“Maar de meest belangrijke datum voor de gehele menselijke schepping is 1914, want dat was het grootste keerpunt in de menselijke geschiedenis …”

De Wachttoren, 15 Mei 1960 –

Jehovah zal weeën der benauwdheid uitstorten over de gehele bewoonde aardeToen veel van de Jehovah’s Getuigen werden geconfronteerd met de reeds gepresenteerde feiten met betrekking tot de valsheid van de doctrine omtrent de onzichtbare parousia in 1914, zijn velen van hen geneigd om te redeneren op manieren vergelijkbaar met het volgende: ‘Misschien is er een klein aantal aspecten uit de 1914-doctrine van het Wachttorengenootschap die nog niet geheel duidelijk zijn, maar het is toch zeker dat het teken van de tegenwoordigheid van Christus overduidelijk is bewezen sinds 1914?’

In dit hoofdstuk zal het gepresenteerde bewijsmateriaal nader worden onderzocht. Het centrale kenmerk van het teken is heel simpel, zoals Jezus zei: ‘Want natie zal tegen natie opstaan en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen in de ene plaats na de andere voedseltekorten en aardbevingen zijn. Al deze dingen zijn een begin van weeën der benauwdheid.

Er bestaat geen twijfel over dat de Eerste Wereldoorlog de meest vernietigende oorlog was in de geschiedenis, tenminste tot dan toe. Maar vervulde de oorlog van 1914-1918 werkelijk de profetie van Jezus op een manier die geen enkele andere oorlog kon? Of zou kunnen? Kan er in de toekomst een nieuwe oorlog plaatsvinden, die nog destructiever zal zijn dan de eerdere twee wereldoorlogen uit de 20ste eeuw, welke, indien vergezeld van andere specifieke calamiteiten, zou kunnen dienen als het werkelijke teken van de ophanden zijnde wederkomst van Christus?

De Wachttoren-organisatie zegt van niet. De redenering achter die stelling is gebaseerd op de veronderstelling dat, omdat een groot aantal landen nu nucleaire wapens en diverse andere duivelse massavernietigingswapens bezit, een eventuele toekomstige oorlog zo destructief zal zijn dat het menselijke ras deze calamiteit simpelweg niet zou kunnen overleven. En omdat de Bijbel ons verzekert dat de aarde niet zal worden vernietigd en dat de mensen voor eeuwig zullen leven op de aarde, om die reden een nieuwe wereldoorlog uit den boze wordt geacht.

Bijvoorbeeld, in het boek Redeneren vanuit de Schrift, onder het thema ‘De Laatste Dagen’, biedt het Wachttorengenootschap deze verklaring aan sceptische huishoudens die niet de mogelijkheid uitsluiten van een toekomstige oorlog die voldoet aan het teken van Christus’ tegenwoordigheid en zijn vervulling:

‘Welnu, een onderdeel van het teken dat Jezus gaf, betrof oorlog tussen natiën en koninkrijken. Maar wat zou er in deze tijd gebeuren als wij voor de vervulling van het teken moesten wachten op een volgende totale oorlog tussen de supermachten? Niemand of vrijwel niemand zou zo’n oorlog overleven. Het is dus duidelijk dat alleen al het feit dat het Gods voornemen is dat er overlevenden zullen zijn, erop wijst dat wij nu heel dicht voor het einde van dit oude samenstel staan.’

Het Redeneren-boek voegt ook nog de volgende redenatie toe:

‘Deze profetie vergelijken met de wereldgebeurtenissen is net zoiets als een vingerafdruk vergelijken met de eigenaar ervan. Er bestaat niemand anders met precies dezelfde vingerafdruk. Zo zal ook het gehele patroon van de gebeurtenissen die in 1914 begonnen zijn, zich niet in een volgende generatie herhalen.’

Maar is deze redenering van het Wachttorengenootschap waterdicht? Kan er met zekerheid worden uitgesloten dat het teken zelf in de toekomst onmogelijk overtuigender geopenbaard zal worden? Deze vraag wordt des te relevanter aangezien het Wachttorengenootschap ook leert dat de profetieën niet begrepen zullen worden voordat ze worden vervuld.

Op een indirecte manier spreekt het Wachttorengenootschap zichzelf tegen door zijn eigen redenering. Aan de ene kant wordt Jehovah’s Getuigen geleerd dat het patroon dat in 1914 is begonnen zeker niet in een toekomstige generatie kan worden herhaald, terwijl aan de andere kant het Wachttorengenootschap ook toegeeft dat profetieën niet begrepen kunnen worden voordat ze worden vervuld. Maar als profetieën niet op voorhand in detail kunnen worden begrepen, hoe kan er dan met zekerheid worden gezegd dat bepaalde toekomstige ontwikkelingen met deze enorme omvang en reikwijdte de voorzegde gebeurtenissen welke nu geassocieerd worden met 1914 niet zullen gaan overtreffen? Volgens de eigen geschriften van het Wachttorengenootschap zullen we moeten afwachten hoe de dingen zich in de toekomst zullen ontwikkelen voordat we met volle zekerheid kunnen bepalen of profetieën wel of niet zijn vervuld.

