“Wegens de hem in het vooruitzicht gestelde vreugde heeft hij een martelpaal verduurd, schande verachtend, en is hij aan de rechterhand van de troon van God gaan zitten.”

– Hebreeën 12:2-

 

Alpha en Omega Jehovah Zelf is Koning GewordenIndien de vraag wordt gesteld waarom het nodig was dat Jezus moest sterven, dan luidt het meest voorkomende antwoord dat Jezus met zijn leven moest betalen voor onze zonden. Uiteraard zullen Jehovah’s Getuigen een gedetailleerdere uitleg kunnen geven ten aanzien van het losgeld. Echter, is het loskopen van de mensheid van hun zonden en hun dood de enige, of zelfs de belangrijkste reden waarom Jezus zijn leven gaf? Indien u ja op die vraag antwoordt, dan rijst er een relevantere vraag: waarom was het dan per se nodig dat Jezus zo’n verschrikkelijke dood moest ondergaan? Welk doel werd gediend vanwege het feit dat hij werd vastgenageld aan een martelpaal? Jezus had immers ook in zijn slaap kunnen sterven en daarmee uiteindelijk ook de losprijs kunnen betalen, omdat het enige wat werd vereist was dat een volmaakte man om zijn leven moest geven in ruil voor het recht om de mensheid los te kopen van Adam.

U herinnert zich waarschijnlijk de man Enoch nog wel, over wie wordt gezegd dat God hem heeft weggenomen, zodat hij de dood niet zou zien, waarop hij vervolgens ook van de aardbodem was verdwenen; God heeft Enoch feitelijk laten inslapen om hem een gewelddadige dood in de handen van zijn goddeloze vervolgers te besparen. Neem daarnaast bijvoorbeeld ook het geval van Mozes, die op oudere leeftijd van 120 jaar nog steeds een vitale man was. De Bijbel maakt er zelfs melding van dat zijn gezichtsvermogen nog scherp was op het moment dat God hem wegnam. Met andere woorden, hij stierf niet vanwege een natuurlijke oorzaak. Jehovah heeft Mozes blijkbaar geëuthanaseerd nadat hij van de berg Nebo afdaalde en hij het Beloofde Land had aanschouwd.

Indien een offer van een volmaakte ziel het enige was wat God vereiste, dan had Jezus ook een pijnloze dood kunnen hebben, net zoals die van Enoch of Mozes, zodat uiteindelijk de waarde van zijn volmaakte leven nog steeds voldoende was geweest om te dienen als losprijs om daarmee Adams uitstervende ras van de ondergang te kunnen redden. Nogmaals de vraag: waarom werd Jezus gedwongen om zo’n vreselijk pijnlijke dood te ondergaan? Welnu, waarom staat er in Jesaja dat Jehovah er zelfs behagen in schepte hem te verbrijzelen (Jesaja 53:10)? Hoewel het een uitzonderlijke daad van liefde van Gods kant was om zijn eniggeboren zoon te geven ten behoeve van de mensheid, moeten we niet veronderstellen dat de verlossing van de mens het belangrijkste in het universum is. Zoals Jehovah’s Getuigen goed weten, staan er grotere belangen op het spel dan de verlossing van de mensheid. De rechtvaardiging van Jehovah als de rechtmatige en enige soeverein van het hele universum is het hoogste doel dat vooropstaat. En de marteldood van Jezus heeft op instrumentele wijze bijgedragen aan de rechtvaardiging van Jehovah. Hoezo dan?

Een van de belangrijkste schatten van de heilige Geschriften staat vervat in de beginhoofdstukken van het boek Job, waar we een inkijkje krijgen in een daadwerkelijk gesprek dat tussen Jehovah en Satan heeft plaatsgevonden, terwijl een hele menigte van de geestelijke zonen van God luisterde naar deze conversatie.

Hoewel de beschuldigingen van de kwaadaardige engel hoofdzakelijk gericht lijken te zijn op de man Job, deed Satan nog een beroep op de medeplichtigheid door aan zijn beschuldigingen toe te voegen dat geen enkele mens of engel oprechte liefde heeft voor God. De Duivel betoogde verder dat een mens alles zou doen om zijn eigen leven te sparen, zelfs als dit zou inhouden dat men het bestaan van God zou moeten ontkennen of om ongehoorzaam aan hem te zijn indien het erop aan zou komen. Om Satan in staat te stellen om zijn bewering hard te kunnen maken, heeft Jehovah hem toegestaan om Job een reeks beproevingen te laten ondergaan. Echter bleek dat Job God niet had vervloekt zoals Satan had beweerd.

