring – misschien op de trappen van Capitol Hill, of een locatie van dien aard. Zoiets zou natuurlijk enorm beledigend zijn voor de gevoelens van veel Jehovah’s Getuigen; en toch heeft het Wachttorengenootschap het kennelijk niet in overweging genomen dat de herdenking van een speciale gelegenheid van de VN als een mogelijke schending kon worden gezien van zijn politieke neutraliteit.

Om in dezelfde sferen te blijven met betrekking tot het ‘Decennium voor Mensenrechteneducatie’ publiceerde het tijdschrift Ontwaakt! enkele maanden na de herdenking van de 50ste verjaardag van de ondertekening van de Verklaring van de Rechten van de Mens, in de uitgave van 8 januari 1999, weer een reeks van artikelen over mensenrechten, waarin op transparante wijze een koppeling werd gelegd over hoe de Verenigde Naties ervoor hebben gezorgd dat de rechten van Jehovah’s Getuigen worden beschermd. Het meest offensieve was misschien wel dat er door het mensenrechtensegment op obscene wijze werd verklaard dat de zogenoemde Gouden Regel van Jezus de inspiratiebron was voor ‘een aantal van de waarden’ uit het voorstel van de VN-verklaring.

Het lijkt er sterk op dat bij veel van de artikelen die in de Ontwaakt! worden besproken met betrekking tot onderwerpen zoals de vele soorten gezondheids-, sociale en milieuproblemen van deze wereld, maar mondjesmaat de Bijbelse oplossing wordt vermeld ten aanzien van dergelijke problemen; die wordt bijna behandeld als een soort van bijzaak. Er lijken maar weinig sociale kwalen te zijn die door de Ontwaakt! worden besproken die geen reden vormen om te worden gebruikt als kans om weer eens een aantal VN-functionarissen te kunnen citeren.

Maar behalve dat de tekenende artikelen die de boodschap van de Verenigde Naties verkondigen, welke periodiek verschenen in zowel de Wachttoren– als de Ontwaakt!-tijdschriften, werd ook het onderdeel ‘blik op de wereld’ in de Ontwaakt! bezaaid met feiten en wetenswaardigheden uit een verscheidenheid aan VN-organisaties. Gemiddeld gesproken werd er ten minste eenmaal in elk nummer van de Ontwaakt! verwezen naar de Verenigde Naties of een VN-agentschap. Toegegeven: de meeste verwijzingen waren onschuldig, maar er moet wel in gedachten worden gehouden dat de primaire verplichting van het Wachttorengenootschap aan het DPI was om informatie te verspreiden over de VN – ongeacht hoe lichtzinnig. Bij het doorzoeken van de Ontwaakt! tussen 1991-2001 met behulp van de cd-rom komt de term ‘Verenigde Naties’ iets vaker voor dan de exacte woordcombinatie ‘Gods Koninkrijk’. Natuurlijk zijn er ook andere manieren om iedere term uit te drukken, maar gezien alle verschillende VN-acroniemen die ook in de literatuur van het Wachttorengenootschap voorkomen (zoals UNICEF, WHO), lijkt het erop alsof de term ‘Jehovah’s Koninkrijk’ in het tijdschrift de Ontwaakt! is verbannen naar een tweede plaats, na de Verenigde Naties!

‘EEN MISSIE NAAR AFRIKA’

Jehovah’s Getuigen moeten niet naïef zijn ten opzichte van het feit dat het Wachttorengenootschap, nadat het een associate ngo was geworden, een zekere mate van politieke statuur binnen de Verenigde Naties had verworven. Ogenschijnlijk was het primaire doel om steun te verwerven ten behoeve van Jehovah’s Getuigen die werden geconfronteerd met moeilijke situaties in verschillende landen over de hele wereld. En blijkbaar heeft de samenwerking met de VN het genootschap geen windeieren gelegd, wat de organisatie zelf op subtiele manieren liet merken, zoals in het volgende korte verslag, dat verscheen in de uitgave van 22 juli 2001 van de Ontwaakt!:

‘Een nieuwskrant in Congo (Kinshasa) prees het humanitaire werk van Jehovah’s Getuigen als “praktisch in plaats van formeel”. Functionarissen van de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen (UNHCR) hebben eveneens hun steun betuigd. Een UNHCR-ambtenaar in de Democratische Republiek Congo was zo verheugd door de ordelijkheid van de hulpverlening door de Getuigen dat zij haar voertuig ter beschikking stelde aan de vrijwilligers.’

