“Ziet! Een rampspoed gaat uit van natie tot natie, en een zware storm zelf zal verwekt worden van de meest afgelegen streken der aarde.”

–Jeremia 25:32 –

Zware storm en wervelwinden komen over de aardeToen Charles Taze Russell in 1874 de oorspronkelijke Allegheny Bible Study Group vormde, was het minder dan een decennium geleden sinds de Amerikaanse Burgeroorlog was afgelopen. Om zaken in enig perspectief te plaatsen: op dat moment ploeterden de laatste westwaarts reizende pioniers nog steeds over de open prairie in huifkarren welke door paarden en ossen werden voortgetrokken en tevens werden er nog oorlogen gevoerd met behulp van geweren, bajonetten en ijzeren kanonskogels. Toen het Wachttorengenootschap oorspronkelijk begon met het publiceren van zijn boodschap aan de wereld zou het nog meer dan een decennium duren voordat de eerste eenvoudige ‘gemechaniseerde rijtuigen’ in de straten van de stad en op het platteland zouden verschijnen. Daarnaast waren de gebroeders Wright nog niet eens begonnen aan het tijdperk van de luchtvaart, toen de eerste International Bible Students in Amerika en Europa begonnen te anticiperen op de voorspelling van Jezus met betrekking tot de grote en vreselijke schouwspelen die als teken in de hemelen zouden verschijnen.

Er waren toen nog geen telefoons, geen radio’s en televisies, geen computers, geen iPads of satellieten die rond de aarde zweefden. De door de mens aangedreven drukpers en de telegraaf waren nog steeds een technisch hoogwaardig communicatiemiddel en de fiets was de meest moderne vorm van persoonlijk vervoer. De wereld was een veel grotere en simpelere plaats, of zou daar op z’n minst op geleken moeten hebben.

Dat was echter de stand van zaken omtrent het wereldtoneel toen de voorloper van de moderne organisatie van Jehovah’s Getuigen zich voor het eerst op het toneel begaf en een begin maakte met het aankondigen van de komst van de grote storm van Jehovah. En voor een korte periode, gedurende het verschrikkelijke tumult van de Eerste Wereldoorlog, vooral omdat het gepaard ging met de gruwelijke Spaanse-grieppandemie van 1918, moest het er voor velen zeker op hebben geleken alsof de ruiters van de Apocalyps waren ontketend en de beschaving zelf in een doodsstrijd was verwikkeld.

Maar natuurlijk was dit totaal niet het geval. In plaats van dat vanaf het jaar 1914 deze periode werd gemarkeerd als de start van het rampzalige einde van het samenstel van dingen, heeft de wereld zich op een manier ontwikkeld welke voor die vervlogen generatie onvoorstelbaar was.

Er bestaat geen twijfel over dat de mensheid sterk heeft geprofiteerd van de technologische vooruitgang die is geboekt sinds de industriële revolutie begon. Althans, in de landen die werd toegestaan om zichzelf te ontwikkelen, waardoor zij veel voordeel hebben kunnen putten uit de toepassing van wetenschap en innovatie. De wereld heeft in de praktijk op z’n minst geprofiteerd van een vermindering van de kindersterfte, de uitroeiing van bepaalde ziekten, de beperking van voedseltekorten en hongersnoden, een toename van de levensduur en een verbetering van de algemene levensstandaard.

Echter, tegelijkertijd werden de volkeren in de ontwikkelde landen steeds meer en meer afhankelijk van een steeds ingewikkelder en complexer systeem van de dingen. En het meest verontrustende feit is dat alle natiën steeds kwetsbaarder zijn geworden voor de dreiging die uitgaat van een verscheidenheid aan duivelse massavernietigingswapens en de verschrikkingen rondom een nucleaire holocaust en ecologische ineenstorting.