Hoewel de Schrift verder geen andere meldingen maakt ten aanzien van aanvullende discussies tussen Satan en Jehovah aangaande dit onderwerp, kunnen we er toch zeker van zijn dat de Duivel deze kwestie niet zomaar heeft laten vallen. Hij zou wellicht kunnen hebben geredeneerd dat Job, die een onvolmaakt man was, simpelweg te koppig was. En bovendien, hoe zouden we erachter kunnen komen of Job misschien niet toch zou zijn gebroken indien God Satan had toegelaten om Job verder te terroriseren tot en met een zekere dood?

En hoewel het erop zou kunnen lijken dat Satan in de eerste plaats de integriteit van Gods intelligente schepping in twijfel trok, heeft de Duivel er uiteindelijk voor gezorgd dat Gods persoon werd betwist. Immers, indien een mens zijn leven niet voor zijn levengever zou willen opofferen, zou Satan hebben kunnen zeggen dat dan de fout waarschijnlijk wel bij de Schepper zelf zou liggen. Misschien verdient God wel geen absolute gehoorzaamheid. Misschien is God wel helemaal niet in staat om binnen zijn eigen schepping een onvoorwaardelijke vorm van liefde voor zichzelf voort te brengen.

Dit zijn de onderliggende kwesties waartoe de uitdaging van Satan heeft geleid. En dit is het punt waarop Jezus in the picture komt. Jezus bevond zich in een positie waarin hij in staat was om op ondubbelzinnige wijze te reageren op de beschimping van Satan. In tegenstelling tot Job was Jezus wel volmaakt. En in tegenstelling tot de beproevingen van Job, zou Jehovah Satan toestaan om Jezus volledig te beproeven –volledig tot en met zijn dood. De enige vraag die toen onbeantwoord was, was of Jezus zich volledig zou onderwerpen aan het volbrengen van Jehovah’s wil tot aan de dood toe.

Jezus is intens geïnteresseerd in het voor eeuwig oplossen van deze universele kwesties door aan de hele schepping te bewijzen dat de Duivel een goddeloze leugenaar is. Daarom gebeurde het ook dat kort nadat Jezus werd gedoopt en gezalfd de Bijbel verslag doet van de gebeurtenis dat Jezus door de heilige geest naar de wildernis werd geleid om vervolgens door de Duivel te worden verzocht. Denk hier eens over na dat in het modelgebed van de Heer christenen aan God vragen om hen niet in verzoeking te brengen, terwijl de heilige geest Christus wel naar de Verzoeker leidde. Het feit dat Gods heilige geest werd gebruikt om Jezus naar een situatie te leiden waar hij rechtstreeks door de Duivel werd verzocht, bewijst dat er hogere belangen op het spel staan dan alleen de verlossing van de mensheid.

Nadat het drie keer niet was gelukt om Jezus te verleiden om zijn autoriteit te misbruiken in zijn hoedanigheid als de Christus, zegt het verslag dat Satan zich van hem terugtrok om het op een later en meer geschikter tijdstip nogmaals te proberen. De ultieme test kwam echter pas toen Jehovah zijn beschermende heilige geest volledig van Jezus wegnam. Op dat moment begon de periode waar Jezus in de hof van Gethsemane naar verwees als zijnde ‘Uw uur en de autoriteit der duisternis’.

Het was inderdaad het uur der duisternis. Binnen dat ‘uur’ werd Jezus verraden door een van zijn apostelen. De overige elf apostelen werden uiteengedreven vanwege hun angst en verwarring. Petrus weigerde zelfs driemaal te erkennen dat hij Jezus ooit had gekend. Jezus werd de gehele nacht onder bewaking gehouden en hij werd ondervraagd door de Joodse hogepriester voordat hij spoedig diende te verschijnen voor het Sanhedrin. Hij werd door de Joden bespot, valselijk beschuldigd en veroordeeld. Dit waren dezelfde Joden die hem kort daarvoor nog jubelend hadden verwelkomd als de Koning van Israël. Hij werd bespuugd, geslagen, gegeseld met een zweep waar scherpe stukjes bot aan zaten, en uiteindelijk werd er op bespottende wijze een doornenkrans op zijn hoofd gezet.