In welke mate heeft het Wachttorengenootschap rechtstreeks hulp ontvangen van de Verenigde Naties? Dat is moeilijk te zeggen. Achteraf blijkt echter dat het veel meer was dan slechts het gebruik van een voertuig bij één bepaalde gelegenheid. In een poging om tot de bodem uit te zoeken wat de betrekkingen van het Wachttorengenootschap met de VN inhielden, heeft deze onderzoeker ontdekt dat het Genootschap bijna een dozijn dochter-ngo’s in verschillende Europese landen heeft geleid. Bijvoorbeeld, voorafgaand aan het moment dat het Wachttorengenootschap in 1992 de associate-ngo-status kreeg, werd er in 1990 in Frankrijk een ngo opgericht, genaamd Aid Afrique. Wat was haar beoogde doel? De Zambia Daily Mail van 17 juni 1999 meldde onder de titel ‘Franse ngo-ambtenaren worden ingevlogen naar de Democratische Republiek Congo om vluchtelingen te helpen’ het volgende:

‘Twee ambtenaren van Aid Afrique worden vandaag in het land verwacht om extra humanitaire hulp te bieden aan duizenden vluchtelingen die zijn gevlucht uit de door problemen verscheurde DR Congo […] De hulpgoederen worden verstrekt door gemeenten van Jehovah’s Getuigen in België, Frankrijk en Zwitserland. Aid Afrique is een in Europa gevestigde internationale humanitaire organisatie, welke in 1990 in Frankrijk werd opgericht, met als doel om noodhulp te verlenen aan kritieke gebieden in Afrika. Door de UNHCR-inspanningen in Tanzania heeft de organisatie vorig jaar meer dan 20 ton voedsel en medicijnen verdeeld aan vluchtelingen in de regio van Kigoma. In 1997 spendeerde Aid Afrique US $ 820.000 aan humanitaire hulp aan het voormalige Zaïre.’

Het Zambiaanse nieuws onthulde dat het enkel te danken was aan hun samenwerking met de UNHCR dat de Aid Afrique-ngo in staat was gebleken om haar humanitaire doelstellingen te bereiken. Maar als de seculiere media in Afrika openlijk rapporteren over de samenwerkingsverbanden tussen Aid Afrique met verschillende instanties van de Verenigde Naties, waarom is het Wachttorengenootschap dan niet meer oprecht in het informeren van Jehovah’s Getuigen over hun bijdrage? Als de relatie tussen het Wachttorengenootschap en de Verenigde Naties zo’n eervolle regeling voorstelt, waarom publiceren zij dit dan niet gewoon, zoals zij wel deden bij veel andere VN-gesponsorde programma’s? Waarschijnlijk was de reden hiervoor dat de dochteronderneming-ngo zoals Aid Afrique in de eerste plaats werd opgericht om de bekendere Watchtower- merknaam op de achtergrond te houden en van de voorpagina af te houden.

Interessant genoeg hebben Jehovah’s Getuigen in Frankrijk een paar jaar geleden een onafhankelijk gepubliceerde brochure uitgegeven met de titel ‘Een missie naar Afrika’. Daarin verklaarden zij in detail welke activiteiten de Aid Afrique-ngo heeft ondernomen. Op de 9de en 10de pagina werd de onthullende opmerking gemaakt:

‘Onze activiteiten werden vaak belemmerd door problemen die specifiek voorkomen in met name die regio. De afstanden zijn enorm en communicatielijnen zijn bijna non-existent. De beste manier om te reizen, zo niet de enige manier van reizen, is het vliegtuig. Vaak maakten wij gebruik van de vliegtuigen van het HCR (Hoge Commissariaat van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen). Administratieve formaliteiten veroorzaakten voor ons ook vertraging.’

Werkelijk niemand zette vraagtekens bij de motieven van Jehovah’s Getuigen toen zij zochten naar de lankmoedige broeders in Afrika die, na lang geleden te hebben, grote behoefte hadden aan levensreddende noodhulp. Het was het meest juiste en het meest christelijke ding om te doen. Echter is de vraag: tegen welke prijs? Is het de moeite waard om een deal met de duivel te sluiten om een ziel te redden? Jehovah’s Getuigen in Malawi denken van niet. Ze waren zelfs niet eens bereid om voor 25 cent een politieke ID-kaart te kopen. Als gevolg van het feit dat zij dit niet deden, zou er een  verschrikkelijke pogrom tegen hen ontketend worden.