Om echter de ingrijpende sociaal-maatschappelijke veranderingen te illustreren die hebben plaatsgevonden als gevolg van de industrialisatie, moet niet worden vergeten dat rond het begin van de 20ste eeuw de meerderheid van de bevolkingen die nu in de ontwikkelde landen leven, destijds nog steeds werkzaam was in kleine familiebedrijven op het platteland, of zij waren woonachtig in kleine steden en dorpen. Hoewel de meeste mensen destijds misschien armer waren, waren zij in vele opzichten wel veel meer zelfvoorzienend. Dat is tevens een reden waarom de Grote Depressie van de jaren 1930 in bijvoorbeeld Amerika niet heeft geleid tot een massale sterfte vanwege honger. Behalve de vangnetten die gedurende die sombere tijd door de overheid werden verstrekt, zoals gaarkeukens, de Civilian Conservation Corp. en het sociale-zekerheidsstelsel, met uitzondering van de gebieden van de Dust Bowl, migreerden veel werkloze stedelingen gewoon weer terug naar de familieboerderijen op het platteland, waar ze in staat waren om te kunnen overleven, totdat de periode van de Depressie eindigde.

Echter, in deze tijd leeft de meerderheid van de wereldbevolking, welke 6,7 miljard zielen telt, in grote steden, en honderden miljoenen mensen over de hele wereld leven zelfs in enorme uitgestrekte megasteden en zijn afhankelijk van de continue werking van een steeds complexer wordend, kwetsbaar labyrintisch systeem, zoals een ingewikkeld elektriciteitsnet, transportinfrastructuur, just-in-time leveringsschema’s, transport- en opslagsystemen voor brandstof, waterzuiveringsinstallaties en rioleringen, en een doolhof van met elkaar verbonden communicatienetwerken. Levensmiddelen zoals voedsel, brandstof, kleding en medicijnen, welke afkomstig kunnen zijn van een groot aantal verschillende leveranciers en tussenpersonen uit de verste uithoeken van de planeet. Een breuk in een enkele schakel van deze wereldwijde keten zou rampzalige gevolgen kunnen hebben.

Waarschijnlijk is een van de meest diepgaande en verstrekkende manieren waarop technologie de wereld in de laatste decennia heeft veranderd de ontwikkeling van het onbegrijpelijk complexe, computergestuurde, wereldwijde financiële systeem. Hoewel wordt aangenomen dat dit systeem voordelen biedt voor de volkeren van deze wereld, kan de gevoeligheid worden onderstreept omtrent de risico’s die inherent zijn aan het gebruik van een dergelijk systeem. De financiële crash die in september 2008 in alle hevigheid begon zond schokgolven uit die weergalmden over de hele wereld, welke onmiddellijke economische malaise veroorzaakten op plaatsen die ver verwijderd waren lagen van het oog van de storm (Wall Street), zoals IJsland, Indonesië en India. Zelfs de industriële grootmachten zoals Duitsland, Zuid-Korea, China en Japan voelden duidelijk de gevolgen van de crash van het Wall Street-systeem.

Hoewel het slechts een paar weken was, voordat de crisis uitbrak en voorpaginanieuws werd in alle kranten, dreven vele politici en zakenmensen nog de spot met de suggestie van een ernstige economische neergang. Echter, een korte tijd voor het uitbreken van de crisis was er ook een aantal van diezelfde ‘experts’ die nog hadden gewaarschuwd voor de zeer reële mogelijkheid van een meltdown van het systeem en de noodzaak van een wereldwijde oplossing voor de onhandelbare problemen die hun zijn overkomen. En inderdaad, sinds de financiële storm uitbrak verkeren de overheden en centrale banken over de hele wereld in een noodsituatie, waarbij zij opereren in een crisismanagement-modus. Zij pompen sindsdien vastberaden miljarden dollars, ponden, euro’s, yens etc. in de banken en markten in een poging om de epische crash van het financiële en monetaire wereldsysteem af te wenden.

Maar zoals het nu lijkt zal de totale ineenstorting onvermijdelijk zijn. Dat komt doordat het fysiek onmogelijk is om de triljoenen en nogmaals triljoenen dollars aan schuld en de fictieve financiële vorderingen genaamd ‘derivaten’ ooit te kunnen aflossen. Het huidige mondiale financiële woekersysteem is niet productief en het ontwerp ervan is puur speculatief en roofzuchtig. De gigantische kredietbubbel die maar één kant op gaat, namelijk: verplichte expansie-of-implosie, zal snel het einde bereiken van haar parasitaire vermogen om meer bloed op te zuigen uit haar bloedarme gastheer. Wat zal daarna dan hoogstwaarschijnlijk gaan gebeuren?