Maar zelfs tijdens zijn beproeving had Jezus nog kunnen vermijden dat hij tot de dood zou worden veroordeeld, indien hij tijdens het illegale tribunaal stil was gebleven toen hij door de hogepriester onder ede werd gesteld, die eiste dat Jezus antwoord zou geven op zijn vraag of hij de Zoon van God was, of indien hij voor zijn eigen verdediging had gepleit toen hij voor Pilatus stond. Het eindresultaat zou dan volledig anders zijn geweest. Onwrikbaar in zijn vastberadenheid om zich volledig aan Gods wil te onderwerpen, liet Jezus zichzelf veroordelen als een opstandeling en godslasteraar, omdat hij er zeker van was dat hij aan een houten paal zou worden genageld, waaraan hij zou hangen totdat hij zijn laatste adem zou uitblazen.

Hoewel de Duivel zich er zeer goed van bewust was dat alle profetieën, evenals Jezus zelf, hadden voorzegd dat Christus diende te sterven om zodoende Gods hogere doel te dienen, waardoor de werken van de Duivel tot niets zouden worden gereduceerd, vragen sommigen zich ook af waarom Satan als een welwillende deelnemer bij heeft gedragen aan de vervulling van de profetie door Jezus te laten doden. In het licht van de kwesties die Satan heeft opgeworpen, was de Duivel wellicht in de veronderstelling dat indien Christus daadwerkelijk zou worden geconfronteerd met de pijn en de verschrikking van zijn eigen executie, hij misschien op het laatste moment zou pogen te ontsnappen aan zijn ellendige situatie. En uiteraard ook om te kunnen bepalen of Jezus zich zou terugtrekken, moest Satan wel helemaal tot het uiterste gaan door Jezus aan de paal te laten nagelen. Houd er tevens rekening mee dat het aan een paal genageld worden bepaald geen snelle vorm van executie betreft. Jezus hing gedurende ongeveer drie uren aan de martelpaal. Zelfs op dat moment kon Jezus alsnog zijn naderende dood heroverwegen. Zoals zelfs zijn tegenstanders opmerkten: indien Jezus werkelijk de Zoon van God was, kon hij een beroep op God doen om hem uit zijn lijden te verlossen. Hij deed dat echter niet. En met zijn laatste adem zei de zegevierende Christus: ‘Het is volbracht.’

Echter betekende dit niet het einde van de controverse. Op de avond van zijn arrestatie vertelde Jezus tegen Petrus dat Satan de eis op tafel had gelegd dat de apostelen als tarwe moesten worden gezeefd. En gezeefd werden zij inderdaad. Petrus gaf ook zijn leven, net als vele eerste-eeuwse discipelen. En tot op de dag van vandaag eist Satan nog steeds de vrijheid op om degenen die tot God behoren te verzoeken en te beproeven.

Al eeuwenlang is God bezig met het roepen en kiezen van degenen die uiteindelijk deel zullen uitmaken van het 144.000 leden tellende koninkrijk. Sommigen onder hen hebben bewezen dat zij ongetrouw waren, waardoor Jezus ook zei: ‘Velen zullen worden geroepen, maar slechts weinigen zullen worden gekozen.’ Maar tijdens het besluit zal Jezus zijn engelen uitzenden om de onkruidachtige zonen van de goddelozen te ontwortelen en de goedgekeurde zonen van het Koninkrijk bijeen te verzamelen. De oogstperiode zal betekenen dat de periode waarin zij zullen worden geroepen en uitgekozen op dat moment tot een besluit zal zijn gekomen. Het heilige geheim zal dan voltooid zijn. De christenheid zelf zal dan haar beoogde doel hebben bereikt. Het tijdperk van evangelisatie zal dan beëindigd zijn. Deze zonen van het koninkrijk, die uiteindelijk bijeen zullen zijn verzameld als tarwe in de symbolische opslagplaats, zullen worden verzegeld met Gods onomkeerbare goedkeuring en zij zullen worden voorzien van een nieuw hart en een nieuwe geest – een onbuigzame, onbreekbare geest.

Zoals in het vorige hoofdstuk werd benadrukt, zal de geoogste groep van verzegelde zonen van het koninkrijk bestaan uit 7000 personen. Om de kwestie definitief eens en voor altijd op te lossen door uiting te geven aan zijn grootste vertrouwen in zijn nieuwste creatie, heeft Jehovah zich voorgenomen om de Duivel nog een allerlaatste kans te geven om Gods doelstellingen te dwarsbomen, namelijk door Satan toe te staan om het op aarde overgebleven deel tijdens de allesbeslissende fase nog een laatste keer te beproeven.