Het veelvuldig gebruikmaken van VN-vliegtuigen is een zeer kostbaar privilege, en zonder twijfel realiseerde het Wachttorengenootschap zich ook dat er voordelen waren verbonden aan geassocieerde deelneming van ngo’s en het creëren van ngo-bondgenoten, zoals Aid Afrique, teneinde een nauwer samenwerkingsverband te realiseren met de Verenigde Naties. Er valt op z’n minst vast te stellen dat het evident is dat de relatie tussen het Wachttorengenootschap en de VN veel gecompliceerder is dan het Besturend Lichaam van Jehovah’s Getuigen tot nu toe bereid is geweest toe te geven. Sterker nog: het Wachttorengenootschap is politiek gezien een stuk meer betrokken geweest dan waar Jehovah’s Getuigen zich van bewust zijn.

In oktober van het jaar 2000 heeft de Portugese krant Publico een interview afgenomen met de districtsopziener van het Wachttorengenootschap in Portugal. Terwijl Broeder Candeias ontkende dat er een compromis had plaatsgevonden, gaf hij per ongeluk op een onbewaakt moment in zijn openhartigheid toe dat de reden waarom de Wachttoren-organisatie relaties met de VN had gecultiveerd was dat het een kwestie van politiek opportunisme was, met het doel om humanitaire hulp te verstrekken aan Jehovah’s Getuigen. Zijn woorden kunnen als volgt worden weergegeven: ‘Zonder de steun van de VN zou het niet mogelijk zijn geweest om humanitaire hulp te verstrekken.’

De Portugese districtsopziener was kennelijk ook de correspondent die werd aangewezen om een artikel te schrijven in de Ontwaakt! van 22 augustus 1997 met betrekking tot de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa). De reden dat de Portugese correspondent het onderwerp voor zijn rekening nam was dat de OVSE in december 1996 een belangrijke politieke top in Lissabon, Portugal, had georganiseerd. Het is evident dat broeder Candeias persoonlijk aanwezig was bij deze conferentie, wat de reden was waarom het artikel, dat hoogstwaarschijnlijk door hemzelf werd geschreven, vreemd genoeg werd afgesloten met een rapportering over de weersomstandigheden op de dag van de top, bezien vanuit het standpunt van een toeschouwer, vergezeld van een afgezaagde opmerking over Gods koninkrijk. Zie onderstaand fragment:

‘De stralende middagzon leek verantwoordelijk voor een klimaat van algemeen optimisme tijdens de afsluiting van de top, ondanks de opmerkingen van de pers met betrekking tot haar vage resultaten. Ongeacht of de OVSE een succes zal behalen of dat zij zal falen, zullen liefhebbers van de vrede overal ter wereld ervan verzekerd zijn dat ware vrede en veiligheid op aarde binnenkort zullen worden gerealiseerd, onder de heerschappij van Gods Koninkrijk.’

Terwijl er slechts oppervlakkig werd gerapporteerd over de OVSE-poeha in Lissabon, verzuimde het tijdschrift Ontwaakt! om te vermelden dat een groot aantal vertegenwoordigers van ngo’s de top bijwoonde. Echter, de OVSE-website bevat een gedetailleerd verslag van alle besprekingen en onthult daarnaast dat sommige ngo’s zelfs hadden deelgenomen aan de conferentie. Waarschijnlijk werd de Portugese correspondent alleen toegestaan om deel te nemen aan de conferentie op hoog politiek niveau in de hoedanigheid van een vertegenwoordiger van een Europese ngo – in dit geval de ‘Associatie van Jehovah’s Getuigen’. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de opziener daarna openhartig de politieke motivatie achter het partnerschap van het Wachttorengenootschap met de VN heeft toegegeven, gezien het feit dat hij schijnbaar was aangewezen om ter plaatse persoonlijk te observeren en te rapporteren over het reilen en zeilen van de politieke top van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties.

Het is een feit dat de OVSE-top in Lissabon niet de enige politieke conferentie is geweest die Jehovah’s Getuigen hebben bijgewoond. In oktober 2000 heeft bijvoorbeeld de Mensenrechtenorganisatie van de Balkan een petitie aan de OVSE aangeboden, welke werd ondertekend door een groot aantal ngo’s (ongetwijfeld veel van dezelfde ngo’s die eveneens de top van Lissabon een paar jaar eerder hadden bijgewoond). Een daarvan was een ngo genaamd ‘the Administrative Center for Jehovah’s Witnesses in Russia’.