De eerder geciteerde verklaring stelt dat er bij een oorlog waarbij nucleaire machten betrokken zouden zijn ‘weinig tot geen overlevenden’ over zouden blijven en dat het om die reden onmogelijk wordt geacht. Maar dit soort scenario is precies waar Jezus op zinspeelde toen hij zei dat de verdrukking van een dergelijke hevigheid zou zijn dat, tenzij Jehovah niet zou ingrijpen en de dagen zou verkorten, geen vlees zou overleven. Het is duidelijk dat er niets is wat de natiën belet tot het starten van een nieuwe wereldoorlog of wereldoorlogen welke vele malen destructiever zullen zijn dan alle voorgaande oorlogen. Het is overbodig om te vermelden dat zelfs de vernietigende gevolgen van een kleinere nucleaire oorlog tussen twee of meer kernmachten de catastrofe welke bekendstaat als de Eerste Wereldoorlog zouden overschaduwen.

In het verleden leerde het Wachttorengenootschap dat Jezus’ profetie over ‘angstige schouwspelen’ en ‘grote tekenen aan de hemel’, evenals mannen die ‘flauwvallen uit angst’, reeds vervuld was in de 20ste eeuw. Onder verwijzing naar de angstaanjagende wapens die tijdens de Eerste Wereldoorlog werden gebruikt, schreef het Wachttorengenootschap zo recent als 1 oktober 1988:

‘De Eerste Wereldoorlog introduceerde vreselijke nieuwe wapens. Uit de hemel regende het met bommen en kogels vanuit vliegtuigen en luchtschepen. Nog angstaanjagender was de verwoesting die naar beneden regende op hulpeloze burgers in de Tweede Wereldoorlog, waaronder die van twee atoombommen[…] Ondertussen, zoals voorspeld, “werden mensen mat van vrees en verwachting van de dingen die uitgestort zouden worden over de bewoonde aarde”. Misdaad, terrorisme, economische ineenstorting, chemische verontreiniging en radioactieve straling van kerncentrales, samen met de aanhoudende dreiging van een nucleaire oorlog, zijn allen oorzaken van de “angst”.’

Laten wij echter eens serieus redeneren. De ouderwetse met canvas beklede vliegtuigen uit het prehistorische 1914-tijdperk kunnen absoluut niet worden vergeleken met het potentieel van het destructieve moderne arsenaal aan wapens uit deze tijd. Daarnaast waren die krakkemikkige vliegtuigen niet gericht op het vernietigen van de burgerbevolking, noch hadden ze de capaciteit om dit te doen; terwijl vandaag de dag slechts één geavanceerd gevechtsvliegtuig over meer vuurkracht kan beschikken dan alle wapens en munitie die zijn gebruikt in beide wereldoorlogen bij elkaar opgeteld!

Bovendien lijkt de angst die de mensen uit de 20ste eeuw hebben ervaren met betrekking tot de toekomst niet precies op hetgeen wat Jezus beschreef toen hij voorspelde dat mannen ‘mat worden van vrees en verwachting omtrent de dingen die over de bewoonde aarde komen’. Het is waar dat men in angst heeft geleefd voor een nucleaire oorlog en andere calamiteiten, maar het ‘mat worden van vrees’ lijkt te wijzen op een soort unieke vorm van terreur als reactie op een catastrofale situatie – niet slechts ongerustheid over de mogelijkheid ervan.

Vanaf circa 1995 is het Wachttorengenootschap stilletjes begonnen met het herinterpreteren van de kenmerken omtrent het teken met betrekking tot de mannen die mat worden van vrees, om dit toe te kunnen laten passen op de toekomst. Tegenwoordig zien Jehovah’s Getuigen niet langer de alledaagse angst waaronder de samenleving gebukt gaat als onderdeel van het teken van de tegenwoordigheid van Christus. Maar hierdoor stelt het Wachttorengenootschap zichzelf voor nog een interpretatief dilemma. Dat komt doordat de angstige tekenen aan de hemel en de mannen die mat worden van vrees volgens Jezus’ profetie een gevolg zullen zijn van de natiën die tegen elkaar zullen strijden in een grote oorlog. Dit blijkt evident uit het volgende vers waarin Jezus tegen zijn discipelen zei: ‘Als nu deze dingen beginnen te geschieden, richt U dan rechtop en heft UW hoofd omhoog, omdat UW bevrijding nabij komt.’

Als welke ‘dingen beginnen te geschieden’? Volgens Jezus zouden oorlogen en zelfs meldingen van oorlogen terreur veroorzaken. Dat is de reden waarom Jezus zijn discipelen vermaande om niet toe te geven aan angst en zei: ‘Wanneer GIJ voorts van oorlogen en ongeregeldheden hoort, wordt dan niet verschrikt. Want deze dingen moeten eerst geschieden, maar het einde [komt] nog niet onmiddellijk.

Jezus sprak verder om het teken te verduidelijken door te voorspellen dat zijn discipelen ‘angstige tekenen’ te zien zouden krijgen. In Lukas 21:10-11 zei Jezus: ‘Toen zei hij vervolgens tot hen: “Natie zal tegen natie opstaan en koninkrijk tegen koninkrijk; en er zullen grote aardbevingen zijn, en in de ene plaats na de andere pestilenties en voedseltekorten; en er zullen vreselijke schouwspelen en van de hemel grote tekenen zijn.”’