In het geval van Jezus heeft Jehovah zijn reputatie als spreker van de waarheid volledig gebaseerd op de integriteit van een enkele man – zij het een volmaakte. Maar tijdens de grote finale zal het Jehovah’s voornemen zijn om 7000 onvolmaakte en grotendeels onbeproefde christenen ten overstaan van Satan door hem te laten beproeven, in de wetenschap dat geen van hen uiteindelijk zal breken onder de druk. Een beproeving welke zal plaatsvinden onder druk van valse christussen en valse profeten, die grootse wonderen en tekenen zullen uitvoeren teneinde zelfs de uitverkorenen te misleiden, zoals Jezus zei: indien dit mogelijk zal blijken te zijn – de implicatie hiervan is dat er geen enkele van de uitverkorenen mag komen te struikelen.

Indien echter zou blijken dat ook maar 1 van de uitverkorenen ongetrouw is nadat de laatste oogst tot een einde zal zijn gekomen, dan zou dit betekenen dat God niet in staat is geweest om een koninkrijk van 144.000 koningen en priesters voort te brengen – 143.999 zal immers simpelweg onvoldoende zijn. Indien Jehovah moet worden gerechtvaardigd als de ware God, moet zijn woord volledig worden vervuld, zelfs tot in het kleinste detail. Dat zijn de belangen die op het spel staan. In een situatie van ‘alles of niets’ is het de bedoeling van Jehovah om toe te staan dat de aardse organisatie waar de uitverkorenen mee verbonden zijn vernietigd zal worden. Dit fenomeen betreft het centrale kenmerk van de profetie.

Jehovah’s vertrouwen in de onbreekbare loyaliteit van zijn heiligen op dat moment is des te opmerkelijker in het licht van het feit dat het op dit moment absoluut noodzakelijk is dat God degenen die de gezalfde gemeente van Christus vormen op ernstige wijze corrigeert. Echter worden wij er door middel van de profetie van verzekerd dat de zware wonde het gestelde doel zal bereiken, waarna achteraf de ultieme verlichting zal komen, zoals Jesaja 30:26 dit stelt: ‘En het licht van de volle maan moet worden als het licht van de gloeiende zon; en ook het licht van de gloeiende zon zal zevenmaal sterker worden, als het licht van zeven dagen, op de dag dat Jehovah de breuk van zijn volk verbindt en zelfs de zware wonde die het gevolg is van de door hem toegebrachte slag geneest.

De profetie van de aanval van Gog van Magog kan nu beter worden begrepen. Het 37ste hoofdstuk van Ezechiël beschrijft de opstanding van Israël uit een staat waarin het als het ware lijkt op uitgedroogde botten die verspreid op de grond liggen, als gevolg van de zware disciplinaire slagen van God. Echter zal Jehovah zijn bewegingloze organisatie weer tot leven brengen, waarop deze volledig gereinigd zal worden, waarna hij vervolgens zijn verbond van vrede met hen zal herstellen. Het resultaat zal hetzelfde zijn als ook wordt beschreven in het 21ste hoofdstuk van Openbaring, namelijk dat God zijn liefdevolle tabernakel zal uitspreiden over hen die losgekocht zullen zijn, en zij zullen zijn volk worden en Jehovah zal hun God worden. Ezechiël stelt ook dat ‘David over hen zal heersen’. ‘David’ is natuurlijk een verwijzing naar de zoon van David, Jezus Christus. Dus de profetie heeft duidelijk betrekking op de komst van Christus en de verlossing van het christelijke Israël van God.

Het zal op dat moment zijn waarover wordt gezegd dat Jehovah de haken in de kaken van Gog zal zetten om hem er vervolgens toe te bewegen om zijn herstelde volk aan te vallen met de uiteindelijke bedoeling om de heiligen te laten struikelen tot ontrouw. Immers bleek Satan ook in staat te zijn om een van de persoonlijk door Jezus gekozen apostelen te misleiden, en talloze anderen sinds dat moment. Satan zal toch zeker wel in staat blijken te zijn om hetzelfde nog een keertje te doen met een of meer van de 7000? Dit zal een onweerstaanbare verleiding blijken te zijn voor de Verleider.