Wat is precies het Administratieve Centrum van Jehovah’s Getuigen in Rusland? Het is een andere non-gouvernementele organisatie die is opgericht om Jehovah’s Getuigen te vertegenwoordigen. Toegegeven: het was niet hetzelfde soort ngo als het Wachttorengenootschap destijds was, want het Wachttorengenootschap betrof namelijk een internationale ngo welke was verbonden aan het VN-DPI. Toch diende deze andere ngo ook evident een soortgelijk doel. De OVSE-petitie welke door de Jehovah’s Getuigen in Rusland was getekend verklaarde het volgende:

‘Ondergetekende ngo’s hebben alle door de jaren heen en in hun verschillende hoedanigheden de Human Dimension-bijeenkomsten gewaardeerd als zijnde significant voor zowel de regeringen alsmede de ngo’s om de aandacht omtrent mensenrechtenkwesties in de participerende landen te vergroten. Bijgevolg hebben zij hieraan actief deelgenomen door middel van rapporten en interventies, en zij hebben tevens andere ngo’s aangemoedigd om hetzelfde te doen.’

De petitie bevestigt dat de Russische dochter-ngo die het Wachttorengenootschap en de Jehovah’s Getuigen vertegenwoordigde vrijwillig heeft meegedaan met tal van andere ngo’s, met inbegrip van de Scientology Kerk, bij het verbeteren van ‘de mensenrechtenproblematiek in de deelnemende landen’. Door het ondertekenen van de petitie erkent het Administratief Centrum voor Jehovah’s Getuigen in Rusland dat het actief ‘andere ngo’s heeft aangemoedigd’ om zich in te zetten voor mensenrechten interventies. En natuurlijk is het bewijs overweldigend dat de moederorganisatie in Brooklyn haar middelen heeft ingezet om haar ‘bezorgdheid over de mensenrechten te uiten’.

Maar wat is precies de OVSE? Volgens Wikipedia, de online encyclopedie door gebruikers, is de OVSE de grootste security-georiënteerde intergouvernementele organisatie van de wereld, waarvan het juridische bestaansrecht wordt erkend in het Handvest van de Verenigde Naties. Hoewel De OVSE niet over een militair leger beschikt, is die wel bevoegd om de militaire middelen van de NAVO en de VN te gebruiken. Het blijkt dat de OVSE louter een regionale extensie is van de Verenigde Naties.

Dus hoewel het Wachttorengenootschap zijn associatie met de VN rechtstreeks heeft ontbonden, is het nog steeds zeer nauw betrokken bij de OVSE, een dochterorganisatie van de Verenigde Naties. Er zijn in werkelijkheid een groot aantal ad-hoc-ngo’s die door het Wachttorengenootschap zijn opgezet om Jehovah’s Getuigen juridisch te vertegenwoordigen bij gouvernementele affaires. Een onderzoek op de website van de OVSE-archieven onthult dat er meer dan 150 petities zijn ingediend door het Wachttorengenootschap en verschillende ngo’s die Jehovah’s Getuigen vertegenwoordigen.

Bijvoorbeeld: in mei 1999 heeft de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties haar jaarlijkse conferentie gehouden in Genève. Onder de vele gouvernementele en non-gouvernementele organisaties die aanwezig waren, waren er welgeteld drie ngo’s die Jehovah’s Getuigen vertegenwoordigden. Het waren de eerder genoemde ‘Association of Jehovah’s Witnesses’, de ‘Jehovah’s Witnesses in Russia’, evenals een derde ngo, genaamd ‘the European Association of Jehovah’s Witnesses for the Protection of Religious Freedom’.

Andere ngo’s waren: ‘Consistoire National des Temoins de Jehovah’, een Franse ngo; ‘Union of the Jehovah’s Witnesses’ en ‘Representation of the Watchtower Bible and Tract Society in Pennsylvania’, welke ngo’s zijn die opereren vanuit het land Georgië. En als laatste: ‘Watch Tower Bible & Tract Society, Poland.’

