“En in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat nooit te gronde zal worden gericht…Het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken, en zelf zal het tot onbepaalde tijden blijven bestaan…”

-Daniël 2:44-

 

Het beeld van Nebukadnezar en het vuur uit de hemelenDaniël is een van de meest intrigerende en diepzinnige profetische boeken in de Bijbel. In principe werd aan Daniël een korte inkijk gegeven van de progressie ten aanzien van de primaire wereldmachten, beginnende bij het Babylonische Rijk tot aan het laatste koninkrijk dat voorbestemd is om direct door het Koninkrijk der hemelen te worden overwonnen. Daniël heeft niet slechts het voorrecht gehad om de profetische visioenen alleen maar op te tekenen. Daniël en zijn drie Hebreeuwse metgezellen hebben rechtstreeks deelgenomen aan een serie profetische drama’s; en terwijl zij dit deden, kregen zij daarbij informatie omtrent de voortekenen ten aanzien van Gods toekomstige handelingen gedurende de tijd van het einde.

In de openingsscène van het boek Daniël worden echter niet aan ons voorgesteld de machtige monarch van Mesopotamië of Nebukadnezar, maar drie nederige Hebreeuwse gevangenen in Babylon. Hun namen waren Hananja, Misaël en Azarja, beter bekend onder hun Babylonische namen: Sadrach, Mesach en Abednego. De drie Hebreeën, samen met Daniel, die schijnbaar hun oudere woordvoerder was, waren prinsen die behoorden tot de elite van de Joodse samenleving, en tevens tot de eerste golf van ballingen die werden gedeporteerd naar Babylon voordat Jeruzalem volledig werd vernietigd.

Blijkbaar was het beleid van Nebukadnezar om personen van adellijke geboorte uit de koninkrijken die onder zijn heerschappij kwamen te vallen te onderwijzen in de cultuur en gebruiken van Babylon. Vervolgens konden deze personen worden ingezet om te dienen als regeringsvertegenwoordigers en eventueel ook als vertalers, of zelfs als gouverneurs, gezanten en raadslieden van de koning zelf.

Het leertraject hield dus in dat deze gevangenen werden ondergedompeld in de religie en de cultuur van Babylon. De Hebreeën ondergingen zelfs de vernedering dat zij nieuwe Chaldeeuwse namen toegewezen te kregen. Dit was des te vernederender gezien het feit dat veel Hebreeuwse namen religieuze en vaak ook zelfs een profetische betekenis hadden. De naam Hananja betekent bijvoorbeeld: ‘Jehova heeft gunst betoond.’ De naam Misaël, een variant van Michael, betekent: ‘Wie is als God?’ Azarjra betekent: ‘Jehovah heeft geholpen.’ Het feit dat zij nieuwe Babylonische namen kregen toegewezen heeft geresulteerd in het feit dat de vorsten van Juda hun identiteit als Jehovah’s getuigen werd afgenomen. Wat Daniël betreft verklaarde Nebukadnezar rechtstreeks aan Daniël dat hij werd omgedoopt tot Beltsazar, ‘naar de maan van zijn god’ (Daniël 4:8).

Maar hoewel ze gevangen waren in een ver land, werden ze in werkelijkheid behandeld als vorsten. Zij werden gevoed aan de koninklijke tafel. Dit confronteerde hen echter wel met een probleem. Dit betekende dat het koninklijke voedsel dat aan hen werd opgediend ook voedsel omvatte dat door de Joodse wet werd afgekeurd. Dus dit had tot gevolg dat Daniël en zijn broeders vastbesloten waren om zichzelf niet te verontreinigen met de wijn van Babylon en de delicatessen die gebruikelijk waren binnen het hof van de koning. Daniël stond erop dat zij in plaats daarvan louter groenten en water kregen opgediend. Hoewel hun toezichthouder zich zorgen maakte ten aanzien van hun gezondheid welke naar aanleiding van dit dieet daaronder zou kunnen gaan lijden, bleek echter na een proefperiode van 10 dagen dat Daniël en zijn vrienden aan het eind van deze testperiode gezonder oogden dan hun tegenhangers die wel van de wijn en het voedsel van de koning aten en dronken. Als gevolg van het feit dat zij hun vertrouwen richtten op Jehovah, zegende God hen ook: ‘En wat deze kinderen, die vier, betreft, hun gaf de ware God kennis en inzicht in alle schrift en wijsheid; en Da̱niël zelf had verstand van allerlei visioenen en dromen’ (Daniël 1:17).

Vraag: Wat hebben de profetieën uit Daniël, Ezechiël en Openbaring met elkaar gemeen?

Antwoord: Daniël, Ezechiël en de apostel Johannes bevonden zich alle drie in gevangenschap onder dezelfde natiën die onderdeel vormen van het samengestelde wilde beest uit de profetie, ten tijde van het moment waarop Jehovah zijn profetische boodschappen aan hen openbaarde. Nu dit het geval blijkt te zijn, moeten Daniël en de vorsten uit het koninklijke gebied van de stad van Jehovah die gevangen werden genomen en naar Babylon werden afgevoerd, een duidelijke voorafschaduwing symboliseren met betrekking tot de wijze waarop de vorsten van Christus die zich binnen de heilige plaats bevinden voorbestemd zullen zijn om in gevangenschap te worden gebracht onder de achtste koning en zullen worden onderworpen aan de autoriteit van de hoer van Babylon uit Openbaring, waarin wordt gesteld dat zij zal zitten op het symbolische wilde beest gedurende de periode van het laatste oordeel. Dat zal zijn wanneer de profetieën zullen worden ontzegeld.

Uiteindelijk brak de tijd aan waarop zij zich dienden te verantwoorden, om ten overstaan van de koning te worden geoordeeld. En het verslag vertelt over hen: ‘En na verloop van de dagen waarvan de koning gezegd had hen te brengen, bracht de overste der hofbeambten hen vervolgens ook voor Nebukadne̱zar. En de koning ging met hen spreken, en onder hen allen werd er niet één gevonden gelijk Da̱niël, Hana̱nja, Mi̱saël en Aza̱rja; en zij stonden voortaan voor het aangezicht van de koning. En wat elke zaak van wijsheid en verstand betreft waarover de koning hen ondervroeg, hij bevond ten slotte zelfs dat zij tienmaal beter waren dan alle magie-beoefenende priesters en de bezweerders die er in heel zijn koninklijke gebied waren’ (Daniël 1:18-20).

Daniël, Hananja, Misaël en Azarja waren getrouw in het kleinste, in dit geval hun naleving van de beperkingen naar aanleiding van de spijzenwet van Mozes. En Jehovah beloonde hen ook voor hun gehoorzaamheid ten aanzien van deze kwestie, waardoor zij werden gezegend met meer wijsheid dan alle Chaldeeuwse raadslieden van de koning. Echter zouden zij worden blootgesteld aan nog veel grotere beproevingen die over hen zouden worden gebracht – een serieuze beproeving van hun integriteit, waarbij zij zelfs hun eigen leven in de waagschaal moesten stellen.

De getrouwheid van de Hebreeuwse vorsten gedurende een beproevingsperiode vormt een voorafschaduwing van de periode waarin christenen zullen moeten weigeren om zich te laten verontreinigen met de wijn van Babylon de Grote gedurende hun gevangenschap. En hoewel zij niet in letterlijke cellen werden opgesloten, werden de gevangengenomen Joden onderworpen aan ‘tien dagen verdrukking’ waarvan in Openbaring een parallel kan worden gevonden, waar Jezus de gemeente Smyrna waarschuwde: ‘Zie! De Duivel zal voortgaan sommigen van U in de gevangenis te werpen, opdat GIJ volledig op de proef wordt gesteld en opdat GIJ tien dagen verdrukking hebt. Bewijs dat gij getrouw zijt, zelfs tot de dood, en ik zal u de kroon des levens geven.’

Zoals het Genootschap op juiste wijze heeft onderscheiden, wordt in de profetie het getal 10 gebruikt als symbool van de aardse volledigheid. Ten aanzien van de beproevingsperiode van 10 dagen symboliseert dit hoe de aardse leden van de gezalfde gemeente van Christus uiteindelijk Jehova’s doelstelling ten aanzien van hen zal vervullen, voordat zij deze aarde zullen verlaten voor hun hemelse beloning en volledig zullen worden beproefd.

Het feit dat er werd bevonden dat zij ‘zelfs tienmaal beter waren dan alle magie-beoefenende priesters en de bezweerders die er in heel zijn koninklijke gebied waren’ is een voorteken van de wijze waarop de wijsheid van deze wereld tot niets zal worden gebracht zodra de zonen van het Koninkrijk uiteindelijk vervuld zullen worden met alle wijsheid en geestelijk verstand in verband met de manifestatie van Christus door middel van hen.

Als gevolg van het feit dat werd geconstateerd dat zij geschikter bleken te zijn dan hun niet-Joodse tijdgenoten, werd Daniël aangesteld als een permanente raadsman voor het hof van de koning, en daarnaast werden zijn drie Hebreeuwse metgezellen aangesteld ‘over het bestuur van de provincie Babylon’. Deze ontwikkeling voorafschaduwt op passende wijze hoe de uitverkorenen ten overstaan van de koningen en gouverneurs zullen worden gebracht in de periode van het eind van het samenstel van dingen, om hun een grondige getuigenis te geven, zoals Jezus Christus voorspelde; en niemand zal in staat zijn om zich tegen hen staande te houden, zoals ook werd uitgebeeld door Stephanus tijdens zijn dramatische laatste getuigenis ten overstaan van het Joodse hooggerechtshof.

‘EEN GOD DIE DE ONTHULLER VAN GEHEIMEN IS’

Het gordijn werd opgehesen tijdens de tweede scène van het profetische drama met Nebukadnezar, die zich in een extreem beroerde staat bevond als gevolg van een droom die hij had gehad, of misschien zelfs wel een reeks dromen. De reden waarom de koning zo verontrust was, was dat het geen gewone droom was. De God der hemelen had een levendig visioen in zijn geest geïmplanteerd – ontstellende beelden die hij zelfs niet van zich af kon schudden toen hij uit zijn slaap ontwaakte.

De mate waarin Nebukadnezar door het visioen werd geroerd, kan beter worden begrepen in het licht van het feit dat de meeste mensen destijds zeer bijgelovig waren, en dit gold in het bijzonder ten aanzien van de machthebbers. Zij richtten hun vertrouwen ten zeerste op het kunnen verklaren van voortekenen, het ontcijferen van dromen, en zij namen zeer gewichtige beslissingen op basis van occulte praktijken met betrekking tot waarzeggerij. Bijvoorbeeld, toen het binnenvallende leger van Nebukadnezar een wegsplitsing op hun route tegenkwam, waarvan het ene pad naar Jeruzalem zou leiden en waarvan het andere pad om Jeruzalem heen zou leiden, nam de bevelhebber van ’s werelds machtigste leger uit die tijdsperiode een strategische militaire beslissing welke was gebaseerd op waarzeggerij. In het verslag van Ezechiël 21:21 staat: ‘Want de koning van Ba̱bylon stond stil op de tweesprong, aan het boveneinde van de twee wegen, om zijn toevlucht te nemen tot waarzeggerij. Hij heeft de pijlen geschud. Hij heeft gevraagd met behulp van de terafim; hij heeft de lever bezien.