In de eerste eeuw was de heilige plaats welke werd geassocieerd met de profetie de tempel in Jeruzalem. Hoewel het twijfelachtig is dat niet-Joodse christenen de tempel van Herodes beschouwden als iets heiligs, bleek wel dat veel van de Joodse christenen zich daar ten diepste verbonden mee voelden. Aangezien dat het geval blijkt te zijn, zou zoals Jezus dit had geprofeteerd zodra het ‘walgelijke ding’ uit de profetie verschijnt, het bijzonder belangrijk zijn voor Hebreeuwse christenen die in Judea en Jeruzalem wonen om er mentaal op voorbereid te zijn om hun huizen en lokale gemeenten evenals de tempel te verlaten, waar vele christenen zich zonder twijfel bijeen hadden verzameld om te getuigen tegen de Joden. Het was een vorm van discipline vanaf God.

Daarom richtte Paulus ook zijn brief aan de Hebreeën nog voordat Jeruzalem zou worden vernietigd, waarin met betrekking tot de oude Joodse Wet grondig werd uitgelegd welke rol de formele tabernakel/tempelaanbidding had gespeeld in relatie tot de vervulling van Gods doelstelling en ook hoe en waarom het oude Joodse systeem was achterhaald na de komst van de Messias en hoe deze regelingen op gewelddadige wijze uit het bestaan werden uitgefaseerd.

Paulus vervolgde zijn brief door de Hebreeën te vermanen om niet te bezwijken onder Gods tuchtiging.

Het is vooral opmerkelijk dat het hele elfde hoofdstuk van de brief van Paulus aan de Hebreeën een beschouwing betreft ten aanzien van het geloof van tal van prechristelijke mannen en vrouwen, waarvan er velen met de dood werden geconfronteerd. Hebreeuwse christenen die in Jeruzalem zouden wonen zouden ook zwaar worden beproefd ten aanzien van hun geloof.

Echter laat de brief van de apostel duidelijk zien dat de vernietiging van het oude Joodse systeem slechts een patroon betreft dat dient ter vervulling van het gehele christelijke tijdperk en het huidige samenstel van dingen. Dat blijkt duidelijk uit deze woorden van Paulus: ‘Ziet toe dat GIJ hem die spreekt, niet vraagt U te willen verontschuldigen. Want indien zij niet zijn ontkomen die verontschuldigd vroegen te worden bij hem die een goddelijke waarschuwing op aarde gaf, dan nog veel minder wij, als wij ons afkeren van hem die uit de hemelen spreekt. Zijn stem deed toen de aarde schokken, maar nu heeft hij de belofte gedaan en gezegd: “Nog eenmaal wil ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel in beroering brengen.” Welnu, de uitdrukking “Nog eenmaal” duidt op de verwijdering van de dingen die worden geschokt als dingen die gemaakt zijn, opdat de dingen die niet worden geschokt, blijven’ (Hebreeën 12:25-27).

Nu zullen ook wij worden geconfronteerd met het uur en de autoriteit der duisternis. Een duisternis die zo angstaanjagend zal zijn dat het lijkt alsof de zon en de maan niet meer zullen zijn. Gedurende dat ‘uur’ zal de beschaving in de vergetelheid worden geschud. Alle bergachtige instellingen die nu zo permanent lijken, zullen van hun fundament af worden geschud.

De mensheid zal worden bewogen als een stormachtige zee. Er zal geen enkele plaats op aarde zijn om naartoe te vluchten om te kunnen ontsnappen aan alle tumult. Alleen degenen die een onwankelbaar geloof zullen hebben in God en Christus zullen in staat blijken om te overleven, omdat God hun een werkelijke vorm van toevlucht zal verschaffen.

Laten we niet door angst versmelten, zoals een ieder die geen geloof oefent ongetwijfeld wel zal doen, zodra de engelen de vier winden der vernietiging over de aarde zullen laten komen. Laten we nu de gelegenheid met beide handen aangrijpen om stelling te nemen voor de Waaheid! Laat alles maar komen! Laten wij ons de mannen en vrouwen herinneren die in de Schrift staan opgenomen die buitengewone werken hebben verricht omwille van hun geloof.

Laten we boven alles onszelf altijd herinneren aan het grote voorbeeld dat Jezus Christus heeft gesteld, en laten wij erop vertrouwen dat degene die ooit de stormachtige zee van Galilea tot kalmte bedaarde, en die de opdracht aan Petrus gaf om uit die kleine boot in de woeste wateren te stappen, ook ons zal dragen gedurende de aankomende wervelstorm van Jehovah.