De oorlogen en wanorde die Jezus voorspelde zijn klaarblijkelijk ook de primaire oorzaak van vrees en angst, waarbij waarschijnlijk het toppunt ervan zal resulteren in vreselijke schouwspelen en grote tekenen in de vorm van enorme groeiende paddenstoelvormige wolken kokend in de hemelen. Eén ding is zeker: zelfs de ontploffing van een waterstofbom zal ertoe leiden dat de mensheid een vorm van angst en vrees zal meemaken op een schaal welke men nog nooit eerder heeft meegemaakt in de gehele voorgaande geschiedenis.

De meest opvallende tekortkoming van de 1914-doctrine van het Wachttorengenootschap is het voor de hand liggende feit dat het nu meer dan een eeuw geleden is, en dat vrijwel iedereen die oorspronkelijk getuige was geweest van de gebeurtenissen in verband met de Grote Oorlog van 1914 reeds lang geleden is overleden. Echter, tot zo recent als 1995 koesterde het Wachttorengenootschap de overtuiging onder Jehovah’s Getuigen dat sommigen van de generatie uit 1914 nog steeds in leven zouden zijn om het einde mee te maken. Zelfs nog in 1993 verklaarde het Wachttorengenootschap:

‘Dus, alle kenmerken van de laatste dagen moeten plaatsvinden binnen de periode van één generatie, de generatie van 1914. Dus sommige mensen die in 1914 in leven waren zullen nog steeds in leven zijn tijdens het besluit van dit samenstel. De mensen uit die generatie zijn nu op zeer gevorderde leeftijd, wat aangeeft dat er niet veel tijd meer over is totdat God het huidige samenstel van dingen tot een einde zal brengen.’

In de Wachttoren van 1 november 1995 heeft men eerst getracht om het begrip ‘generatie’ te herdefiniëren, terwijl nog steeds werd vastgehouden aan de datum van 1914. Omdat Jezus de term ‘generatie’ gebruikte in de context van de goddeloosheid van de Joden, was het Besturend Lichaam van mening dat de generatie te maken had met de goddeloosheid van de mensen. Maar zodra zij beseften dat deze verklaring ontoereikend was, verzon Bethel een paar jaar later de overlappende-generatietheorie.

Echter, toen Jezus in Mattheüs 23:36 zijn oordeel uitsprak over de goddeloze Joodse natie, zei hij tot hen: ‘Voorwaar, ik zeg U: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht’ (geslacht = generation in de Engelse versie). De generatie die in de eerste eeuw de uitspraak van Jezus hoorde zou niet voorbijgaan totdat zij ook de vervulling zou zien van ‘al deze dingen’, met als hoogtepunt de verwoesting van Jeruzalem.

Volgens Jezus zouden zijn volgelingen die op dat moment zouden leven persoonlijk het teken aanschouwen van zijn tegenwoordigheid. Jezus gaf zelfs een illustratie om het punt te benadrukken, waarbij hij zei: ‘Leert nu van de vijgenboom als illustratie het volgende: Zodra zijn jonge tak zacht wordt en in het blad schiet, weet GIJ dat de zomer nabij is. Zo ook GIJ, wanneer GIJ al deze dingen ziet, weet dan dat hij nabij is, voor de deur.

Het voornaamwoord ‘gij’ wordt drie keer in het vers aangehaald. Echter, bent u persoonlijk getuige geweest van de gebeurtenissen die in 1914 plaatsvonden? Heeft iemand die op dit moment leeft alle van de dingen die Jezus voorspelde persoonlijk meegemaakt? Bedoelde Jezus enkel dat zijn discipelen welke zouden leven ten tijde van zijn wederkomst zijn tegenwoordigheid zouden kunnen ‘zien’ door middel van het lezen van geschiedenisboeken of door middel van mondelinge ooggetuigenverslagen welke zijn doorgegeven door grootouders en overgrootouders? Als dit zo zou zijn, waarom zei Jezus dan ‘wanneer GIJ al deze dingen ziet’? Volgens de geciteerde quote uit de brochure in het eerste deel van dit hoofdstuk beweerde het Wachttorengenootschap dat veel mensen persoonlijk het teken van Jezus’ tegenwoordigheid hebben gezien. Het artikel stelt de vraag:

‘Heeft u de verwoestende oorlog, de voedseltekorten, of enkele van de grote aardbevingen meegemaakt die de aarde sinds 1914 hebben geteisterd? Indien dit het geval is, bent u een ooggetuige geweest van “het teken” van “de tijd van het einde” van dit samenstel van dingen.’

Eerlijkheidshalve: hoeveel mensen hebben vandaag de dag werkelijk oorlog, voedseltekorten of dodelijke plagen ‘ervaren’? De meeste mensen die in de westerse wereld wonen hebben nog nooit persoonlijk een van de dingen ervaren die Jezus voorspelde. Echter, volgens de brochure van het Wachttorengenootschap ‘Geeft God werkelijk om ons?’ zijn de moderne plagen van hart- en vaatziekten, aids en kanker ook een vervulling van het teken. Dit is wat het Wachttorengenootschap heeft verklaard:

‘De Spaanse griep alleen al doodde ongeveer 20.000.000 mensen na de Eerste Wereldoorlog – sommige schattingen bedragen zelfs 30.000.000 of meer. Aids heeft honderdduizenden levens genomen en kan miljoenen meer worden in de nabije toekomst. Elk jaar sterven miljoenen mensen aan hartkwalen, kanker en andere ziekten. Miljoenen meer sterven een langzame dood door honger. Zonder enige twijfel hebben de “ruiters van de Apocalyps” met hun oorlogen, voedseltekorten en epidemieën sinds 1914 grote aantallen van de menselijke familie opgeëist.’