Eenvoudig gezegd is dan het decor opgezet voor een onvoorstelbare ramp, namelijk de ineenstorting van het financiële systeem dat gebaseerd is op de Amerikaanse dollar. En omdat de globalisering zich heeft ontwikkeld in de mate waarin zij zich nu bevindt, met de Amerikaanse dollar die functioneert als ’s werelds reservevaluta, zal geen enkel land zich kunnen isoleren voor de gevolgen van de ramp die het Anglo-Amerikaanse systeem zal overspoelen.

Werkelijk waar, de groeiende financiële onrust welke over de gehele planeet voelbaar zal zijn heeft de potentie om hele natiën, en met name de rijkste natiën, te verwoesten. En terwijl de wereld in een dergelijke staat van crisis verkeert, is er ook nog een toenemende waarschijnlijkheid dat er een nieuwe wereldoorlog zal worden ontketend door bepaalde grootmachten welke vastbesloten zijn om aan de macht te blijven in de wereld van na de crash.

Terwijl aan de ene kant de wetenschappelijke vooruitgang en de computertechnologie vele voordelen hebben gebracht, heeft het de overheden ook vergaande bevoegdheden gegeven met betrekking tot surveillance en controle van het financiële systeem, en tevens zijn hierdoor de mogelijkheden geschapen om op een wereldwijde schaal te kunnen frauderen en te plunderen. Het is tevens mogelijk geworden om met een paar klikken van een muis een verwoestende elektronische run op de banken van de wereld te veroorzaken. En hoewel moderne vervoersmiddelen mensen in staat hebben gesteld om met gemak de wereld over te reizen, is het tegelijkertijd ook makkelijker geworden om sneller besmettelijke ziekten uit geïsoleerde gebieden te verspreiden. Het meest verontrustende is misschien wel dat militaire planners technologie hebben gebruikt om de strategie van Hitlers Blitzkrieg te perfectioneren, in de huidige tijd ook wel bekend onder de term shock and awe.

En hoewel de wetenschap ons ook een ‘groene revolutie’ heeft gebracht in de vorm van grotere oogsten, hebben de complexiteit van het marktsysteem en de samenhangende monopolistische concentratie van de macht van het bedrijfsleven over alle aspecten van de voedselproductie ons ook in de situatie gebracht dat, zelfs in de ontwikkelde landen, een storing ergens in deze keten enorme voedseltekorten en hongersnoden zou kunnen veroorzaken. Jazeker, de wetenschap heeft de mensheid vele levensreddende medicijnen en chirurgische apparatuur opgeleverd, maar heeft daarnaast ook bacteriologische en virale middelen en supertoxines opgeleverd, welke door mensen met slechte intenties gebruikt kunnen worden om het menselijke ras met het gemak van een druk-op-de-rode-knop te vernietigen.

Kortom, de wereld bouwde in al haar onwijsheid het middel van haar eigen vernietiging, en volgens het beginsel van Jehovah’s besluit moeten degenen die de wind hebben gezaaid op het einde ook de storm oogsten. Maar hoe behoort zo’n goddeloos en moreel corrupte beschaving anders te eindigen, behalve in een maalstroom van haar eigen krankzinnigheid?

‘EEN ZWARE STORM ZELF ZAL VERWEKT WORDEN’

Hoewel Jehovah’s Getuigen hier al een lange tijd vol verwachting naar hebben uitgekeken, hebben zij zich al die tijd met volle overgave ingezet onder de illusie dat de grote storm van Jehovah rechtstreeks uit de hemel zal komen en zich zal openbaren als een ontzagwekkende vertoning van goddelijke macht. Hoewel het waar is dat Christus uiteindelijk op een bovennatuurlijke wijze zijn aanwezigheid zal laten blijken tijdens de feitelijke oorlog van Armageddon, is dat echter niet wat de storm van Jehovah betekent, in ieder geval niet de eerste fase ervan.