Tijdens deze specifieke aangelegenheid heeft Jehovah ervoor gezorgd dat de voortekenen welke de priesters voor hun koning moesten interpreteren richting Jeruzalem zouden uitwijzen. Het punt is echter dat de magie-beoefenende priesters en bezweerders over een enorm grote invloed binnen het koninkrijk beschikten, wat ertoe leidde dat de verontruste koning op haastige wijze al zijn wijze mannen bijeenriep, met inbegrip van de Chaldeeuwse bezweerders binnen zijn hofhouding, om hen te raadplegen over zijn verontrustende droom. Echter richtte de sluwe koning een hoogst ongebruikelijk verzoek aan zijn wijze mannen. In plaats van vooraf de Chaldeeuwse magiebeoefenaars te vertellen dat hij een droom had gehad, om hen in de gelegenheid te stellen om hem zo diverse aannemelijke verklaringen aan te reiken, eiste Nebukadnezar van hen dat zij hem eerst vertelden wat hij precies had gedroomd, en indien zou blijken dat zij in staat zouden zijn geweest om dit te doen, dan had de koning geweten dat hun interpretatie ervan betrouwbaar zou zijn geweest.

Begrijpelijkerwijs reageerden de Chaldeeërs door te zeggen: ‘Er bestaat geen mens op het droge land die in staat is de zaak van de koning duidelijk te maken, aangezien geen groot koning of machthebber iets dergelijks van enige magie-beoefenende priester of bezweerder of Chaldeeër gevraagd heeft. Maar hetgeen de koning zelf vraagt, is moeilijk, en niemand anders bestaat er die het voor het aangezicht van de koning duidelijk kan maken behalve de goden, wier eigen woning volstrekt niet bij het vlees is.’

De raadslieden van de koning spraken de waarheid. Wat de koning van Babylon hen vroeg te doen, was menselijkerwijs onmogelijk om te doen. Alleen een god zou Nebukadnezar kunnen vertellen wat hij had gedroomd – of nog specifieker: alleen de ware God. Desalniettemin werd de koning zo ontzettend woedend vanwege hun falen ten aanzien van het feit dat zij niet in staat bleken om de koning te bieden wat hij van hen vroeg dat hij als gevolg het bevel gaf om al deze wijze mannen, astrologen en magie-beoefenende priesters in zijn hofhouding ter dood te brengen – en niet slechts alleen gedood, als zij niet in staat waren om de droom van hun koning te kunnen vertellen, zouden zij in stukken worden gesneden en ook zouden hun huizen worden verbouwd tot openbare toiletten! En omdat de vier Hebreeuwse vorsten ook werden geassocieerd met het koninklijk hof van raadslieden, werden zij ook geconfronteerd met een zekere dood.

Toen Daniël zich bewust was van de ernst van de situatie waarin zij zich bevonden, richtte hij onmiddellijk een verzoek aan de koning voor uitstel van executie, niet slechts alleen voor zichzelf, maar ook voor alle wijze mannen van Babylon. Dankzij de genade van Jehovah werd dit verzoek ingewilligd. Daniël richtte vervolgens een smeekbede tot Jehovah, zijn God. In een nacht kort daarna, toen Daniel zich in een diepe slaap bevond, fluisterde de God der hemelen hem het geheim in, door middel van een droom. Daniël bedankte Jehovah vanuit het diepst van zijn hart en haastte zich naar het paleis om de verbijsterde koning te openbaren wat hij had gedroomd, en behalve dat voorzag hij hem ook nog van de betekenis ervan.

Als een nederige dienaar van God maakte Daniël duidelijk dat de reden waarom hij in staat was om deze dingen uit te leggen, niet was vanwege zijn eigen wijsheid, maar dat dit werd mogelijk gemaakt dankzij diegene waar Daniel naar verwees als ‘de Heer der koningen’; dat het feit dat hij deze zaken aan de koning bekendmaakte, niet te danken was aan zijn eigen wijsheid. Nebukadnezar zelf erkende vervolgens ook de suprematie van Daniëls God door te zeggen: ‘Waarlijk, de God van ulieden is een God der goden en een Heer der koningen en een Onthuller van geheimen, want gij hebt dit geheim kunnen openbaren.

Jehovah heeft dat specifieke moment in de geschiedenis uitgekozen om zichzelf voor een bepaalde reden een plaats toe te eigenen binnen deze menselijke affaires. In het verslag staat dat Nebukadnezar zijn buitengewone droom in het tweede jaar ontving. Dit heeft echter geen betrekking op het tweede jaar van de regeringsperiode van Nebukadnezar, maar op het tweede jaar nadat de heerser Jeruzalem had vernietigd en daarbij de tempel van Jehovah had geplunderd. Omdat Jeruzalem was gereduceerd tot een smeulende ruïne en omdat de ark van het verbond zich waarschijnlijk bevond tussen de heilige schatten die naar Babylon waren verplaatst als trofee van hun triomfantelijke militaire expeditie, en omdat de vorsten van de heilige plaats zich in gevangenschap in het land van Marduk bevonden, en omdat het erop leek dat de door God aangewezen troon van David uit het bestaan vernietigd dreigde te worden, en bijna alle volken en natiën in de regio waren onderworpen aan de koning van Babylon, was Nebukadnezar daadwerkelijk geworden tot de koning der aardse koningen – met inbegrip van de koningen waarover eens werd gezegd dat zij zetelden op Jehovah’s troon. Het staat bol van profetische significantie dat Jehovah de ‘Onthuller van geheimen’ werd in de nasleep van de vernietiging van zijn aardse troon en zijn heilige tempel. Want met betrekking tot een grotere vervulling van de profetie zal, gedurende de tijd van het einde, precies dezelfde Onthuller van geheimen alles wat nu nog verborgen is ontzegelen.

Daniël onthulde aan Nebukadnezar dat het gouden hoofd van het verschrikkelijke beeld de koning van Babylon zelf vertegenwoordigt. Maar het doel van de droom was, zoals Daniël zei: ‘[…] een Onthuller van geheimen… hij heeft koning Nebukadne̱zar bekendgemaakt wat er in het laatst der dagen zal geschieden’ (Daniël 2:28).

Hoewel het gouden kroon dragende hoofd dat Nebukadnezar symboliseert het meest prominente kenmerk van het beeld is, zal het echter ‘in het laatst der dagen’ zijn wanneer de uiteindelijke vervulling van de droom werkelijkheid zal worden, en zal leiden tot een hoogtepunt waarbij het hele menselijke politieke systeem zal worden verwoest, om vervolgens vervangen te worden door het hemelse Koninkrijk.

Wat het tweede hoofdstuk van Daniël betreft, vertegenwoordigt de metaalachtige kolos met het hoofd van goud en ondersteund door voeten van ijzer en leem een enkel samengesteld koninkrijk dat uiteindelijk door de steen zal worden verbrijzeld en niet door menselijke handen uitgehouwen zal worden.

Aangezien het metalen beeld in omgekeerde volgorde lijkt te zijn afgebeeld, met voeten van ijzer en klei waarop het hele beeld rust, en een vertegenwoordiging is van alle recente machten, is de logische vraag dan ook: wat vertegenwoordigt het beeld zelf? Zoals werd behandeld in een vorig hoofdstuk, bleek aan de hand van Openbaring hoofdstuk 17 dat er een achtste koning zal komen die zal voortkomen uit de zeven. Dus de Anglo-Amerikaanse koning blijkt niet de laatste koning te zijn. Hij zal een opvolger krijgen die gedurende één profetisch uur zal mogen regeren. Het totale beeld, met zijn hoofd van goud, dat Daniël specifiek interpreteerde als de symbolisering van koning Nebukadnezar zelf, moet dus wel de achtste en laatste koning vertegenwoordigen.

Dat Nebukadnezar het laatste koninkrijk vertegenwoordigt, wordt duidelijk gemaakt in de profetie van Jesaja, en specifiek de hoofdstukken 13-14, waar de koning van Babylon wordt uitgebeeld als de laatste van alle bokachtige heersers van de aarde, welke zelfs niet eens een eerbare begrafenis ontvangt, zoals bij zijn voorgangers wel het geval was. In plaats daarvan zal zijn stoffelijke overschot op de aarde worden gelaten zoals een geslacht beest, net zoals Openbaring het overwonnen laatste koninkrijk der aarde afbeeldt tijdens de nasleep van de oorlog van Armageddon.

‘GEWORPEN IN DE BRANDENDE VUUROVEN’

Het derde hoofdstuk van Daniël opent met Nebukadnezar, die alle vertegenwoordigers uit zijn grootse koninkrijk bijeenroept, om zich op de vlakte van Dura te verzamelen. Met groots bombarie en door middel van een uitbundige ceremonie werd de gouden obelisk op de vlakte van Dura ingewijd. Het verslag luidt: ‘En de heraut riep luidkeels: “Tot U wordt gezegd, o volken, nationale groepen en talen, dat GIJ op het moment dat GIJ het geluid van de hoorn, de schalmei, de citer, de driehoekige harp, het snaarinstrument, de doedelzak en allerlei muziekinstrumenten hoort, neervalt en het gouden beeld aanbidt dat koning Nebukadne̱zar heeft opgericht…’

Volgens de afmetingen uit het boek Daniël was het beeld meer dan 30 meter hoog. Zonder twijfel kan worden aangenomen dat het glinsterende gouden afgodsbeeld een indrukwekkend gezicht moet zijn geweest in het felle zonlicht, dat bedoeld was om een overweldigend gevoel van ontzag te wekken bij degenen die het aanschouwden. Echter was de aanbidding ervan niet optioneel. Naar aanleiding van het koninklijk besluit werd een ieder die daar aanwezig was bevolen om voor het beeld neer te buigen. Nebukadnezar beval zelfs dat een ieder die niet neer zou buigen om het gouden beeld te aanbidden in een brandende vuuroven geworpen zou worden.

Het is opmerkelijk dat Openbaring 13:18 ons erop wijst dat het merkteken van het beest het nummer van een mens is – een enkele mens. Wie is deze ‘mens’? Natuurlijk bestaan er vele meningen ten aanzien van deze mens, waarbij men denkt aan verschillende religieuze en politieke figuren waarover wordt vermoed dat zij de antichrist zijn. Echter bestaat er geen reden om ten aanzien van deze kwestie in het wilde weg te speculeren. Het betreffende vers dat betrekking heeft op het ‘nummer van een mens’, spoort hen die zichzelf beschouwen als uitleggers aan om hun wijsheid en intelligentie te gebruiken om zodoende de betekenis van het raadselachtige getal 666 te berekenen. Als het laatste profetische boek van de Bijbel is Openbaring geschreven, voortbordurend op de taal, geschiedenis en symbolieken welke eerder in de Schrift werden opgenomen, met name Daniël. Nu dit het geval blijkt te zijn, dient men zich, om het mysterie van het merkteken van het beest op intelligente wijze te kunnen ontcijferen, tot de Hebreeuwse profeten te richten.

De Babylonische wereldmacht die in de profetie wordt beschreven, zal de val en de ondergang van alle natiën bewerkstelligen. Het 14de hoofdstuk van Jesaja verwijst naar Babylon als degene die de hele wereld zal tiranniseren. Jesaja 14:6 beschrijft bijvoorbeeld Jehovah’s ultieme oordeel dat hij over Babylon zal brengen, en zegt: ‘degene die volken sloeg in verbolgenheid met een slaan zonder ophouden, degene die in louter toorn natiën onderwierp met een vervolging zonder beteugeling.’ In de verzen 12-17 wordt Babylon beschreven als een mens, een individu, die probeert om zichzelf te verheffen boven de sterren van God. Het 16de vers zegt: ‘Is dit de man die de aarde in beroering bracht, die koninkrijken deed schudden?