De politieke activiteiten van het Wachttorengenootschap als ngo beperken zich niet slechts tot Europa. In 1999 heeft de Australische regering hoorzittingen gehouden waarbij ngo-vertegenwoordigers van een groot aantal godsdiensten werden uitgenodigd om de samenwerking omtrent de mensenrechten te bevorderen. Het officiële document maakt melding van de volgende vertegenwoordigers van het Wachttorengenootschap: Donald MacLean, directeur van het Australische bijkantoor, en Vincent Toole, juridisch adviseur van het Wachttorengenootschap. Het verslag van de Official Committee Hansard is online beschikbaar.

VRIENDSCHAP MET DE WERELD IS VIJANDSCHAP TEGEN GOD

In het licht van de gepresenteerde feiten met betrekking tot de criteria voor ngo’s welke door de VN zelf zijn gepubliceerd, en het overvloedige bewijs dat het Wachttorengenootschap zeer ijverig was in het voldoen aan zijn verplichtingen als ngo op associatieniveau, evenals het onweerlegbare bewijs ten aanzien van rechtstreekse deelname door vertegenwoordigers van het Wachttorengenootschap aan tal van politieke conferenties, met inbegrip van de samenwerkingsverbanden met andere religieuze ngo’s bij de ondertekening van petities die andere organisaties aanspoorden om actief bij te dragen aan het promoten van – niet de bewustwording over Gods koninkrijk, maar – de bewustwording van de mensenrechten. Door al deze feiten zijn de misleiding en de huichelarij van het Wachttorengenootschap compleet blootgelegd.

Ongeacht of het Genootschap heeft gehandeld uit de schijnbaar nobele motieven voor een dergelijke politieke betrokkenheid ten behoeve van humanitaire of zelfs theocratische doeleinden, moet de vraag worden gesteld of deze redenen ooit te rechtvaardigen zijn om vriendschappen te sluiten met de wereld. Waar is hier het vertrouwen in God en ook de vrees voor God gebleven? Als het werkelijk ‘Jehovah’s organisatie’ betreft, zoals het Genootschap beweert te zijn, dan kunnen de consequenties voor de dubbelhartigheid waarmee het Wachttorengenootschap geestelijk heeft gehoereerd niet worden onderschat. De Bijbel spreekt heel duidelijk over deze kwestie tegen christenen in Jakobus 4:4, waar staat: ‘Overspeelsters, weet GIJ niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap met God is? Al wie daarom een vriend van de wereld wil zijn, maakt zich tot een vijand van God.

Waren echter de activiteiten van het Wachttorengenootschap als ngo daadwerkelijk zo ernstig? Ja, althans volgens het Wachttorengenootschap wel! Dit is wat de Wachttoren van 1 januari 1978 hierover zei met betrekking tot het christendom die zijn steun verleent aan de Verenigde Naties:

‘De werken van het christendom hebben bijgedragen aan de ondersteuning van een door de mens verzonnen plan voor vrede, terwijl Jezus aan ware christenen had geleerd om te bidden en uit te kijken naar Gods koninkrijk als het instrument om vrede op deze aarde te bereiken. Katholieke en protestantse leiders hebben de Verenigde Naties beiden uitgeroepen tot de laatste hoop voor de mensheid om wereldvrede te kunnen bereiken.’

Zoals eerder werd gezegd, wordt van alle ngo’s die geassocieerd zijn met de VN verwacht dat zij hun steun verlenen door middel van het opzetten van voorlichtingscampagnes ten gunste van de Verenigde Naties, die het Wachttorengenootschap onweerlegbaar heeft uitgevoerd. Dat betekent dat het Wachttorengenootschap, en in het verlengde daarvan ook alle Jehovah’s Getuigen, zich indirect schuldig hebben gemaakt aan het ondersteunen van een door de mens ontworpen politieke regeling. Ironisch genoeg veroordeelde het Wachttorengenootschap ook per ongeluk automatisch zichzelf toen het het christendom aan de kaak stelde, met de volgende verklaring uit de Wachttoren van 1 november 1972:

‘Logischerwijs, doordat het christendom hierdoor een onderdeel vormt van de Verenigde Naties, staat het voor een menselijke (en niet een goddelijke) heerschappij […] Het christendom heeft zijn naam verloochend, waar geen enkel gerechtvaardigd excuus voor te bedenken is.’