Volgens het woord van God komt de storm voort vanuit de natiën zelf. Jehovah laat het ontstaan ervan slechts toe om die vervolgens te gebruiken om zijn oordeel te volbrengen. Dat blijkt uit het 25ste hoofdstuk van Jeremia, waarin staat: ‘“Een rumoer zal stellig doordringen zelfs tot de verste streek van de aarde, want een geschil heeft Jehovah met de natiën. Hij moet persoonlijk in het gericht treden met alle vlees. Wat de goddelozen betreft, hij moet hen aan het zwaard overgeven”, is de uitspraak van Jehovah. Dit heeft Jehovah der legerscharen gezegd: “Ziet! Een rampspoed gaat uit van natie tot natie, en een zware storm zelf zal verwekt worden van de meest afgelegen streken der aarde.”’

In de dagen van de profeet Jeremia kwam de ‘zware storm’ die werd ‘verwekt van de meest afgelegen streken der aarde’ in de vorm van de voorwaarts marcherende legioenen van het machtige Babylon. Natie na natie werd verpletterd door de Babylonische moloch. Niemand in de regio ontsnapte aan het onheil, zelfs Juda niet met zijn grote stad boven op de heuvel, Jeruzalem.

Jesaja beschreef in opdracht van God het leger van Babylon als een woeste, niet te stoppen strijdmacht; hij zei hierover: ‘En hij heeft een signaal opgeheven voor een grote natie, ver weg, en hij heeft ernaar gefloten aan het uiteinde der aarde; en zie! in haast zal ze snel aankomen. Er is geen vermoeide en geen die struikelt onder hen. Niemand is doezelig en niemand slaapt. En de gordel om hun lendenen zal stellig niet worden losgemaakt, noch de riem van hun sandalen in tweeën worden gescheurd; want hun pijlen zijn gescherpt en al hun bogen zijn gespannen. Ja, de hoeven van hun paarden zullen als vuursteen moeten worden beschouwd, en hun wielen als een stormwind. Hun gebrul is als dat van een leeuw, en zij brullen als jonge leeuwen met manen’ (Jesaja 5: 26-29).

Hoewel de verovering door Babylon verschrikkelijk en omvangrijk was, kan die op geen enkele manier worden bestempeld als een wereldwijde ramp. Evenmin heeft Jehovah zich destijds ‘persoonlijk in het gericht laten treden met alle vlees’, zoals de profetie van Jeremia het beschrijft. Dit leidt tot de onvermijdelijke conclusie dat de Hebreeuwse profetieën met betrekking tot de ‘wereldverovering’ door het keizerlijke Babylon een veel bredere toepassing omvatten met betrekking tot het laatste koninkrijk van de mensheid, de zogenaamde achtste koning uit Openbaring.

Om hier zeker van te zijn geeft Jeremia 23:19-20 aan dat de wervelende storm van Jehovah een allerlaatste verwezenlijking zal krijgen ‘in het einde der dagen’. In deze verzen lezen we: ‘Ziet! De storm van Jehovah, louter woede, zal stellig losbarsten, ja, een wervelstorm. Op het hoofd van de goddelozen zal hij neerwervelen. De toorn van Jehovah zal zich niet afwenden, totdat hij volvoerd en totdat hij verwezenlijkt zal hebben de denkbeelden van zijn hart. In het laatst der dagen zult GIJ met verstand daarop letten.

Hoewel Jehovah’s Getuigen ervan overtuigd zijn dat het laatste deel der dagen reeds begon in 1914, is het overduidelijk dat ‘de storm van Jehovah’ nog niet is begonnen te razen. Het zal inderdaad ook niet zo zijn dat Jehovah’s Getuigen op dat moment slechts ijdele omstanders of passieve toeschouwers zullen zijn die vanaf de verte de storm zullen aanschouwen, zoals sommigen wellicht veronderstellen. Integendeel, de komende storm van tirannie zal het middel vormen waarmee Jehovah zelf het oordeel zal vellen, beginnende bij Zijn eigen volk. Hij zal de goddeloze en de ontrouwe mannen uit hun schuilplaatsen binnen Zijn organisatie verwijderen.