Als echter de vier ruiters van de Apocalyps, zoals wordt verondersteld, reeds zijn begonnen aan hun dodelijke galop, is het dan aannemelijk dat de wereldbevolking gedurende die periode gestaag zou moeten toenemen? Zou de bevolking niet eerder drastisch moeten afnemen wanneer de dodelijke profetische ruiters worden losgelaten op de wereld? Bijvoorbeeld, in de tijd dat de Zwarte Dood over het continent van Europa raasde, nam de bevolking van sommige regio’s af met maar liefst 50 procent! Hele dorpen werden volledig weggevaagd door de dodelijke plaag. Maar vormen de degenereerde ziekten van de westerse beschaving zoals kanker en hart- en vaatziekten een vergelijkbaar soort dreiging als de builenpestbesmetting van de voorbije eeuwen? Dit blijkt duidelijk niet het geval.

Bovendien, is het dan ook logisch dat een groot deel van de wereldbevolking welke tegelijkertijd zou worden geteisterd door epidemieën en hongersnoden van apocalyptische proporties in de meer welvarende natiën volgens het Wachttorengenootschap gebukt gaat onder de grootste dreiging van vandaag de dag, namelijk obesitas?

Volgens Openbaring is een kwart van de bevolking van de aarde gedoemd om te bezwijken vanwege de gecombineerde verwoestingen van de drie apocalyptische ruiters: ‘En ik zag, en zie! een vaal paard; en die erop zat, droeg de naam Dood. En Ha̱des volgde dicht achter hem. En hun werd autoriteit gegeven over het vierde deel van de aarde, om te doden met een lang zwaard en met voedseltekorten en met dodelijke plagen en door de wilde beesten van de aarde.

Wat betekent het eigenlijk dat er autoriteit zal worden gegeven over ‘het vierde deel van de aarde’ aan het gezag van de dood? Als deze woorden iets betekenen, en vooral wanneer het Gods woorden zijn, moet het ‘vierde deel’ absoluut betekenen dat ongeveer 25 procent, of ongeveer een kwart van de wereld, is voorbestemd om ten prooi vallen aan de apocalyptische ruiters. Vormt dan het aantal sterfgevallen welke gedurende de 20ste eeuw zijn toegeschreven aan oorlogen, hongersnoden en epidemieën, ongeveer een kwart van de bevolking van de aarde?

In het jaar 1900 waren er ongeveer 1,5 miljard mensen op aarde. Er werden ongeveer 8 tot 9 miljoen mannen gedood tijdens de Eerste Wereldoorlog, en een extra 20 tot 40 miljoen ongelukkige zielen kwamen om door de Spaanse-grieppandemie in 1918. Klaarblijkelijk waren er geen grote hongersnoden in diezelfde periode. Dus als we het aantal sterfgevallen als gevolg van de Spaanse griep naar boven afronden en vervolgens de 10 miljoen sterfgevallen als gevolg van de Eerste Wereldoorlog bij elkaar optellen tot een totaal van 50 miljoen, welk percentage van 1,5 miljard (totale wereldbevolking) is 50 miljoen dan?

Dat cijfer vertegenwoordigt ongeveer 3 procent van de totale bevolking in die tijd. Dit komt niet eens in de buurt van een kwart van de wereldbevolking in 1914-1919.

Maar hoe zit het met inachtneming van alle sterfgevallen als gevolg van oorlog, honger en pestilenties in de 20ste eeuw, zoals het Wachttorengenootschap doet? De Wachttoren zegt bijvoorbeeld vaak dat de vele oorlogen van de afgelopen eeuw meer dan 100 miljoen levens hebben gekost. Het probleem ten aanzien van deze benadering is dat de wereldbevolking ook op dit moment ‘exponentieel’ toeneemt, ondanks het verschrikkelijke dodental dat toegeschreven wordt aan oorlog, hongersnood en pestilenties.

Dus als we het getal van 100 miljoen pakken en daarbij zelfs een extra 150 miljoen toevoegen wegens allerlei vroegtijdige sterfgevallen, blijkt dat deze hypothetische kwart miljard doden nog steeds maar ongeveer 4 procent van de huidige bevolking vertegenwoordigt, welke volgens de online wereldbevolkingsteller stond op meer dan 7.300.000.000 in december 2015.

Is hetgeen in Gods Woord staat beschreven overdreven wanneer dat stelt dat de vier ruiters gezag wordt gegeven ‘over het vierde deel van de aarde’? Of zou het verstandiger zijn om te concluderen dat, gezien de hele situatie tot nu toe, het voorzegde teken nog niet is geopenbaard?