Interessant genoeg blijkt dat de afmetingen van het beeld dat Nebukadnezar had opgericht 60 x 6 el was. Het lijkt erop dat de mens wiens getal aan het beeld van het beest van Openbaring verbonden is niemand anders blijkt te zijn dan Nebukadnezar zelf. Nebukadnezar wordt ook op gepaste wijze gesymboliseerd als het hoofd van goud op het beeld dat uiteindelijk door de koninkrijkssteen zal worden vernietigd.

Koning Nebukadnezar typeert het absolute soort suzerein tot welke de achtste en laatste koning zal worden gedurende het laatste uur, wanneer alle mensen der natiën gedwongen zullen worden om de staat en al de koningen die aan hem onderworpen zijn te aanbidden.

Vanwege het enorme bereik van het immense Babylonische koninkrijk beeldt de massale bijeenkomst van zijn vertegenwoordigers uit alle jurisdictiedistricten en taalgroepen de wereldregering uit die zal worden opgericht zodra de achtste koning aan de macht zal komen. De achtste koning zal op doeltreffende wijze de hele wereld van de mensheid aan zich onderwerpen, net zoals Nebukadnezar dit op een figuurlijke wijze heeft gedaan. In dat opzicht was het gouden beeld dat op de Vlakte van Dura werd opgericht een voorloper van het beeld van het beest dat in Openbaring werd gepresenteerd. De situatie zal zonder twijfel vergelijkbaar zijn. Volkeren van over de hele wereld, en met name de aanbidders van Jehovah, zullen uiteindelijk worden geconfronteerd met het ultimatum om de staat te aanbidden of om te sterven!

Aangezien onze liefde voor God wordt uitgedrukt door onze gehoorzaamheid aan hem, vormt ieder compromis ten aanzien van onze gehoorzaamheid een daad van afgoderij – vanwege het eren van iemand anders of iets anders, in plaats van God. Het drama op de Vlakte van Dura vormt een voorafschaduwing van hoe Satan zal proberen om alle aanbidders van Jehovah te dwingen om God niet te gehoorzamen, waardoor zij zich feitelijk schuldig maken aan afgoderij.

Stel u eens voor hoe het eruit zou hebben zien toen de duizenden mannen, misschien zelfs tienduizenden, tegelijkertijd zich ter aarde wierpen ten overstaan van het beeld, terwijl de ceremoniële muziek werd afgespeeld -ongetwijfeld op een wijze welke veel van de moslims vandaag de dag nog steeds doen wanneer zij door hun mullahs tot gebed worden opgeroepen. En daar stonden plots drie eenzame Hebreeën, opzichtig rechtop, te midden van de menigte. Hananja, Misaël en Azarja stonden voor Jehovah’s exclusieve aanbidding – letterlijk!

En toen zij vervolgens recht voor de woedende koning moesten komen staan, omdat zij zijn uitdrukkelijke bevel hadden getart, hebben de drie Hebreeën op ondubbelzinnige wijze luidkeels verklaard dat zij geen enkele van de Babylonische goden zouden dienen, noch zouden zij voor het gouden beeld van de koning buigen. Vervolgens gaf Nebukadnezar het bevel om de vuuroven zeven keer heter op te stoken dan normaal gebruikelijk was, en dat de drie mannen in het gloeiende vuur dienden te worden geworpen. De vlammen waren zo intens heet dat de bewakers die hen hadden vastgebonden en hen in de vlammen moesten werpen degenen waren die omkwamen. Maar ziedaar! Nebukadnezar kon zijn ogen niet geloven ten aanzien van wat hij daar in het midden van de vurige oven zag. De drie Hebreeën stonden in het midden van de brandende vuurzee, terwijl zij in gesprek waren met iemand die Nebukadnezar beschreef als een zoon van de goden.

Uiteraard zijn alle Jehovah’s Getuigen bekend met dit verslag, en elk kind dat ooit naar de zondagsschool is gegaan heeft waarschijnlijk ook wel van het verhaal gehoord. Echter moet worden afgevraagd of het zomaar een verhaal betreft dat enkel een morele les leert, of vormt het verhaal een voorbode ten aanzien van een gebeurtenis welke nog niet eerder werd aanschouwd?

In feite heeft Jehovah op dat moment een buitengewoon wonder laten plaatsvinden, maar het meest intrigerende aspect uit het verslag is de verschijning van de vierde man in de oven. Jehovah had de drie Hebreeën net zo gemakkelijk kunnen redden zonder dat één van de zonen Gods zichzelf hoefde te openbaren.

Dus wat is dan de achterliggende betekenis van zijn verschijning te midden van dit drama?

Degene die door Nebukadnezar werd beschreven als hij die lijkt op een zoon van de goden, kan niemand anders zijn dan de Zoon van God zelf – Jezus Christus. Hoe kunnen we hier zeker van zijn?

In Daniël 10:21 heeft een engel de profeet erover geïnformeerd dat Michaël optrad als ‘de vorst van ulieden’ –‘ulieden’, wat refereert naar de Joden. Dus zonder enige twijfel kunnen we hieruit opmaken dat het Michael was die in de vlammende oven verscheen te midden van de drie Hebreeën.

Maar hoe zouden we dan het verband kunnen leggen met Jezus?

Daniël 12:1 zegt verder: ‘En gedurende die tijd zal Mi̱chaël opstaan, de grote vorst die staat ten behoeve van de zonen van uw volk. En er zal zich stellig een tijd van benauwdheid voordoen zoals er niet is teweeggebracht sedert er een natie is ontstaan tot op die tijd…

Niet alleen was Michael – ook bekend als de aartsengel – de beschermende vorst van de oude Israëlitische natie, hij is ook de ‘grote vorst’ die gedurende de grote verdrukking namens de christenen zal optreden; welke, zoals Jezus ook zei, een tijd van benauwdheid zal zijn zoals nog nooit eerder is voorgekomen, en een tijd waarin alle uitverkorenen door de heilige engelen van God zullen worden verzameld.

Gezien het Griekse woord parousia letterlijk betekent ‘een naast komende’ is de komst van de grote prins, Michael de aartsengel, naast de ten dode opgeschreven Hebreeërs in de vurige oven een drama met een vergelijkbare situatie welke uitbeeldt hoe de uitverkorenen zullen worden gedood tijdens het hoogtepunt van de parousia, omdat zij het merkteken van het beest niet zullen accepteren. Echter zal hun martelaarschap rechtstreeks resulteren in hun onmiddellijke transformatie, in een oogwenk, naar het exacte evenbeeld van de Zoon van God zelf.

De drie Hebreeën in de vuuroven dienen als voorbode ten aanzien van de verheerlijking van de heiligen.

Het feit dat Hananja, Misaël en Azarja niet eens door de vlammen werden verschroeid, beeldt de onsterfelijkheid uit die onmiddellijk aan de uitverkorenen zal worden geschonken, waardoor zij niet langer onderworpen zullen zijn aan de dood zelf. Of zoals Jezus het verwoordde: ‘En wordt niet bevreesd voor hen die het lichaam doden maar de ziel niet kunnen doden.’

Niet zonder toeval verwijst de apostel Paulus in 1 Thessalonicenzen 4:15-17 naar de opstanding van de levende heiligen tijdens de parousia, zoals die zal plaatsvinden wanneer Christus vanuit het hemelse gebied zal afdalen met de bevelende stem van een aartsengel.

(Het verslag uit Daniël verklaart niet waarom Daniël niet aanwezig was tijdens de inauguratie van het beeld en ook niet waarom hij vervolgens niet in de vurige oven werd geworpen samen met zijn Hebreeuwse metgezellen. Echter bleek dat na de val van Babylon Daniël in dienst bleef van Darius en dat hij werd benoemd tot een van de drie gevolmachtigde heersers over 120 satrapen. Gedreven door afgunst werd er een samenzwering aangewakkerd door de satrapen om van Daniël af te komen. Als gevolg van het succes van de samenzweerders werd Daniel in een leeuwenkuil gegooid. Normaal gesproken zou dit een zekere dood hebben betekend, maar zoals Daniel opmerkte, stuurde God zijn engel om de monden van de uitgehongerde leeuwen te sluiten. En in plaats daarvan liet de koning de samenzweerders in de leeuwenkuil werpen, waarna zij onmiddellijk werden verslonden. Deze gebeurtenis lijkt een parallel te vormen met de gebeurtenis waarbij de drie Hebreeën in de vurige oven werden gegooid en de verplettering van de heiligen vanwege het feit dat zij zullen weigeren om hun ​​eerbetoon aan de laatste koning te geven, terwijl zij op dat moment ook als plaatsvervangende heersers van het koninkrijk zullen optreden, en van de wijze waarop God dan ook de tafels zal omdraaien en vernietiging zal brengen over diegenen die zich tegen hen keren.)

‘HAKT DE BOOM OM EN KAPT ZIJN GROTE TAKKEN AF’

De vierde scène wordt geopend met koning Nebukadnezar, die nog een andere droom heeft; deze keer verzoekt hij echter zijn magie-beoefenende priesters niet om hem zijn droom te verklaren. Nadat zijn raadslieden geen bevredigende interpretatie konden bieden, riep de koning direct het hoofd van zijn magie-beoefenende priesters bij zich: Daniël.

Koning Nebukadnezar had een droom over een enorme boom die vanwege Gods bevel werd omgekapt, en de stam van de boom werd zeven keer met een band van ijzer omwikkeld, waarna de band weer werd verwijderd, waardoor de stronk weer verder kon groeien.

Daniël werd geïnspireerd om de droom te kunnen interpreteren, waarna hij de betekenis op koning Nebukadnezar toepaste. Zijn koningschap zou worden omgekapt en hij zou gedurende zeven letterlijke jaren als een wild beest van het veld leven, waarna hij na afloop van deze periode weer op zijn troon zou worden hersteld.

Het doel van deze les was om aan Nebukadnezar en alle betrokkenen duidelijk te maken dat Jehovah de enige heerser is in het koninkrijk van de mensheid en dat niemand anders hem succesvol zou kunnen tegenstaan of in staat zal zijn om hem te verhinderen zijn wil te volbrengen. God is zelf volledig in staat om de laagste mens uit de mensheid te verheffen tot aan de hoogste positie. In dit geval werd Nebukadnezar de laagste uit de mensheid, een soort van virtuele grasetende weerwolf, als een soort half-man, half-beest. Echter leerde de hoogmoedige koning deze belangrijke les en erkende vervolgens dat de God van Daniël de Oppermachtigste is.

Er zijn sinds de tijd van Nebukadnezar vele arrogante en goddeloze heersers aan de macht geweest, waarbij geen van hen was verootmoedigd vanuit de hemel. Zoals eerder werd vermeld, is de reden waarom God zich heeft gemengd in de affaires van de koning van Babylon om zodoende zijn soevereiniteit te doen gelden, vanwege het feit dat de stad waar Jehovah zijn naam had gezeteld – dat wil zeggen, Jeruzalem – door Nebukadnezar was vernietigd. Daarom was het noodzakelijk om aan te tonen dat Babylon simpelweg het aardse middel was dat Jehovah had gebruikt om zijn doelstelling te vervullen.