‘EEN ONWEERSBUI VAN OVERSTROMENDE WATEREN’

In Jesaja 28:2 gaf God een wereldwijde stormwaarschuwing af, in de vorm van een bevelschrift gericht aan zijn volk/gemeente, zeggende: ‘Zie! Jehovah heeft iemand die sterk en krachtig is. Als een onweersbui van hagel, een vernielende storm, als een onweersbui van geweldige, overstromende wateren zal hij stellig met kracht ter aarde werpen.

‘Iemand die sterk en krachtig is’ is een verwijzing naar de aardse vertegenwoordiging die God zal gebruiken om zijn oordeel te brengen. Dat de ‘onweersbui van hagel’ datgene ter aarde zal werpen wat Jehovah toebehoort blijkt uit het feit dat het getrouwe overblijfsel van ‘zijn volk’ niet weg zal worden gevaagd door de overstromende stortregen van Jehovah’s veroordeling. Niet alleen zullen de gelovigen de veroordelende zondvloed overleven, de verzen 5 en 6 voorzeggen dat Jehovah hen tijdens het heetst van de strijd zal onderscheiden. In die hoopvolle verzen lezen we: ‘Op die dag zal Jehovah der legerscharen worden als een sierkroon en als een luisterrijke krans voor degenen die overblijven van zijn volk, en als een geest der gerechtigheid voor degene die ten gericht gezeten is, en als kracht [voor] hen die de strijd afwenden van de poort.’ 

De uitdrukking ‘Degenen die overblijven van zijn volk’ kan ook worden uitgedrukt als ‘het overblijfsel/restant van zijn volk’. ‘Het overblijfsel’ betreft een Bijbelse uitdrukking die vaak wordt gebruikt door Jehovah’s Getuigen in relatie tot de gezalfden; de uitdrukking is een overblijfsel uit de taal die wordt gebruikt in de King James Bijbel. Het meest opvallende is echter de gelijkenis van dit gedeelte van de profetie van Jesaja met het 12de hoofdstuk van Openbaring. Met name de ‘vloed’ van vervolging welke door de symbolische satanische draak wordt uitgebraakt welke gericht is op de vrouw van het verbond betreft precies dezelfde gebeurtenis die wordt uitgebeeld door de onweersbui vergezeld van krachtige overstromende wateren. Hoe kan dat onomstotelijk worden vastgesteld?

Het boek Openbaring onthult dat het de Duivel zal worden toegestaan om ‘wee’ te brengen over de aarde en de zee, wanneer hij schrik en verbijstering zal ontketenen bij het overblijfsel van het zaad van de vrouw, wat een rechtstreeks gevolg zal zijn van het feit dat hij onder dwang uit de hemel wordt geworpen als gevolg van de eerste stap van het naderende koninkrijk van Christus. Jesaja’s profetie ligt in harmonie met deze volgorde van gebeurtenissen.

De profetie geeft aan dat de storm gelijktijdig met de oprichting van het Koninkrijk optreedt. Zinspelend op Jezus Christus als de hoeksteen/funderingssteen van Sion – waarbij Sion de symbolische hoofdstad voorstelt van Gods hemelse koninkrijk.

De profetie zegt verder: ‘Ziet, ik leg als fundament in Si̱on een steen, een beproefde steen, de kostbare hoek van een vast fundament. Niemand die geloof oefent, zal in paniek geraken. En ik wil gerechtigheid tot het meetsnoer maken en rechtvaardigheid tot het waterpasinstrument; en de hagel moet de leugentoevlucht wegvagen, en de wateren, die zullen zelfs de schuilplaats wegspoelen. En UW verbond met de Dood zal stellig ontbonden worden, en dat visioen van U met Sjeo̱o̱l zal geen stand houden. De overstromende stortvloed, wanneer die doortrekt dan moet GIJ er een plaats van vertreding voor worden. Zo dikwijls hij doortrekt, zal hij ulieden wegnemen, want morgen aan morgen zal hij doortrekken, overdag en ’s nachts; en het moet niets dan een reden tot beven worden ten einde [anderen] het gehoorde te verstaan te geven.