Evenals het feit dat het Wachttorengenootschap ons niet met stelligheid kan verzekeren dat er niet nog een andere wereldoorlog zal komen, kan het evenmin afbreuk doen aan de mogelijkheid dat zich in de toekomst voedseltekorten en pandemieën voordoen op een schaal die nog nooit eerder is voorgekomen. Experts op het gebied van virologie blijven bijvoorbeeld waarschuwen dat een opkomende vogelgriep de potentie heeft om wereldwijd toe te slaan en zou mogelijkerwijs zoveel als een miljard mensenlevens kunnen kosten. Als zelfs maar een fractie van dat aantal slachtoffers zou vallen, zou een dergelijk grimmig worstcasescenario de verschrikkingen van de Spaanse griep van 1918 ronduit overtreffen. En het is overigens ook niet uitgesloten dat mogelijke toekomstige epidemieën het resultaat zouden kunnen zijn van biologische wapens die door mensenhanden zijn ontwikkeld.

Als de Eerste Wereldoorlog het ‘begin van de weeën der benauwdheid’ zou zijn geweest, waar Jezus het in zijn profetie over had, dan zouden er toch ook bewijzen moeten zijn voor de andere facetten van het teken van de tegenwoordigheid van Christus, of niet?

Een ander aspect van het teken van Christus’ tegenwoordigheid staat beschreven in Mattheüs 24:9-14, dat luidt: ‘Dan zal men U overleveren aan verdrukking en U doden, en GIJ zult ter wille van mijn naam voorwerpen van haat zijn voor alle natiën. Dan zullen ook velen tot struikelen worden gebracht en elkaar verraden en elkaar haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen misleiden; en wegens het toenemen der wetteloosheid zal de liefde van de meesten verkoelen. Maar wie tot het einde heeft volhard, die zal gered worden. En dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen.

Er bestaat geen twijfel over dat in de afgelopen honderd jaar Jehovah’s Getuigen een van de meest gehate en verguisde religieuze groeperingen ter wereld vormden. De vervolging van Jehovah’s Getuigen door de nazi’s is bekend. Tijdens de jaren 1930 en 1940 werden Jehovah’s Getuigen ook in de Verenigde Staten onderworpen aan golven van intens groepsgeweld en intimidatie. Ook Canadese Getuigen, in het bijzonder in de Franstalige provincie Québec, werden tijdens de jaren 1950 intens vervolgd.

Wat meer recent werden Jehovah’s Getuigen gedurende de jaren 1970 door de regering van Malawi op wrede wijze vervolgd, wat erin resulteerde dat duizenden uit hun huizen werden verdreven en werden mishandeld of gedood. Jehovah’s Getuigen worden momenteel vervolgd in tal van voormalige Sovjetlanden. Maar vormen deze vervolgingen, uit het verleden en het heden, het teken van het besluit van het samenstel van dingen? Immers, werden de oorspronkelijke christenen soms ook op kwaadaardige wijze vervolgd. Zou het niet mogelijk kunnen zijn dat alle vervolgingen tot op dit moment slechts een voorbode zijn van wat er nog zal komen?

Neem eens het parallelle verslag ten aanzien van de profetie van Christus onder de loep dat beschreven staat in Markus: ‘Ziet GIJ echter toe op UZELF; men zal U aan plaatselijke rechtbanken overleveren, en GIJ zult in synagogen worden geslagen en voor bestuurders en koningen terechtstaan ter wille van mij, tot een getuigenis voor hen. Ook moet eerst in alle natiën het goede nieuws worden gepredikt. Wanneer men U echter wegvoert om U over te leveren, maakt U dan niet tevoren bezorgd over wat GIJ zult spreken, maar spreekt datgene wat U in dat uur gegeven wordt, want niet GIJ zijt het die spreekt, maar de heilige geest. Voorts zal de ene broer de andere ter dood overleveren, en een vader een kind, en kinderen zullen tegen de ouders opstaan en hen ter dood laten brengen; en GIJ zult ter wille van mijn naam voorwerpen van haat zijn voor alle mensen. Maar wie tot het einde heeft volhard, die zal gered worden.

Houd er rekening mee dat Jezus zei dat eerst het goede nieuws gepredikt moest worden. ‘Eerst’ voor wat? Het goede nieuws moet eerst aan de natiën worden verkondigd voordat christenen worden overgeleverd aan de plaatselijke rechtbanken en machthebbers om hun een laatste getuigenis te geven. Zijn Jehovah’s Getuigen gedwongen in rechtbanken geplaatst tegenover de vorsten en overheden van de wereld ‘tot een getuigenis voor hen’? Het klopt dat er nationale en zelfs internationale bekendheid is verworven door een aantal rechtszaken die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de onrechtvaardige vervolging en het verbieden van Jehovah’s Getuigen. Het recente verbod op Jehovah’s Getuigen in Moskou is hiervan een voorbeeld. Maar voldoen dergelijke gevallen werkelijk aan de eisen van het profetische teken waar Christus het over had? Vergeet niet dat het Wachttorengenootschap het teken van de tegenwoordigheid van Christus heeft vergeleken met een unieke vingerafdruk. De vraag is: komen de gebeurtenissen uit het verleden overeen met hetgeen wat Christus voorzegde dat er zou gaan gebeuren?