Er staat zonder enige twijfel vast dat de enorme boom die werd omgehakt in ieder geval kan worden toegepast op het Joodse koninkrijk dat Nebukadnezar had omgehakt. Echter wordt hier in de context geen melding van gemaakt.

Weliswaar is het een feit dat de omgehakte boom opnieuw verder zal groeien, wat samenvalt met het feit dat Jezus met een takje wordt vergeleken dat voortkomt uit de stam van Isaï/Jesse, de vader van koning David. En er heerst geen twijfel over dat de troon van David zal worden hersteld zodra Jezus tot koning zal worden gekroond.

Maar hoe zit het dan met de zeven tijden?

Enkele decennia voor het moment waarop het Wachttorengenootschap ten tonele kwam, ontstonden de Milleriet-beweging, waarna vervolgens diverse adventistische sekten ontstonden, die verschillende chronologische berekeningen voortbrachten, gebaseerd op de zeven tijden uit de droom van Nebukadnezar. Charles Russell erkende de berekeningen met betrekking tot de zeven tijden en combineerde de Bijbelse chronologie met de occulte piramidologie uit die tijdsperiode, om vervolgens uit te komen op de datum van 1914 als het jaar waarin de zogenoemde tijden der heidenen zouden eindigen en waarop het koninkrijk van Israël aan Christus zou worden overgedragen. (Denk hierbij ook aan de piramide naast het graf van Russel.)

Maar zoals reeds in een vorig hoofdstuk werd vastgesteld, bestaat er gewoonweg geen rechtvaardiging voor de veronderstelling dat de vastgestelde tijden der natiën betrekking hebben op de oorspronkelijke vernietiging van Jeruzalem door Nebukadnezar. De context van de profetie van Jezus heeft duidelijk betrekking op de verwoesting van de heilige plaats die zou plaatsvinden voordat de generatie van de oorspronkelijke discipelen van Christus zou komen te overlijden.

De profetie van zowel Daniël als Openbaring maakt geen melding van het feit dat ook de meeste Hebreeuwse profeten hebben voorspeld dat de heiligen van het nieuw op te richten Koninkrijk aan de vooravond staan om door de laatste koning te worden vertreden gedurende een bestemde tijd, twee tijden, en een halve tijd, en dat het wilde beest zal proberen om te verhinderen dat Gods vastgestelde tijden en seizoenen ten aanzien van het eind van het huidige samenstel van dingen zullen worden voltooid.

Hoewel veel van de Jehovah’s Getuigen zich ongetwijfeld zeer aangetrokken voelen tot de chronologische berekeningen van het Wachttorengenootschap, is het verstandig om rekening te houden met het feit dat God het zal toestaan dat een misleidende invloed zijn werk zal doen te midden van zijn volk, welke is gericht op het overtuigen van christenen, om hen te doen geloven dat de openbaring van Christus reeds heeft plaatsgevonden nog voordat de werkelijke parousia is begonnen. Men moet zich er echter absoluut van bewust zijn dat diegenen die deze misleidende leerstelling verkondigen ook in staat zullen zijn om op een sluwe en verraderlijke wijze deze leerstelling te onderbouwen door handig gebruik te maken van de Schrift, om zodoende hun leerstellingen kracht bij te zetten.

Nu we dit in gedachten houden, zou het wellicht ook zo kunnen zijn dat het Gods intentie was om de zeven tijden te laten dienen als zijnde een ongespecificeerde tijdsperiode, die voornamelijk moest dienen als basis voor de uiteindelijke uitwerking van deze misleiding, als zijnde een voorzorgsmaatregel waardoor het mogelijk zal worden dat Jezus Christus deze dwaling van haar wetteloze auteur zal blootleggen.

Uiteindelijk staat vast dat de betekenis van de zeven tijden niet volledig zal worden begrepen, totdat het boek van Daniël volledig zal worden ontzegeld gedurende de tijd van het einde.

Dat de droom over de boom primair werd toegepast op Nebukadnezar en het koninkrijk van Babylon wordt in het vijfde tafereel beklemtoond. Dat is het moment waarop de zoon of kleinzoon van Nebukadnezar, zo mogelijk, een feestmaal zal houden voor duizend van zijn vooraanstaanden, tijdens de periode waarin koning Beltsazar de gouden bekers en overige schatten welke uit het huis van Jehovah werden geplunderd aan zijn gasten tentoonstelde. Dat was het moment waarop de arrogante koning werd verschrikt, toen hij en zijn gasten getuige werden van een losse hand die plotseling verscheen en op de paleismuur begon te schrijven.

Daniël werd erbij gehaald, om vervolgens de raadselachtige woorden Mene, Mene, Tekel en Parsin voor de doodsbleke monarch te interpreteren. Daniël begon met een inleiding ten aanzien van zijn interpretatie door de koning ervan op de hoogte te stellen dat God zijn vader had vernederd, wat een les was die schijnbaar verloren was gegaan ten aanzien van zijn koninklijke nakomelingen. Gelijk aan het moment waarop Daniël tijdens deze noodlottige nacht van 5 op 6 oktober in het jaar 539 v.Chr. had gesproken, leidde Cyrus de Meden en de Perzen de machtige rivier Eufraat over om op een heimelijke wijze over te gaan tot de invasie van de verdoemde stad Babylon.

‘Het handschrift op de muur’ is sindsdien een gemeenschappelijke uitdrukking geworden met betrekking tot een onvermijdelijk noodlot. Uiteindelijk zal een achtste koning, die het antitype voorstelt van Babylon, slechts een korte tijd leven, om op soortgelijke wijze te worden geconfronteerd met een door God geschreven tekst op de muur, waarbij de uitverkorenen zullen dienen als Daniël-achtige vertolkers.

‘EEN ANDERE HOORN, EEN KLEINE REES DAARTUSSEN OP’

Daniël had al reeds de dromen van Nebukadnezar geïnterpreteerd met betrekking tot de metaalachtige kolos en de boomstam welke met een ijzeren band omwikkeld was, maar vanaf het 7de hoofdstuk kreeg de profeet zijn eigen dromen en visioenen ten aanzien van de dingen die in de toekomst zouden gaan gebeuren. Daniel voorzag in zijn visioen vier vreemde beesten die uit de zee oprezen, het ene na het andere.

De volgorde waarin deze beesten uit de zee zouden komen, komt overeen met de soorten metaal waaruit het grote beeld bestaat, dat rust op de voeten van ijzer en leem. Dit hebben de Jehovah’s Getuigen al sinds jaar en dag begrepen. Het is echter het vierde beest dat Daniël intrigeert, waardoor hij de engel verzoekt om hem meer informatie te verstrekken. Dit is wat de engel zei: ‘Wat het vierde beest aangaat, er is een vierde koninkrijk dat op de aarde zal komen, dat verschillend zal zijn van alle andere koninkrijken; en het zal heel de aarde verslinden en zal haar vertrappen en verbrijzelen. En wat de tien hoorns aangaat, uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan; en nog een ander zal er na hen opstaan, en hijzelf zal verschillend zijn van de eersten, en drie koningen zal hij vernederen. En hij zal zelfs woorden spreken tegen de Allerhoogste, en de heiligen van het Opperwezen zal hij voortdurend bestoken. En hij zal eropuit zijn tijden en wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden gegeven voor een tijd en tijden en een halve tijd. En het Gerecht zelf zette zich vervolgens neer, en zíȷ́n heerschappij nam men ten slotte weg, teneinde hem te verdelgen en hem totaal te vernietigen.

Het vierde beest, omschreven als ‘buitengewoon vreeswekkend en buitengewoon sterk’ – waarvan de tanden van ijzer waren en waarvan de klauwen van koper waren, dat verslond en verbrijzelde, en dat zelfs wat er overbleef met zijn poten vertrad – is zeer zeker anders te noemen dan de andere beesten. Een van de kenmerken die het beest anders maken dan de overige beesten, is niet enkel zijn wreedheid en zijn roofzuchtigheid – ‘door te verslinden en te vertrappen en te verbrijzelen wat overbleef’ –, maar ook vanwege het feit dat de hoorns van het beest in conflict zijn.

In het bijzonder rijst de kleine hoorn op, na de andere tien, en het feit dat deze hoorn niet alleen beschikt over een paar ogen en een menselijke mond, maar daarnaast ook nog godslasterende woorden zal spreken tegen God, maakt het voor ons mogelijk om deze kleine hoorn te kunnen identificeren met het hoofd van het beest dat zal lijden als gevolg van een dodelijke slag waarvan zal lijken dat deze dodelijke gevolgen zal hebben, maar waarvan het beest op wonderbaarlijke wijze zal herstellen, waarna het een mond gegeven zal worden waarmee hij godslasterende woorden zal spreken jegens God en een ieder die naast God in de hemelen verblijft.

De drie hoorns die zullen worden afgebroken, moeten daarom samenvallen met het ontvangen van een dodelijke hoofdwond door het wilde beest. Hoewel het niet mogelijk is om vast te kunnen stellen welke natiën exact worden vertegenwoordigd door de drie hoorns, gezien het feit dat de tijd van het einde niet is begonnen en de boekrol nog steeds officieel verzegeld is, kunnen we er wel met zekerheid van uitgaan dat de uitleg van het Wachttorengenootschap, die verwijst naar de overwinning door Engeland op de Spaanse Armada in 1588, absoluut vals is.

Aangezien er weinig twijfel over bestaat dat het Anglo-Amerikaanse duo het zevende hoofd van het beest uit Openbaring betreft, en hun ondergang elders in de profetie wordt bevestigd, moeten ook de ondergang van de drie hoorns en hun betreffende koninkrijken daar ook onder vallen. Wellicht vertegenwoordigt de derde hoorn Frankrijk of Duitsland. Zoals het er nu voor staat, is het een reëel scenario dat de hele eurozone ineen kan storten. Meer dan waarschijnlijk zal de crash van de dollar en euro een bepalende factor kunnen worden ten aanzien van de vervulling van de profetie.

De grootmachten van Europa hebben al gedurende vele eeuwen de wereld gedomineerd, maar hebben ook oorlogen met elkaar gevoerd. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben in het bijzonder Groot-Brittannië, Frankrijk en Amerika geprofiteerd van de oorlogsbuit die aan de overwinnaars ten deel kwam. Maar sindsdien is de westerse beschaving, welke hoofdzakelijk werd gedomineerd door deze drie natiën, op onbetwistbare wijze in verval geraakt. Er is een nieuw machtsblok opgerezen rondom Centraal-Azië. China, Rusland, India en Iran vormen een obstakel ten aanzien van de voortdurende Amerikaanse en Europese dominantie. Een uiteindelijke laatste confrontatie zal onvermijdelijk zijn. Hoewel het Anglo-Europese blok waarschijnlijk niet onder een absolute militaire nederlaag zal lijden, lijkt het vrijwel zeker dat het komende conflict een einde zal maken aan het democratische systeem.

De significantie van dit alles is dat de regio’s van Amerika en Europa het hart en de ziel van het christendom zijn en waren ook het gebied waar vervolgens de organisatie van Jehova’s Getuigen oorspronkelijk werd opgericht en waar het hoofdkwartier en hun belangrijkste bijkantoren en ook drukkerijen zijn gevestigd. Een crash van het trans-Atlantische economische en politieke systeem zou een vernietigende impact hebben op de bediening door Jehovah’s Getuigen, omdat zij volledig afhankelijk zijn geworden van de leiding en de sturing door het Wachttorengenootschap.