De overstromende stortvloed van Jehovah’s veroordeling zal onvermijdelijk de leugen wegvagen dat Christus begon te regeren in 1914. Het zal diegenen overstromen en tevens de verdorvenheid blootleggen van hen die zich op perverse wijze blijven vastklampen aan het ‘listige en bedrieglijke valse verhaal’ van het Genootschap, nadat de feitelijke machtige tegenwoordigheid van Christus is begonnen. Het staat vast dat de hardnekkige overtuiging zal worden opgeheven en weggespoeld, dat redding slechts alleen haalbaar is voor degenen die trouw blijven aan het Wachttorengenootschap, alsof zij een verbond met de dood hebben gesloten. Hun toevluchtsoord binnen de gefabriceerde leugen van zijn vermeende onschendbaarheid van `Jehovah’s aardse organisatie’ zal worden weggevaagd als een zandkasteel van een kind bij hoogtij.

Als een voorbeeld van hoe het Genootschap heeft geprobeerd om zich te verbergen voor Gods aanklacht moet eens worden nagegaan hoe zij het 54ste hoofdstuk van Jesaja verkeerd hebben toegepast. De profetie is gericht op Gods eigen geliefde, ‘in de storm geworpen’ vrouw van het verbond. De verzen 7-8 zeggen: ‘“Voor een klein ogenblik heb ik u geheel verlaten, maar met grote barmhartigheden zal ik u bijeenbrengen. In een vloed van verontwaardiging heb ik mijn aangezicht slechts een ogenblik voor u verborgen, maar met liefderijke goedheid tot onbepaalde tijd wil ik u barmhartig zijn…”’

Het moet hieruit duidelijk zijn dat de ‘vloed van verontwaardiging’ welke Jehovah los zal laten op zijn volk, dezelfde ‘overstromende stortvloed’ betreft die in het 28ste hoofdstuk van Jesaja wordt genoemd. Echter, dit is niet hoe het Genootschap dit interpreteert.

Volgens het commentaar op de profetie van Jesaja werd de vloed van Jehovah’s verontwaardiging tegen de ‘vrouw’ van de gemeente uitgedrukt in 1918 tegen de International Bible Students, aangezien de zondvloed die ‘uw verbond met de dood’ wegwast wordt verklaard als een aanklacht tegen het christendom, welke vervuld moet worden tijdens de verwoesting van de ‘Heilige Plaats’ tijdens de grote verdrukking. In wezen leert het Wachttorengenootschap dat de profetieën van Jesaja betrekking hebben op twee afzonderlijke metaforische overstromingen van aanklachten gericht tegen twee niet-verwante entiteiten, die Jehovah beide claimt als zijn eigen bezit.

Als gevolg van het feit dat Bethel grote moeite heeft gedaan om de profetische visioenen op deze wijze te interpreteren, uiteraard om zo Gods oordeel tegen zichzelf teniet te doen, is het alsof Bethel een ziekelijk visioen heeft aangegrepen tot een overeenkomst met de dood om zichzelf in leven te houden. Echter, Jehovah heeft bepaald dat de naderende storm hun overeenkomst met de dood teniet zal doen. Als gevolg van het feit dat Jehovah hun onwettige verbond met het graf teniet zal doen, is de Wachttoren-organisatie voorbestemd om louter een ‘plaats van vertreding’ te worden, welke binnenkort als het ware de wrakstukken zal illustreren die er verspreid zullen liggen als gevolg van de nasleep van een grote en verschrikkelijke storm.

Zij die hun geloof hebben gevestigd op de Wachttoren-organisatie en haar overeenkomst met de Dood zullen voor een grote teleurstelling komen te staan. Jehovah’s Getuigen die zo ontzettend zelfverzekerd zijn van hun rechtvaardigheid welke te danken is aan hun eigen positie binnen de organisatie zullen worden weggespoeld uit hun ‘schuilplaats’ en zullen worden gedwongen om te verschijnen voor de oordeelstroon van Christus zonder enige bemiddeling of tussenkomst van een aardse organisatie waar zij op kunnen terugvallen. De naderende storm van oorlog, wereldwijde financiële ineenstorting en tirannie zal ervoor zorgen dat louter de mannen van de organisatie zullen beven van angst.