Het staat vast dat de instructies van Jezus aan zijn volgelingen ‘Neemt U daarom in UW hart voor niet van tevoren te repeteren hoe GIJ UW verdediging zult voeren’ (Lukas 21:14-16) de inzet van mogelijk betrokken advocaten ten behoeve van een juridische verdediging zelfs uitsluiten. Bovendien kan men zich ook serieus afvragen of er bij moderne juridische zaken waarbij het Wachttorengenootschap betrokken is werkelijk sprake is van ‘getuigen voor het Koninkrijk van God ten overstaande van overheidsfunctionarissen’. Of is het meer een geval van juridisch gehakketak tussen overheden en advocaten van de Wachttoren-organisatie? In contrast tot de raad van Christus: welke advocaat zou het aandurven om zomaar naar de rechter te stappen, zonder eerst zorgvuldig van tevoren een adequate verdediging voor zijn cliënt te repeteren? Spreekt de heilige geest soms tot overheidsfunctionarissen door middel van legale petities welke zijn ingediend door advocaten van de Wachttoren-organisatie? Het voorbeeld in de Heilige Schrift geeft anders aan.

Jezus Christus stond zelf ook ooit voor het tribunaal van de Joodse hogepriester en koning Herodes, evenals voor de Romeinse stadhouder Pilatus, zonder dat er een advocaat of raadsman aanwezig was. Zijn verdediging was zeer eenvoudig. Hij sprak over het Koninkrijk van God. Petrus, Jakobus en Johannes getuigden ook voor het Joodse hooggerechtshof zonder een enkele advocaat die voor hen pleitte in het juridische jargon van die tijd. Paulus verscheen zelfs voor Caesar in Rome om een grondige getuigenis af te leggen met betrekking tot het Koninkrijk van Christus.

Echter, heeft de achterban van Jehovah’s Getuigen ooit moeten verschijnen voor hoge ambtenaren en machthebbers zonder te zijn vertegenwoordigd door advocaten die van tevoren een juridische verdediging hadden voorbereid? Terwijl Jehovah’s Getuigen zouden kunnen aannemen dat de onderliggende koninkrijkskwestie van cruciaal belang is in dergelijke gevallen waarbij de advocaten van het Wachttorengenootschap proberen te zoeken naar rechtsmiddelen om te strijden tegen verboden en vervolgingen, kan men zich ernstig afvragen wat in dit soort gevallen nou precies de vergelijking is met de forse getuigenissen die zijn gegeven door Christus en zijn apostelen.

Bovendien kwamen de vervolgingen van Jehovah’s Getuigen tot op heden qua omvang of ernst nog niet eens in de buurt van welke Christus beschreef toen hij voorzei: ‘Voorts zal de ene broer de andere ter dood overleveren, en een vader zijn kind, en kinderen zullen tegen de ouders opstaan en zullen hen ter dood laten brengen.

Het onderlinge verraad onder de gemeenschap van christenen is een belangrijk kenmerk van het teken van het besluit van het samenstel. Als de tijd van het einde echt begonnen zou zijn in 1914, had dit kenmerk van de profetie van Christus dan niet net zo prominent aanwezig moeten zijn als de oorlogen, hongersnoden en pestilenties? Het zou kunnen dat er misschien een aantal voorbeelden te noemen is van christelijke getuigen die tijdens de Holocaust door een familielid zijn verraden met de dood tot gevolg, maar indien er sprake was van dergelijke gevallen, dan waren ze in ieder geval zeer zeldzaam.

Echter, de Hebreeuwse profetieën wijzen uit naar een tijd waarin de christelijke samenleving zal worden verbrijzeld waarbij geestelijke broeders zich in grote getalen tegen elkaar zullen keren om hen te laten doden. In het zevende hoofdstuk van Micha bijvoorbeeld heeft het hele hoofdstuk te maken met de val en het daaropvolgende herstel van Jehovah’s volk gedurende het besluit. In het bijzonder staat er in Micha 7:2: ‘De loyale is van de aarde vergaan, en onder de mensen is er geen oprechte. Zij allen, op bloedvergieten loeren zij. Zij jagen, een ieder op zijn eigen broeder, met een sleepnet.’ Micha sprak verder: ‘Stelt UW geloof niet in een metgezel. Stelt UW vertrouwen niet in een vertrouwd vriend. Bewaak tegenover haar die aan uw boezem ligt, de openingen van uw mond. Want een zoon veracht een vader; een dochter staat op tegen haar moeder, een schoondochter tegen haar schoonmoeder; ’s mensen vijanden zijn zijn huisgenoten.

Het kan voor Jehovah’s Getuigen erg moeilijk zijn om voor zichzelf te visualiseren dat de organisatie ooit zal imploderen, terwijl broeders en zusters zich tegen elkaar zullen keren, gebukt onder vreselijke daden van verraad en misleiding; maar bedenk dat het voor de meeste mensen net zo moeilijk is om zich te kunnen voorstellen dat het huidige systeem op een heftige wijze ineen zal instorten. Maar toch, de profeten verzekeren ons dat Jehovah deze wereld op haar grondvesten zal doen laten schudden.

Voor wat betreft de geestelijke toestand van de organisatie bestaat er al bij een groeiend aantal Jehovah’s Getuigen een waarneembare geest van desillusie en afnemende ijver, die op dit moment tot uiting aan het komen is. Ondertussen beschouwen al veel buitenstaanders en ex-Getuigen het Wachttorengenootschap als een gevaarlijke, hersenspoelende sekte. De vervolging van Jehovah’s Getuigen in het verleden bewijst hoe gemakkelijk de publieke opinie kan worden ontstoken, met name tijdens de hysterische omstandigheden van een oorlog. Terwijl de overgrote meerderheid van de Jehovah’s Getuigen op dit moment tevreden is met het klakkeloos volgen van het Wachttorengenootschap, is het zorgelijk om te denken aan wat er zou gebeuren als de profetische verwachtingen van het Wachttorengenootschap onmiskenbaar in diskrediet worden gebracht door onvoorziene ontwikkelingen. Welke ontwikkelingen dan?