Vandaar ook dat Daniël een beschrijving gaf van wat hij vervolgens zag: ‘Ik bleef aanschouwen toen diezelfde hoorn oorlog voerde tegen de heiligen, en hij overweldigde hen, totdat de Oude van Dagen kwam en het oordeel zelf werd geveld ten gunste van de heiligen van het Opperwezen, en de bestemde tijd aanbrak dat de heiligen het kóninkrijk in bezit namen.

‘O DANIËL, GIJ ZEER BEGEERDE MAN’

In het achtste hoofdstuk ontving Daniel een levendig visioen van een gewelddadige botsing tussen een tweehoornige ram en een harige mannetjesbok met een eenhoornachtige grote hoorn, welke als gevolg van deze botsing werd afgebroken en werd vervangen door vier kleinere hoorns, waaronder er een kleine hoorn ontstond, die steeds groter en groter werd, tot aan het moment dat deze de vorst van een leger zal uitdagen.

Maar Daniel was niet slechts een passieve waarnemer van dit alles. De profeet ontmoette twee goddelijke wezens in zijn visioen, waar hij mee communiceerde. Een ongenaamde entiteit bleef schijnbaar onzichtbaar en sprak niet rechtstreeks tot Daniël, maar de profeet hoorde zijn bevelende stem uit het midden van de rivier komen, naast de plek waar Daniël aan de oever stond tijdens het visioen. De onzichtbare engel beval vervolgens een andere engel, genaamd Gabriël, om Daniël te benaderen en om hem de betekenis van het visioen dat hij had gezien nader te verklaren. Maar Daniël werd verbijsterd en stortte vervolgens ineen toen de engel hem naderde, en hij werd alsof hij in een slaap verkeerde. De boodschapper maakte hem voorzichtig wakker en zorgde ervoor dat hij weer recht op zijn voeten kwam te staan. Nadien ging Gabriel ertoe over om hem de belangrijke betekenis van het visioen uit te leggen –waarom het visioen bedoeld was voor de tijd van het einde. Daniël kreeg specifiek de opdracht mee om niet met anderen te spreken ten aanzien van hetgeen hij had gezien.

Daniëls ontmoeting met de twee engelen – waarvan de onzichtbare engel blijkbaar de grote vorst, Jezus Christus, vertegenwoordigde – vormt een illustratie van hoe de heiligen zullen worden verlicht tijdens de werkelijke tijd van het einde, vergelijkbaar met de situatie die Daniël overkwam. Hoewel Daniël niet kon bevatten hoe het visioen werkelijkheid zou worden, legde de engel hem wel uit wat de verschillende symbolen vertegenwoordigden.

In dat opzicht vertegenwoordigt Daniël de heiligen die op een bepaald moment centraal zullen staan gedurende de tijd van het einde, zodra de profetie eindelijk ontzegeld zal worden. Het feit dat Gabriël onder het bevel stond van een andere geest die groter was dan hijzelf illustreert dat Jezus zijn engelen erop uit zal sturen om de uitverkorenen te bedienen en bijeen te verzamelen.

Maar zo buitengewoon als deze ervaring bleek te zijn geweest, had Daniël nog een ontmoeting met een engel, welke nog dramatischer was. Deze ontmoeting vond plaats in het derde jaar nadat Babylon ten val kwam vanwege Cyrus. Op significante wijze begon Daniël na de val van Babylon de geschriften van Jeremia te onderscheiden, waaruit hij opmaakte dat de tijd was aangebroken waarop de berouwvolle Joden uit hun gevangenschap verlost moesten worden en dat de heilige plaats in Jeruzalem moest worden hersteld. Het negende hoofdstuk vormt een verslag van een gebed dat Daniël namens de Joden uitsprak, waarin hij hun zonden ten overstaan van God beleed en op nederige wijze Jehovah verzocht om hun wederom zijn gunst te verlenen ten aanzien van zijn volk. In het 10de hoofdstuk, twee jaar later, was Daniël bezig met vasten en het betonen van zijn nederigheid jegens God, en het was tijdens die gelegenheid dat Daniël een verrassend visioen ontving met betrekking tot een bovennatuurlijke mens.

Daniël beschreef deze ervaring op de volgende manier: ‘Sloeg ik voorts ook mijn ogen op en zag, en zie, er was een zekere man, in linnen gekleed, zijn heupen omgord met goud uit U̱faz. En zijn lichaam was als chrysoliet, en zijn aangezicht zag eruit als de bliksem, en zijn ogen als vuurfakkels, en zijn armen en de plaats van zijn voeten waren als de aanblik van gepolijst koper, en het geluid van zijn woorden was als het geluid van een menigte. En ik, Da̱niël, ik alleen zag de verschijning; maar wat de mannen aangaat die zich bij mij bevonden, zij zagen de verschijning niet. Een grote beving overviel hen echter, zodat zij de wijk namen om zich te verbergen.

En ik, ik bleef alleen over, zodat ik deze grootse verschijning zag. En er bleef in mij geen kracht over, en mijn eigen waardigheid werd aan mij veranderd ten verderve, en ik behield geen kracht. Ik dan hoorde het geluid van zijn woorden; en terwijl ik het geluid van zijn woorden hoorde, gebeurde het dat ikzelf mij ook in een diepe slaap bevond op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde. En zie! Er was een hand die mij aanraakte, en geleidelijk schudde ze mij wakker om mij op mijn knieën en mijn handpalmen overeind te doen komen. Vervolgens zei hij tot mij: “O Da̱niël, gij zeer begeerde man, heb verstand inzake de woorden die ik tot u spreek, en ga overeind staan waar gij stondt, want nu ben ik tot u gezonden.” En toen hij dit woord met mij sprak, stond ik inderdaad op, huiverend.’

Wat is echter de belangrijke betekenis betreffende deze verschijning en het feit dat de manifestatie van deze geest zich driemaal tot Daniël richtte en naar hem verwees als zijnde een ‘zeer begeerd man’?

Er staat zonder enige twijfel vast dat de verschijning die Daniel zag een visioen was van de verheerlijkte Christus; de essentiële kenmerken van het visioen lijken zeer op hetgeen Johannes ervaarde toen hij de Openbaring ontving. Bijvoorbeeld, het verband dat kan worden gelegd ten aanzien van Openbaring 1:12-17: ‘En ik keerde mij om teneinde de stem te zien die met mij sprak, en toen ik mij had omgekeerd, zag ik zeven gouden lampenstandaarden, en in het midden van de lampenstandaarden iemand gelijk een mensenzoon, bekleed met een gewaad dat tot de voeten reikte, en aan de borst omgord met een gouden gordel. Bovendien waren zijn hoofd en zijn haar wit als witte wol, als sneeuw, en zijn ogen als een vuurvlam; en zijn voeten waren gelijk fijn koper, wanneer dat in een oven gloeit; en zijn stem was als het geluid van vele wateren. En in zijn rechterhand had hij zeven sterren, en uit zijn mond kwam een scherp, lang tweesnijdend zwaard tevoorschijn, en zijn gelaat was als de zon, wanneer ze in haar kracht schijnt. En toen ik hem zag, viel ik als dood aan zijn voeten neer.

Zoals reeds eerder werd onderstreept, bevond zowel Daniël als Johannes zich in een situatie van gevangenschap onder het koninkrijk van het beest op het moment dat zij hun visioen kregen. Beide profeten waren op dat moment ook op leeftijd. Dit heeft betrekking op het gehele lichaam van gezalfde christenen die tijdens de parousia op aarde zullen zijn, die tevens op toepasselijke wijze worden gesymboliseerd als oudere mannen, waarvan er ook een aantal zeer oud zijn. De heiligen zullen zich ook in gevangenschap bevinden en zullen worden overgeleverd aan hetzelfde beestachtige politieke monster dat er destijds ook voor had gezorgd dat Daniël en Johannes zich in gevangenschap bevonden.

Via deze weg zal Christus de getrouwe slaaf tuchtigen, door gebruik te maken van de symbolische gesel der vernedering en ontbering. En tegen het einde van deze driejarige periode zal de Grotere Cyrus het volk van God bevrijden.

Daniëls ervaring vormt een voorbode van de zichtbare openbaring van Christus aan de heiligen tijdens de periode van het einde. De uitverkorenen zijn inderdaad zeer kostbaar in Jehovah’s ogen. Zo kostbaar zelfs dat Jezus zei dat de uitverkorenen beschikken over een persoonlijke engel die altijd rechtstreekse toegang heeft tot het aangezicht van Jehovah zelf. Zij zijn zo kostbaar, omdat Jehovah ervoor heeft gekozen om zijn rijkelijke zegeningen over hen uit te storten, waardoor zij deel uitmaken van de hemelse aard van Christus, en dit ook uitstralen. Daarom verklaarde de engel ook aan Daniël dat hij een zeer begeerd man was: hij vormde een uitbeelding van de uitverkorenen tijdens de parousia.

Hoewel zowel Daniël als Johannes Jezus Christus niet daadwerkelijk zag – hun ervaringen waren slechts visioenen –, hadden de Farizeeër Saulus en de apostel Paulus schijnbaar wel een werkelijke blik opgevangen van de verheerlijkte Christus -de enige mens die hem ooit in deze hoedanigheid heeft aanschouwd. Het opmerkelijke van die ontmoeting op de weg naar Damascus is dat het gezelschap van Saulus niets van dit alles kon zien. Ook de metgezellen van Daniël zagen de brandende verschijning niet; echter vluchtten en beefden zij wel vanwege de onzichtbare aanwezigheid van iets groots dat niet tot deze wereld behoorde. Dit zal dus ook betekenen dat de geestelijke metgezellen van de uitverkorenen de manifestatie van Jezus Christus niet rechtstreeks zullen zien.

Een ander interessant aspect is het volgende: Daniël en Paulus hadden niet verwacht dat zij zo’n bovennatuurlijke ervaring zouden meemaken. De plotselinge verschijning vanuit het onzichtbare kwam niet op afspraak. Het was niet iets waar zij op hadden geanticipeerd. Op gelijkende wijze zullen ook de gezalfde christenen van vandaag de dag niet in de verwachting verblijven ten aanzien van het feit dat zij Christus zullen zien terwijl zij zich nog in vleselijke toestand bevinden. Dat komt doordat zij zich in de krachtige illusie bevinden van het Wachttorengenootschap ten aanzien van een onzichtbare parousia. De zichtbare manifestatie van de Heer Jezus Christus zal op hen ongetwijfeld een verbijsterend effect hebben. Echter, net zoals bij Daniël het geval was toen hij door de glorieuze Heer overeind werd geholpen, en zoals bij Johannes, die werd vermaand om niet verschrikt te zijn door de verschijning van Christus in zijn visioen, zo zullen ook de uitverkorenen in het laatst der dagen worden vervuld met kracht waarmee zij hun waardigheid zullen herstellen nadat zij zullen worden verbijsterd vanwege hun verrassende ontmoeting met de verheerlijkte Christus. Daarna zullen zij net zo fel schijnen als de schittering van het uitspansel, zoals de sterren tot onbepaalde tijd, zelfs voor altijd (Daniël 12:3).