Indien het christendom onvergeeflijk is, en indien het zijn claim dat het christelijk is heeft verloochend ‘door te behoren tot de Verenigde Naties’, hoeveel erger is dan het onvergeeflijke partnerschap van het Wachttorengenootschap met de Verenigde Naties? Het christendom is tenminste open en eerlijk geweest over zijn steun voor de Verenigde Naties, terwijl het Wachttorengenootschap zich schuldig heeft gemaakt aan grove huichelarij. Het Wachttorengenootschap heeft zich gedragen als een immorele overspeelster toen het zich op sluwe wijze stiekem naar de achtergrond begaf toen zijn daden werden blootgelegd. Toegegeven: dit zijn inderdaad krachtige woorden. Is het werkelijk toepasselijk om de Wachttoren-organisatie te beschuldigen van het beoefenen van afgoderij, geestelijke hoererij en huichelarij? Nogmaals: volgens de eigen woorden van het Wachttorengenootschap ten aanzien van de veroordeling van het christendom, is het antwoord hierop: ja!

‘De eeuwigdurende vriendelijkheid van het christendom richting de diverse politici, militaire machten en de big business-oplichters van deze wereld is een publiekelijk schandaal […] De religieuze sekten van de christenheid hebben geestelijk overspel gepleegd met hun “verwerpelijke afgoden”. Een van de meest recente en meest in het oog springende zaken die door haar worden verafgood, is het “beeld” van het symbolische wilde beest van de wereldpolitiek, namelijk de Verenigde Naties, waartoe de meeste van de openlijk christelijke natiën behoren.’

The Nations Shall Know

Nogmaals: als de ‘eeuwigdurende vriendelijkheid jegens de politiek leiders’ door het christendom als een publiekelijk schandaal wordt beschreven, dan is de geheime liefdesverhouding tussen het Wachttorengenootschap en de Verenigde Naties nog veel verwerpelijker op grond van het feit dat Jehovah’s Getuigen erover pochen dat zij onbevlekt zijn door dergelijke wereldse zaken. Op welke wijze heeft het christendom de Verenigde Naties verafgood op een manier waarop het Wachttorengenootschap dat niet heeft gedaan?

Hoewel het Wachttorengenootschap misschien niet op godslasterlijke wijze de VN of de Volkenbond heeft uitgeroepen tot een politieke manifestatie van het Koninkrijk van God op aarde, zoals sommige van de geestelijken binnen het christendom wel hebben gedaan; doch als de Verenigde Naties dan werkelijk het ‘walgelijke ding’ zijn uit de profetie, zoals Jehovah’s Getuigen geloven, draagt het constante aandeel van het Wachttorengenootschap in het vergoelijken van elke uiting ervan dan niet bij tot het verheerlijken van een ‘verwerpelijk afgodsbeeld’, zoals Jehovah dit uitdrukte?

Het feit blijft overeind dat het Wachttoren Bijbel- en Traktaatgenootschap zich als een bereidwillige politiek partner heeft opgesteld door middel van zijn agentschap van Satans wereld, en het overvloedige bewijs ervan getuigt van het feit dat de organisatie op onderdanige en volgzame wijze aan de verplichtingen van deze samenwerking tegemoet is gekomen.

Behalve dat heeft het Wachttorengenootschap in zijn dienst aan de Verenigde Naties het gebruik van zowel menselijke als materiële middelen die exclusief aan Jehovah God toebehoren misbruikt.

Volgens het oordeel van Jehovah komen deze feiten neer op geestelijke hoererij, afgoderij en afvalligheid. Er worden onvermijdelijke consequenties verbonden aan zulke extreme vormen van goddeloosheid.

In de uitgave van de Wachttoren van 15 september 1951 pochte het Wachttorengenootschap over de kwestie dat Jehovah’s Getuigen hadden ‘geweigerd om een partnerschap aan te gaan met de walgelijke Volkenbond of de Verenigde Naties’.

O, wat is de situatie veranderd!

Geen wonder dat Jehovah uiting gaf aan zijn eigen teleurstelling en verbazing over de betreurenswaardige huichelarij van zijn georganiseerde volk, waarover Hij in Jesaja 1:21 zei: ‘O hoe is de getrouwe stad tot een prostituee geworden!

In het licht van hetgeen het Wachttorengenootschap zelf heeft beoefend waarvoor het zelf tevens het christendom krachtig heeft veroordeeld, kan beter worden begrepen waarom Jehovah al lange tijd geleden het volgende heeft laten optekenen in Ezechiël 7:27: ‘Naar hun gedrag zal ik jegens hen handelen, en met hun oordelen zal ik hen oordelen; en zij zullen moeten weten dat ik Jehovah ben.