‘DAN ZULLEN OOK VELEN TOT STRUIKELEN WORDEN GEBRACHT’

Het is bijvoorbeeld algemeen bekend dat het Wachttorengenootschap herhaaldelijk heeft verklaard dat de grote verdrukking begint wanneer de Verenigde Naties plotseling Babylon de Grote vernietigen, met inbegrip van het gehele christendom. Echter, de Schrift ondersteunt de speculatieve beweringen van het Wachttorengenootschap simpelweg niet. Nog verontrustender is het feit dat Jehovah’s Getuigen ertoe bewogen zijn om te geloven dat ze min of meer inactieve toeschouwers zullen zijn die louter Gods oordeel zullen aanschouwen. In tegenstelling tot de gangbare zienswijze dat de organisatie het einde zal overleven, voorzegt Hosea: ‘En ik wil uw moeder tot zwijgen brengen. Mijn volk zal stellig tot zwijgen worden gebracht, omdat er geen kennis is.’ We staan hier nu voor de volgende vraag: wat gebeurt er als Bethel het zwijgen zal worden opgelegd op het kritieke moment wanneer Jehovah’s Getuigen opkijken naar hun ‘moeder’ voor leiding?

Tijdens de onvermijdelijke verwarring en razernij van de oorlog, hongersnood, pestilenties, financiële ineenstorting en de uiteindelijke vernedering en verwoesting van het Wachttorengenootschap, zullen de thans smeulende haat en angst voor Jehovah’s Getuigen uitbarsten in een waanzinnige vervolging welke nog nooit eerder is meegemaakt. Jehovah’s Getuigen die het Wachttorengenootschap blindelings volgen zonder echte spirituele verbinding met Jehovah zullen waarschijnlijk volledig verbijsterd en verward raken. Sterker nog: in de context van de profetie van Micha, waarbij broeders verraden zullen worden door andere broeders, zegt de profeet: ‘De dag van uw wachters, [waarop] er aandacht aan u wordt geschonken, moet komen. Nu zal hun ontsteltenis komen.’

Onder de omstandigheden van een politiestaat heeft het niet veel verbeelding nodig om zich voor te kunnen stellen dat de ongelovigen en zij die niet standvastig zijn zullen bezwijken onder de druk, om vervolgens in staat te worden gesteld om hun voormalige broeders en familieleden te verraden met de dood tot gevolg, zoals Christus waarschuwde toen hij zei: ‘Dan zullen ook velen tot struikelen worden gebracht en elkaar verraden en elkaar haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen misleiden…’ Tragisch genoeg heeft het Wachttorengenootschap zelf geen inzicht in deze essentiële zaken. Zij zouden Jehovah’s Getuigen hebben doen geloven dat de ‘velen’ die ‘tot struikelen worden gebracht’ en ‘elkaar zullen verraden’ niet eens christenen zijn. Zo vaak als het Wachttorengenootschap het 24ste hoofdstuk van Mattheüs heeft aangehaald hebben ze zelfs zelden een enkel woord van commentaar gegeven op de hierboven geciteerde verzen. Kennelijk worden deze verzen beschouwd als een insignificant en onbetekenend kenmerk van het teken.

Een ander facet van het teken is een ‘toename van wetteloosheid’. Maar wat voorzegde Jezus nou precies toen hij zei: ‘en wegens het toenemen der wetteloosheid zal de liefde van de meesten verkoelen’? Het Wachttorengenootschap heeft altijd volgehouden dat de ‘toename van wetteloosheid’ te maken heeft met een toename van allerlei soorten criminaliteit. Er bestaat echter een aantal problemen ten aanzien van die interpretatie.

De website voor misdaadstatistieken van het United States Bureau of Justice geeft aan dat in het laatste decennium de ontwikkeling van de criminaliteit gestaag is afgenomen en dus niet toeneemt. Ook staat vast dat gedurende de jaren 1960 tot het begin van 1990 een toename is waargenomen van allerlei soorten criminaliteit, maar deze trend is onmiskenbaar omgekeerd, althans in de Verenigde Staten, die tot de meest gewelddadige en wetteloze naties van de wereld behoren. Echter, het woord ‘wetteloosheid’, zoals het wordt gebruikt in de Schrift, heeft altijd betrekking op religieuze huichelarij en rebellie tegen God. Jezus gebruikte dit woord bij drie andere gelegenheden. Tijdens de Bergrede zei Jezus dat hij de huichelaars zou toespreken die pretenderen hem te dienen: ‘En toch zal ik hun dan openlijk verklaren: Ik heb U nooit gekend! Gaat weg van mij, GIJ werkers der wetteloosheid.’

En in verband met het oordeel over de onkruidachtige christenen zei Jezus: ‘De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen alle dingen die aanleiding tot struikelen geven en degenen die wetteloosheid bedrijven, uit zijn koninkrijk verzamelen.’ Betreffende het oordeel over de huichelachtige Farizeeërs zei Jezus: ‘Zo schijnt ook GIJ, van buiten weliswaar, rechtvaardig voor de mensen, maar van binnen zijt GIJ vol huichelarij en wetteloosheid.