‘DE VORST VAN HET KONINKLIJKE GEBIED VAN PERZIË’

In de beide gevallen toen Daniël met engelen communiceerde, waren deze geesten uitgezonden richting de profeet om gebeurtenissen te onthullen die zouden gaan plaatsvinden tijdens het laatste deel der dagen, in verband met de koning met een bars gelaat en de koning van het noorden. In Daniël 10:1 wordt de profetie van de koningen van het noorden en het zuiden ongeveer zo samengevat: ‘In het derde jaar van Cy̱rus, de koning van Pe̱rzië, werd er een zaak geopenbaard aan Da̱niël, wiens naam Be̱ltsazar werd genoemd; en de zaak was waar, en er was een grote krijgsdienst. En hij verstond de zaak, en hij had verstand met betrekking tot het gezicht.

Wat wordt er precies bedoeld met ‘grote krijgsdienst’? Het moet verwijzing voorstellen naar de eeuwenlange strijd tussen de twee aardse koningen die worden aangeduid als de koning van het noorden en de koning van het zuiden, die hun hoogtepunt zullen bereiken gedurende de tijd van het einde. Dat conflict, of die krijgsdienst, zal het podium vormen voor de laatste scène, de grote finale: de ultieme confrontatie tussen de aardse koningen en de Prins der Vorsten, de Koning der Koningen en de Heer der Heeren – Jezus Christus. De parallelle profetie van de koning met een bars gelaat moet worden begrepen in het kader van een groot militair conflict, een grote krijgsdienst.

Echter zal blijken dat dit grote conflict in werkelijkheid niet alleen een aardse oorlog zal zijn. Het betreft een universele oorlog met een werkelijk schouwspel dat ten grondslag ligt aan dit conflict in een rijk dat onzichtbaar is voor menselijke ogen. Wat is, zoals in het 10de hoofdstuk van Daniël wordt geopenbaard, de betekenis van het feit dat de ‘vorst van het koninklijke gebied van Perzië’ op succesvolle wijze de engelenboodschapper tegenstond die was uitgezonden om de profeet te verlichten? Uiteraard zou geen enkele menselijke vorst in staat zijn om een machtige engel van Jehovah te weerstaan. Met dit gegeven in het achterhoofd kan het niet anders dan dat de vorst van Perzië wel een demonische tegenstander moet zijn.

Deze spiritueel tegenstander kon slechts alleen worden overwonnen toen Michael deze engel te hulp schoot. Denk echter eens aan de implicaties hiervan. Dit betekent dat Daniël zich in een onverlichte toestand bevond ten aanzien van de gebeurtenissen die zich zullen voordoen tijdens het laatst der dagen, vanwege een felle demonische tegenstand.

Dit drama dat zich in de hemelse sfeer afspeelde, verklaart onomstotelijk waarom het Wachttorengenootschap en derhalve dus ook Jehovah’s Getuigen zich vandaag de dag in zo’n bedwelmde toestand bevinden ten aanzien van hun begrip omtrent profetische zaken. Net zoals het geval was bij Daniël, kon de verlichtende engel geen doorbraak forceren tot aan het moment dat Michael zich ermee bemoeide om zodoende Satan en zijn handlangers te kunnen overmeesteren. Dit aspect van Daniël weerspiegelt ook het 12de hoofdstuk van Openbaring ten aanzien van de strijd die zal gaan uitbreken in het geestenrijk zodra Michael en zijn engelen zullen strijden tegen de Duivel en zijn engelen, samen met het zaad van de vrouw – een Daniel-klasse, zo u wilt – die zich gevangen zullen wanen in het kruisvuur wanneer de woedende demonenvorsten wee zullen brengen over het aardse samenstel.

De significantie omtrent de reeks profetieën uit Daniël is dat zij de basis vestigen met betrekking tot het feit dat Gods Koninkrijk zich op een bepaald moment in een direct conflict (krijgsdienst) zal bevinden met een specifieke aardse regering als gevolg van een conflict dat in de hemel is ontstaan, wat zich op aarde zal uiten in een reeks van politieke ontwikkelingen, met als hoogtepunt het martelaarschap van de allerlaatste zonen van God.

De profetie uit het 8ste hoofdstuk van Daniël ten aanzien van de kleine hoorn die voortkomt uit de harige bok, en die groter en groter zal worden, werpt ook enig licht op de opkomst en de val van het laatste koninkrijk.

‘ZAL ER EEN KONING OPSTAAN MET BARS GELAAT’

De engel legde aan Daniël uit dat de kleine hoorn die hij had gezien, welke voortkwam uit één van de vier hoorns, welke alle ontsprongen nadat de opvallende hoorn was afgebroken, een enkele koning zal vertegenwoordigen die machtigen in het verderf zal storten, evenals de heiligen. En hij zal de Vorst der Vorsten uitdagen gedurende de tijd van het einde. Deze koning met bars gelaat zal voortkomen uit met elkaar strijdende facties die oorspronkelijk zijn voortgekomen als gevolg van het uit elkaar vallen van het rijk van Alexander de Grote en zijn uitgestrekte Griekse Rijk.

Het 8ste hoofdstuk van Daniël behandelt niet de gedetailleerde geschiedenis waar het 11de hoofdstuk betrekking op heeft, vanaf de tijd dat Alexander kwam te overlijden. In plaats daarvan richt Daniël 8:23-25 zich op de laatste ontwikkelingen ten aanzien van de voortdurende strijd voor de opperste heerschappij: ‘En in het laatst van hun koninkrijk, naarmate de overtreders hun daden tot voltooiing brengen, zal er een koning opstaan met bars gelaat en die dubbelzinnige gezegden verstaat. En zijn kracht moet machtig worden, maar niet door zijn eigen kracht. En op verwonderlijke wijze zal hij verderf stichten, en hij zal stellig succesvol blijken te zijn en doeltreffend handelen. En hij zal machtigen werkelijk in het verderf storten, ook het volk dat uit de heiligen bestaat. En naar zijn inzicht zal hij ook stellig bedrog in zijn hand doen gelukken. En in zijn hart zal hij een groot air aannemen, en gedurende een tijd van onbezorgdheid zal hij velen in het verderf storten. En tegen de Vorst der vorsten zal hij opstaan, maar zonder hand zal hij verbroken worden.’

‘In het laatst van hun koninkrijk’ (meervoud) verwijst blijkbaar naar de Anglo-Amerikaanse dubbele wereldmacht. Dit komt doordat het Romeinse Rijk uiteindelijk Assyrië heeft opgeslokt, dat een van de provincies vormde die Alexander had veroverd. Echter, het lijkt erop dat Egypte, dat ook een van de vier provinciën was die na de dood van Alexander werden uitgehouwen, Amerika symboliseert. Niet omdat de Verenigde Staten hier direct uit voortkwamen, maar omdat er een verbinding is gelegd door middel van de profetie (zie hoofdstuk 14, ‘Ondergang van Amerika’), wat dus ook de reden is waarom ‘Egypte’ ook de koning van het zuiden symboliseert gedurende de tijd van het einde. Om dit met zekerheid te kunnen bevestigen kunnen we ons baseren op de menselijke geschiedenis, waaruit het algemeen bekend is dat in onze moderne wereld, de uitgebreide Europese beschaving en haar culturele en filosofische wortels, evident terug te herleiden is naar zowel het oude Griekenland als Egypte.

Paradoxaal genoeg zijn de twee antagonistische systemen van oligarchisme en republicanisme in het hybride Anglo-Amerikaanse systeem antagonistische ideologieën welke beide in het oude Griekenland bestonden. Dus hoewel Griekenland bekendstaat als de ‘bakermat der democratie’ en republicanisme, vormt het rijk van Alexander ook wel de voorloper van het Romeinse en Britse Rijk.

De inspanningen van deze twee elkaar beconcurrerende koningen ligt in harmonie met hetgeen wat ook in Daniël wordt geopenbaard ten aanzien van de strijd tussen de koningen van het noorden en het zuiden, evenals het onverenigbare ijzeren en lemen amalgaam dat zich niet met elkaar bindt. Het symboliseert op perfecte wijze de moderne Anglo-Amerikaanse dubbele wereldmacht, welke feitelijk een onnatuurlijke unie vormt van het imperialisme en republicanisme. Maar zoals reeds eerder werd vermeld zal slechts één van deze machten overeind blijven staan.

De engel merkte echter specifiek op dat de kleine hoorn zal ontstaan tijdens de tijd van het einde. Dat feit zorgt ervoor dat het Britse Rijk zal worden uitgesloten als zijnde de manifestatie van de kleine hoorn, aangezien het Britse Rijk groter en groter werd reeds lang voordat de tijd van het einde begon. Dit blijkt zelfs het geval te zijn als we dit afzetten tegen de berekeningen van het Wachttorengenootschap, die ervan uitgaan dat de tijd van het einde in 1914 begon. Echter blijkt ook dat de hoorn waaruit de laatste kleine hoorn zal voortkomen en groter en groter zal groeien het Britse Rijk moet voorstellen. Maar wat is echter de kleine hoorn die tot een koning met bars gelaat zal worden?

‘DIE DUBBELZINNIGE GEZEGDEN VERSTAAT’

De American Standard Bible vertaalt de bovengenoemde term als: ‘begrijpt duistere zinnen’. Maar wat zouden deze duistere zinnen of dubbelzinnige gezegden kunnen betekenen? Het Wachttorengenootschap heeft ten aanzien hiervan nog nooit in een van zijn publicaties een bevredigende verklaring gegeven over hoe deze entiteit, die zij identificeren als de koning met bars gelaat, het begrip ‘dubbelzinnige gezegden’ verstaat.

Desalniettemin, gezien het feit dat het primaire politieke fenomeen de afgelopen decennia de subtiele en onweerstaanbare neiging tot globalisering is geweest, verdient de onophoudelijke propagandacampagne achter deze beweging wat extra aandacht.

Het is ontegenzeggelijk waar dat de samenleving is verzadigd met een eigenaardige verscheidenheid aan politiek geladen ‘dubbelzinnige gezegden’, die slechts eufemismen betreffen ten aanzien van een wereldregering. Termen zoals een new world order, one world, vrije handel, global governance, internationalisme, privatisering, milieubewegingen en neoliberalisme zijn allemaal algemene termen. Maar wat betekenen ze werkelijk? Ons moderne woordenboek bevat veel enigszins dubbelzinnige termen die verband houden met globalisering. De vraag is dus waar globalisering over gaat.

Globalisering is geen nieuw fenomeen. Die begon tijdens de 19de eeuw onder de leidende hand van het Britse Rijk. De meeste mensen verstaan onder globalisering het aanboren van nieuwe economische markten. Er zijn echter velen die na aandachtige observatie hebben kunnen concluderen dat de achterliggende intentie ten aanzien van de dubbelzinnige politieke gezegden gericht is op de conditionering en het propageren van de samenleving met als uiteindelijk doel om de soevereiniteit van individuele natiestaten op te heffen, om zodoende de VN in staat te stellen om te heersen als één wereldregering.