In elk van de aangehaalde teksten waar het begrip ‘wetteloosheid’ werd gebruikt wordt verwezen naar de geestelijke verdorvenheid en huichelarij onder diegenen die beweerden God te dienen. Het is duidelijk dat toen Jezus voorzei dat er een toenemende mate van huichelarij en een regelrechte afval zouden plaatsvinden binnen zijn gemeente, hij dit bedoelde als een onderdeel van het teken, en niet een stijging van criminele activiteiten in de wereld. De toename van wetteloosheid waardoor de liefde van de meesten zal verkoelen kan niet anders dan plaatsvinden onder hen die formeel van God hielden en trouw waren aan Hem.

In het Bijbelboek Markus voorzei Jezus: ‘Ook moet eerst in alle natiën het goede nieuws worden gepredikt.’ In de huidige tijd wordt met het woord ‘eerst’ dat Jezus zei begrepen: vóór het besluit van het samenstel. Dat komt doordat Jezus in het vaak geciteerde 24ste hoofdstuk van Mattheüs zei: ‘En dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen.’ Paradoxaal genoeg zegt Jezus aan de ene kant in het evangelie van Mattheüs dat het goede nieuws gepredikt zal worden vóór het einde, maar in Markus zegt hij dat er eerst gepredikt moet worden – vóór de vervolging en ogenschijnlijk voordat ‘natie zal opstaan tegen natie en koninkrijk tegen koninkrijk’.

Dit wordt nog duidelijker gemaakt in het 21ste hoofdstuk van Lukas, waar Jezus zei: ‘Maar vóór al deze dingen zullen de mensen de hand aan U slaan en U vervolgen, door U over te leveren aan de synagogen en gevangenissen.’ ‘Voor al deze dingen’ betreft een verwijzing naar de oorlogen, voedseltekorten en angstige schouwspelen in de hemel welke Jezus voorspelde in het voorgaande vers. Zou het zo kunnen zijn dat het wereldwijde predikingswerk van het koninkrijk dat reeds door Jehovah’s Getuigen is voltooid en dat al het leed met betrekking tot de vervolgingen tot op dit punt slechts een inleiding waren voor de werkelijke verschijning van het teken van de tegenwoordigheid van Christus? En ook dat er tijdens de tegenwoordigheid van Christus een laatste grote getuigenis zal worden gegeven: en dat dan ‘het einde zal komen’? Er zijn goede redenen om aan te nemen dat dit het geval is.

Beschouw eens het patroon uit de eerste eeuw waarbij, kort nadat Jezus zijn bediening begon, hij 70 discipelen had opgeleid en had uitgezonden om de komst van het Koninkrijk van God aan te kondigen. Het is opmerkelijk dat de apostelen en discipelen in die tijd slechts een rudimentair begrip hadden van wat het Koninkrijk Gods eigenlijk was. De apostelen waren in de veronderstelling dat het koninkrijk onmiddellijk zou beginnen te regeren. Zij geloofden dat, omdat Jezus op dat moment fysiek aanwezig was, het Koninkrijk meteen de wereld zou overnemen. Wij worden geïnformeerd in Lukas 19:11 dat Jezus hun een illustratie gaf, omdat ‘hij dicht bij Jeru̱zalem was en zij meenden dat het koninkrijk Gods zich ogenblikkelijk ging vertonen’. Opmerkelijk is dat Jezus hun nog steeds de opdracht gaf om te prediken, ondanks hun onwetendheid. Echter, na de opstanding van Jezus werd de geest van de apostelen en discipelen volledig geopend, zodat zij de werkelijke waarheid over Gods Koninkrijk begrepen. En nadat de zalvende heilige geest over hen werd uitgestort, werden de vroege christenen een ontembare geestelijke kracht die zich ertoe verbonden om de gehele mediterrane wereld te evangeliseren.

De wijze waarop Jezus met de eerste-eeuwse gemeente omging vormt een consistent patroon. Jehovah’s Getuigen bevinden zich in dezelfde positie ten opzichte van de komst van Christus, evenals de apostelen voor de dood en opstanding van Jezus. Net zoals de 70 discipelen die werden uitgezonden om te verkondigen dat Gods koninkrijk nabij was, hebben Jehovah’s Getuigen een bewustzijn gekweekt ten aanzien van vitale spirituele zaken met betrekking tot het aankomende Koninkrijk. Maar net zoals de 70 die werden uitgezonden, opereren Jehovah’s Getuigen ook onder verschillende onjuiste aannames en voortijdige verwachtingen.

Volgens vrijwel elk profetisch boek in de Bijbel zal de komst van Christus resulteren in een massale zifting en zuivering van alle christenen in een tijd van grote nood. Dat is wanneer het werkelijke teken van de tegenwoordigheid van Christus duidelijk zal worden. Na afloop zal er een uitstorting van heilige geest en waarheid plaatsvinden, die de gekastijde en verootmoedigden zal voortstuwen om te beginnen aan een intense predikingscampagne die erop gericht zal zijn om de gehele wereld aan te kondigen dat het koninkrijk eindelijk gearriveerd is – ‘en dan zal het einde komen.’