Er kan met zekerheid worden gesteld dat, zoals reeds eerder besproken in het hoofdstuk ‘Koning van het noorden’, deze elite bestaande uit machtige mannen die verbonden zijn met de Britse Kroon al gedurende vele decennia actief het doel nastreeft om het Rijk opnieuw uit te vinden in de vorm van een door de VN gecontroleerde wereldregering. Om dit te kunnen bewerkstelligen zijn reeds talloze tussentijdse verdragen en internationale organisaties opgericht. Zo werd bijvoorbeeld de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 1995 opgericht om de natiën te dwingen hun markten onbeschermd te laten dankzij de inspanningen van protectionisten. Tegenstanders stellen echter dat de WTO de nationale soevereiniteit ondermijnt.

Ook lijkt het erop dat de Europese Unie een belangrijke stap lijkt te zijn geweest om de afzonderlijke natiën van Europa op slinkse wijze aanzienlijke delen van hun soevereiniteit aan een internationaal orgaan over te laten dragen, en met name ten aanzien van hun nationale valuta. De natiën die de euro hebben aangenomen, moeten zich houden aan strikte begrotingsbeperkingen, die doorgaans tegen de belangen van de natie zelf ingaan, waarbij zij dienen te voldoen aan de eisen die de Europese Centrale Bank hun oplegt. Griekenland wordt gezien als een voorbode van wat nog komen gaat met betrekking tot de gevolgen van de financiële crisis, aangezien Griekenland onder het gezag van Brussel valt.

In alle gevallen waarbij er sprake is van internationale organisaties en van belangen van multinationale corporaties die naar voren worden geschoven om de autoriteit van nationale overheden te vervangen, kan de invloed worden waargenomen van de onzichtbare hand van de financiersoligarchie die op de achtergrond aan de touwtjes trekt. Het feit is dat sinds de Verenigde Staten zich hebben afgescheiden van het Britse Rijk de particuliere financieel belanghebbenden vastbesloten zijn om de republikeinse regeringsvorm te ondermijnen, te beheersen en uiteindelijk te vernietigen. Zo blijkt dus dat de koning die deze ingewikkelde en dubbelzinnige gezegden begrijpt, te maken heeft met een nieuwe wereldorde, wat inhoudt dat hij de geheime bron vormt van de propaganda welke bedoeld is om de wereld volledig onder zijn imperiale juk te brengen. Het feit dat tal van supranationale organisaties steeds meer macht verkrijgen over de natiën zou zeer goed een manifestatie kunnen zijn van de kracht van deze kleine hoorn, die steeds groter en groter wordt.

Interessant genoeg omschrijft de New International Version Daniël 8:23 op de volgende manier: ‘Aan het eind van hun heerschappij, zodra de opstandigen volledig goddeloos zullen zijn geworden, zal een koning met bars gelaat, een meester van intriges, opstaan.’ ‘Een meester van intriges’ beschrijft op passende wijze de meesterlijke manier waarop de in Londen gecentreerde financiële oligarchie alle natiën ervan heeft overtuigd om een beleid aan te nemen dat tegen hun eigen belangen gekeerd is. Het is ook algemeen bekend dat het bijvoorbeeld een beleidskwestie is dat machtige spelers binnen de bankensector geld uitlenen aan beide partijen tijdens een oorlog, en zij vormden daarnaast destijds ook de onzichtbare machtsblokken achter het communisme. Deze feiten zijn inderdaad zeer intrigerend!

‘MAAR NIET DOOR ZIJN EIGEN KRACHT’

Ondanks het feit dat de Volkenbond is opgeheven, en in hun erkenning dat de EU slechts een regionale overheid betreft, vormen de Verenigde Naties de enige overgebleven organisatie die eventueel zou kunnen uitgroeien tot één wereldregering. Maar in tegenstelling tot reguliere nationale regeringen ligt er aan de basis van de Verenigde Naties geen volk of een nationale groep ten grondslag. De VN ontlenen hun autoriteit en gezag uitsluitend aan de goedkeuring van alle natiën die zich bij hen hebben aangesloten.

Terwijl de VN vooral een creatie is van het Anglo-Amerikaanse duo, met dien verstande dat elke natie een deel van zijn eigen soevereiniteit dient af te staan, en daarnaast ook verplicht wordt om financiële middelen bij te dragen, evenals militaire middelen en ondersteunend personeel, dat uiteindelijk ten doel heeft om de Verenigde Naties meer macht en bevoegdheden te geven. Uiteindelijk vormt echter de drijvende kracht achter de VN de financiersoligarchie – precies dezelfde monopolies die ook al heel lang de drijvende kracht vormen achter het Britse Rijk.

Er kan op dit moment duidelijk worden vastgesteld dat de VN momenteel niet de macht of autoriteit bezitten om de georganiseerde religie te kunnen vernietigen, terwijl Jehovah’s Getuigen hier wel op anticiperen. Toch verzekert het Woord van God ons dat op een gegeven moment de achtste koning de volledige autoriteit zal krijgen van alle koningen der aarde (gesymboliseerd door ‘tien’), zoals de Schrift ook zegt: ‘En de tien hoorns die gij gezien hebt, betekenen tien koningen, die nog geen koninkrijk hebben ontvangen, maar wel ontvangen zij voor één uur autoriteit als koningen met het wilde beest. Dezen hebben één gedachte, en daarom geven zij hun kracht en autoriteit aan het wilde beest.

Met andere woorden, de achtste koning zal krachtig worden, ‘niet door zijn eigen kracht’, maar door de koningen die ‘hun kracht en autoriteit aan het wilde beest zullen geven’. De ‘tien koningen die nog geen koninkrijk hebben ontvangen’ kunnen alle natiën symboliseren die het beest zijn volledige macht zullen geven. De Bijbel interpreteert dus zichzelf, wat aangeeft dat de koning met een bars gelaat en de achtste koning identiek zijn.

Er zou echter niet moeten worden verondersteld dat de natiën hun soevereiniteit zonder enige vorm van dwang zullen opgeven. Wanneer de georganiseerde religie uiteindelijk door de achtste koning zal worden vernietigd, zegt de profetie dat zelfs de koningen der aarde die oorspronkelijk hun macht aan de achtste koning hebben gegeven zullen jammeren, ‘terwijl zij uit vrees voor haar pijniging op een afstand staan en zeggen: Wat jammer, wat jammer, gij grote stad’.

Onder de omstandigheden van een wereldwijde catastrofe en een internationale crisis spreekt het niet tot de verbeelding om zich voor te kunnen stellen dat het in de lijn der verwachting ligt dat de VN in die omstandigheden de macht naar zich toe zullen trekken met betrekking tot alle legers van de wereld, evenals alle kernwapens, zodat geen enkele natie het zou aandurven om hun autoriteit te betwisten. Op deze wijze moet de kleine hoorn wel zeer machtig worden.

Zoals eerder vermeld, zijn er reeds regelingen getroffen die het voor de VN mogelijk maken om de totstandkoming van een wereldvaluta te realiseren die zal moeten dienen als alternatief voor de Amerikaanse dollar als zijnde de reservevaluta van de wereld. Het IMF, een supranationaal agentschap dat rond dezelfde periode is opgezet als de Verenigde Naties, is al begonnen met het uitgeven van zijn eigen obligaties in de vorm van speciale tekenrechten (Special Drawing Rights). Onder leiding van Londen heeft China zichzelf langzaamaan gepositioneerd als een mondiale bancaire macht die een samenwerkingsverband is aangegaan met het IMF. Er wordt momenteel over gespeculeerd dat de Chinese munteenheid de dollar zou kunnen vervangen als de reservevaluta van de wereld. Dat zou zeker de inleiding kunnen vormen voor het eind van de Amerikaanse soevereiniteit.

Aangezien Daniël 11:36 ook zegt dat de koning van het noorden ‘stellig succesvol zal blijken te zijn totdat de openlijke veroordeling tot een eind zal zijn gekomen’, mag er terecht worden geconcludeerd dat de uiteindelijke manifestatie van de koning van het noorden en de koning met een bars gelaat dezelfde entiteit zijn, en dat de laatste koning erin zal slagen om het door Amerika geleide natiestatensysteem te laten omvallen.

De koning met een bars gelaat komt blijkbaar uit het symbolische noorden. Daniël 8:9 zegt: ‘En hij bleef in aanzienlijke mate groter worden naar het zuiden en naar de opgang der zon en naar het Sieraad.’ (Engelse versie: It grew very great toward the south and toward the east and toward the Decoration’). Het uitbreiden van zijn rijk van het zuiden naar het oosten en ‘naar het Sieraad’ (blijkbaar het westen), lijkt de profetie duidelijk te maken dat de laatste koning komt uit het noorden en dat hij vervolgens zijn heerschappij in alle richtingen van de wereld zal uitbreiden teneinde de hele wereld te omvatten. Dit harmoniseert met de vele Hebreeuwse profetieën die voorspellen dat een tiran uit het symbolische noorden over de wereld zal komen.

Het 25ste hoofdstuk van Jesaja verwijst naar ‘de stad der tirannieke natiën’ en geeft aan dat de vervolging die uit haar zal voortkomen zal zijn als een allesverschroeiende hitte ‘wanneer het geblaas der tirannieken is als een slagregen tegen een muur’.

Bovendien wijst Jesaja 25:7 er in dit verband op dat God zal ingrijpen en ook ‘op deze berg zal hij stellig het gelaat verzwelgen van het omwindsel dat alle volken omwindt, en het vlechtwerk dat over alle natiën gevlochten is’.

Het omwindsel dat alle volken omwindt – waardoor alle natiën worden verstrikt – heeft te maken met het opleggen van een tiranniek regime dat de hele wereld in zijn wurggreep zal houden. Het feit dat Jehovah deze omstandigheden zal gebruiken om zodoende af te zullen rekenen met de dood, en om zo de tranen uit de ogen van zijn volk weg te wissen, geeft een indicatie van de verschrikkingen die ons nog te wachten staan als gevolg van de werken van de sluwe meester der intriges die erin zal slagen om wereldwijde verwoesting teweeg te brengen.

‘HIJ ZAL MACHTIGEN TEN VAL BRENGEN’

De periode na de Tweede Wereld Oorlog was in het algemeen een tijd van relatieve vrede en voorspoed. In ieder geval is gebleken dat de naoorlogse babyboomergeneratie, die is grootgebracht in het Westen, de ontberingen van hun ouders en grootouders niet heeft hoeven meemaken, zoals de ellende als gevolg van de Eerste Wereldoorlog, de Grote Depressie en de Tweede Wereldoorlog. De generaties van na de Tweede Wereldoorlog zijn gewend geraakt aan het idee dat er nooit iets zal veranderen.

Wat aan deze populaire illusie heeft bijgedragen is het feit dat er gedurende de jaren 1990 een periode aanbrak waarin geld en kapitaal de drijfveer werden in een mate die niet meer werd waargenomen sinds de jaren twintig, een periode die uit elkaar klapte door middel van de Wall Street-crash in 1929. Zo bevinden we ons nu weer in een periode waarin dit de algemene verwachting is, aangewakkerd door ’s werelds meest uitgesproken en toonaangevende ‘experts’ en geleerden, dat alles zo verder zal gaan zoals het de afgelopen tijd ging. God heeft echter een heel ander voornemen voor ogen ten aanzien van dit goddeloze samenstel van dingen. De profeten van Jehovah voorzeggen dat mensen op een bepaald moment zo wanhopig zullen worden dat zij hun waardeloze geld op straat zullen gooien.

Feitelijk is dit idee helemaal niet zo vergezocht, gezien wat er in 1923 in Weimar-Duitsland was gebeurd. Vanwege de verplichting die via het Verdrag van Versailles aan Duitsland werd opgelegd om zware oorlogsherstelbetalingen te doen, probeerde de regering van Weimar om onder deze verplichtingen vandaan te komen door haar schulden weg te printen en meer geld bij te drukken. Als gevolg hiervan werd er een enorme inflatie veroorzaakt, waarna binnen enkele maanden de nationale valuta compleet waardeloos werd vanwege de tot stand gekomen hyperinflatie. Degenen die rijk waren en wier hun rijkdom bestond uit papieren rijksmarken, bevonden zich plotseling in de financiële afgrond.

Sinds in 2008 de zogenoemde credit crunch begon, ging de United States Federal Reserve and Treasury door met geld uitlenen, verpanden en opkopen van waardeloos papier van failliete banken, waardoor het totaal aan schulden op dit moment hoger ligt dan twintig biljoen dollar – en nog steeds stijgende is! In de afgelopen maanden is ook melding gemaakt van het feit dat de centrale bank zelfs voor biljoenen dollars aan Amerikaanse staatsobligaties blijft opkopen om zodoende te voorkomen dat de Amerikaanse schuldenmarkt in elkaar stort. Al dit geld rondpompen doet denken aan de onheilspellende herinnering aan wat zich afspeelde in Weimar-Duitsland.

Om de antagonistische relatie tussen particuliere financiële belangen en de volkeren der natiën te onderstrepen, is de Amerikaanse Federale Reserve Bank – waarvan bekend is dat het een particuliere bank betreft die wordt bestuurd door andere banken met anonieme aandeelhouders – door de rechtbank is verplicht om de begunstigden openbaar te maken die zo’n twee biljoen dollar aan bail-out-geld hebben ontvangen. Een verzoek dat de Federal Reserve tot dusverre heeft geweigerd om uit te voeren.

Grote rijken en koninkrijken hebben zichzelf gedurende de menselijke geschiedenis altijd in leven kunnen houden door zich bezig te houden met het plunderen en roven van andere volkeren. Het rijk van financiers is erin geslaagd om op zeer inventieve wijze door te gaan met deze manier van plunderen, namelijk door politiek leiders te misleiden om het zodoende de financiers mogelijk te maken om de economieën der natiën te kunnen beheersen. De trend met betrekking tot deregulering heeft het mogelijk gemaakt om op succesvolle wijze de natie welke voorheen bekendstond als de meest welvarende natie ter wereld tot op het bot te plunderen. Belastingbetalers worden zelfs beetgenomen waar ze bij staan door hen financieel op te laten draaien voor het betalen van de biljoenenschuld welke het gevolg is van de gokverslaving en de onuitputtelijke hebzucht van de plunderaars.

Nu blijkt echter dat het monetaire systeem op zichzelf het punt van implosie heeft bereikt. Op dit late tijdstip ligt het lot van de natiën in handen van politici in de Verenigde Staten die hun beslissingen moeten nemen ten aanzien van wat zich in de nabije toekomst zal afspelen. De beslissing die voor hen ligt is bepalend voor hoelang zij zullen toestaan dat de onbetaalbare en grotendeels fictieve financiële claims vanuit het financiële hart in Londen en in Wall Street zullen blijven doorgaan om zodoende de natiën verder en verder de totale verwoesting in te laten slepen. De andere keuze die deze politiek leiders eens zullen moeten maken betreft de vraag wanneer zij ten behoeve van het behoud van de natiën het huidige financierssysteem zullen gaan opheffen. Deze twee schadelijke en vijandige systemen kunnen niet langer meer naast elkaar in stand worden gehouden binnen dezelfde wereld. Waar zal dit toe leiden?

Profetie onthult dat de machtigen der aarde op een prachtige manier tot de ondergang zullen worden gebracht zodra de koning met bars gelaat de schuldenbom tot ontploffing zal brengen en vervolgens financieel beslag zal leggen op deze wereld.

‘HIJ ZAL MISLEIDING VEROORZAKEN EN DAARIN SUCCESVOL ZIJN’

Wellicht is het overbodig om te vermelden dat Satans totale goddeloze samenstel van boven tot onder wordt geregeerd door en is gebaseerd op misleiding. Daarom is het ook zo dat zij die er het meest in bedreven zijn om anderen te misleiden vaak ‘succesvol’ zijn in deze wereld. Hoewel vele mensen zullen toegeven dat overheidsbestuurders, politici en zakenlieden vaak tegen het gewone volk liegen en hen op allerlei manieren bedriegen, zijn er echter maar weinig mensen die geestelijk in staat zijn om te accepteren dat er wel degelijk zoiets bestaat als een samenzwering teneinde het nationale natiestatensysteem omver te werpen, om vervolgens de wereld te dwingen tot een slavernij onder tirannie.

Als we ons echter baseren op de constatering dat de natiën op een meesterlijke wijze verstrikt zijn geraakt in een web van schulden die de wereldse financiers hebben opgezet, waaruit de natiën tot op de dag van vandaag niet meer los weten te komen, staat onmiskenbaar vast dat de natiën worden misleid door zeer bekwame bedriegers die hen manipuleren. Het voorgaande zal tot grote schrik waarheid worden zodra de val zal dichtklappen.

Het is een publiek geheim dat er een schaduwregering achter de schermen opereert, die haar wil oplegt aan diverse machten die dienen als een dekmantel. De schaduwregering bestaat uit een netwerk van geheime diensten, geheime en semigeheime genootschappen, zoals de vrijmetselaars en de Bilderbergers, het zogenoemde militaire industriële complex en de grote banken. Het is echter de onzichtbare hand die de werkelijke macht bezit. Het ruwe feit dat er überhaupt een schaduwregering bestaat, is een misleiding op zich. We mogen ervan uitgaan dat deze schaduwregering erin zal slagen om groter en groter te worden, om zodoende uiteindelijk uit de schaduw te komen.

Een van de misleidingen die voor de hand liggen betreft de zogenoemde war on terror. Het niet zo geheime feit is dat Londen al vanaf het begin de radicale islam heeft gekoesterd en bevorderd. Als we teruggaan naar de vroege dagen van het Britse Rijk, nog zelfs voor het victoriaanse tijdperk, hebben Britse agenten die dienstdeden in het Ottomaanse Rijk het wahhabisme opgericht als zijnde een virulente vorm van de islam. Sinds zijn creatie heeft Londen Saoedi-Arabië gebruikt om te dienen als primaire satraap, om ertoe te leiden dat het de voornaamste sponsor werd van wahhabiterreur over de hele wereld. Echter omdat de pers onderworpen is aan de schaduwregering, worden terreurgroepen zoals ISIS en Al-Qaida aan de buitenwereld gepresenteerd als op zichzelf staande organisaties welke spontaan uit het niets zijn ontstaan. Uiteindelijk zullen de westerse samenleving en de islam ertoe worden gemanipuleerd om uit te monden in een botsing der beschavingen.

De oorlog tegen het terrorisme heeft al in vele opzichten bijgedragen aan de verwoesting van het Midden-Oosten, en dreigt nu de natiën binnen Europa te overspoelen in de vorm van een vluchtelingenstroom, waar ook vele getrainde terroristen tussen zitten. Het zou wellicht ook het doel van de schaduwachtige satanische heerser kunnen dienen om zijn wahhabi’s te voorzien van massavernietigingswapens.

De koning met bars gelaat zal er niet alleen in slagen om de machtigen der aarde te bedriegen en te verwoesten, maar hij zal ook succes hebben in het overwinnen van de heiligen. Daniël 8:11-12 stelt: ‘En zelfs tegen de Vorst van het heerleger nam hij een groot air aan, en hem werd het bestendige kenmerk ontnomen, en de vaste plaats van zijn heiligdom werd omvergehaald. En een heerleger zelf werd geleidelijk overgegeven, tezamen met het bestendige kenmerk, wegens overtreding; en hij bleef waarheid ter aarde werpen, en hij handelde en had succes.

Het is van essentieel belang om op te merken dat Christus een plaats op aarde had opgericht die heeft gediend als tempel ten behoeve van de aanbidding van zijn Vader. Wat is precies ‘de vaste plaats van zijn heiligdom’ welke zal worden omvergehaald tijdens de tijd van het einde? Heeft Jezus ook niet voorspeld dat de heilige plaats vanwege een walgelijk ding zal worden verwoest? Volgens de geschriften van de apostelen bestaat het heiligdom ofwel de tempel van God uit het lichaam van gezalfde christenen zelf. Eenvoudigweg de gemeente van Christus.

Hoe zou de meester der intriges succesvol kunnen zijn in het ter aarde werpen van de waarheid? Dat valt nog te bezien. Echter blijkt wel dat het Rijk de basis heeft gelegd voor een reusachtige misleidende operatie die zijn weerga niet kent.

Samen met de wahhabi-islam ontwikkelde het Britse Rijk ook het zionisme (PDF) als een geopolitiek en religieus stelsel. Sindsdien hebben de zionisten het idee gepromoot dat de oprichting van een Israëlische staat een voorwaarde is voor de terugkeer van Christus. Miljoenen evangelisten zijn er oprecht van overtuigd dat Israël moet worden beschermd, ongeacht de prijs die daarvoor betaald moet worden. Het is hoogstwaarschijnlijk dat in het Midden-Oosten een kernoorlog zal uitbarsten tijdens het besluit, waardoor de bedrogen massa’s mensen verder zullen worden misleid om erin te geloven dat Christus op de een of andere manier voor de staat Israël strijdt.

Echter staat vast dat het authentieke ‘Israël van God’ en de heilige plaats zijn verbonden aan hen die de naam van Jehovah dragen. Omdat de laatste koning ervoor zal zorgen dat de machtigen der aarde samen met het volk van God tot de ondergang zullen worden gedwongen, op hetzelfde moment dat Jezus Christus zijn onzichtbare inspectie zal uitvoeren van de geestelijke tempel, zal de laatste koning de twijfelachtige eer bezitten om op dat moment de enig overgebleven aardse regering te zijn die zal heersen in directe oppositie van het dan heersende Koninkrijk van God. Dat zal ervoor zorgen dat hij op dat moment in Gods ogen een walgelijk ding zal zijn.

Omdat de heiligen de aardse vertegenwoordigers zullen zijn van het onzichtbare Koninkrijk der hemelen, zal het voor Satan onvermijdelijk worden om zijn aardse koninkrijk zo te manoeuvreren dat ook de stemmen van de vertegenwoordigers van Christus zullen worden onderdrukt.

Vandaar ook dat het walgelijke ding zal beginnen te staan op een heilige plaats, zodra het laatste rijk zichzelf ertoe zal aanzetten om Jehovah’s Getuigen te onderdrukken en het Wachttorengenootschap te vernietigen; vandaar ook dat hij de waarheid ter aarde zal werpen en ook verwoesting zal brengen over de heiligen.

Uiteindelijk zal de koning met bars gelaat zich in het midden van het slagveld van Armageddon bevinden, waar zal blijken dat hij geen waardige tegenstander is voor Jezus Christus en zijn legioenen aan engelen.

Zo zal uiteindelijk het doek vallen tijdens de grote finale. Daniël 8:25b beschrijft de laatste zin uit het laatste hoofdstuk van de geschiedenis van de heerschappij der mensheid. Er staat: ‘En tegen de Vorst der vorsten zal hij opstaan, maar zonder hand zal hij verbroken worden.