Het 32ste hoofdstuk van Jesaja correleert ook de komst van Christus met een grote storm van tirannie. In de eerste verzen van dit hoofdstuk lezen we: ‘Zie! Een koning zal regeren voor louter rechtvaardigheid; en wat vorsten betreft, zij zullen als vorsten heersen voor louter gerechtigheid. En een ieder moet als een wijkplaats voor de wind blijken te zijn en een schuilplaats voor de slagregen, als waterstromen in een waterloos land, als de schaduw van een zware, steile rots in een uitgeput land.

Het Wachttorengenootschap leert dat de profetie al in de moderne tijd is vervuld binnen de organisatie van Jehovah’s Getuigen. De vorsten die regeren voor rechtvaardigheid en die beschutting bieden tegen de storm vormen vermoedelijk de gemeenteouderlingen. Dit kan echter onmogelijk het geval blijken te zijn, omdat de ‘stortregen’ nog niet is begonnen. Het lijkt redelijker om te concluderen dat de vorsten de heiligen van het Koninkrijk symboliseren, nadat zij over alle bezittingen van hun meester zijn aangesteld. De vorsten, samen met Christus – de Koning der koningen, de Heer der heren, en de Vorst der vorsten –, zullen op die akelige en wanhopige dag een toevluchtsoord bieden voor hen die zijn vrijgekocht voor de periode na de Wachttoren-organisatie.

Het 25ste hoofdstuk van Jesaja stelt onomstotelijk vast dat de storm van Jehovah niet een bovennatuurlijk fenomeen betreft, maar slechts een storm symboliseert van tirannie die binnenkort de natiën zal overspoelen. Dienovereenkomstig zegt Jesaja in hoofdstuk 25:7: ‘En op deze berg zal hij stellig het gelaat verzwelgen van het omwindsel dat alle volken omwindt, en het vlechtwerk dat over alle natiën gevlochten is.’

De berg symboliseert uiteraard de gevestigde regering van Christus over de aarde. Echter, ‘het omwindsel dat alle volken omwindt’ betekent niet slechts de adamitische dood, zoals het Wachttorengenootschap ten onrechte leert. De context heeft te maken met Jehovah’s oordeel over ‘de stad der tirannieke natiën’, wat verwijst naar de symbolische hoofdstad van Satans wereldregering na de ineenstorting van het systeem.

De ‘omwinding’ waarmee ‘de natiën zijn verweven’ moet zorgen voor het uiteindelijke ‘succes’ van de voortdurende samenzwering om de natiën te verstrikken in een genocidaal net. De profetie van Habakuk is hiermee in harmonie, aangezien het een visioen betreft voor de bestemde tijd, waarin wordt afgebeeld dat de Chaldeeën alle natiën verstrikken in hun net alsof het weerloze vissen zijn. Elders in de profetieën wordt de Chaldeeër ‘de despoot of alleenheerser der natiën’ genoemd.

Geen wonder dat Jezus zijn discipelen aanspoorde om niet overmand te raken van angst door de gebeurtenissen die zich zullen ontvouwen tijdens de verwoesting van de heilige plaats gedurende het besluit van het samenstel van dingen. Echter, gelukkig is het zo dat Jehovah, ondanks het feit dat Hij toestaat dat de storm van tirannie over de wereld zal razen, Hij ook beloofd heeft om een toevluchtsoord te bieden aan zijn getrouwe volgelingen.

Jesaja voorzegt verder: ‘Want gij zijt een vesting geworden voor de geringe, een vesting voor de arme in de nood die hij heeft, een toevlucht voor de slagregen, een schaduw tegen de hitte, wanneer het geblaas der tirannieken is als een slagregen tegen een muur. Als de hitte in een waterloos land dempt gij het rumoer van vreemden, de hitte met de schaduw van een wolk. Zelfs de melodie van de tirannieken wordt onderdrukt.

Net zoals de Almachtige tegen Job sprak en de zaken rechtzette te midden van uit een stormachtige wind, evenals toen Mozes een ontmoeting had met Jehovah God boven op de berg Sinaï, terwijl de berg beefde en gehuld was in een opzwellende rook en schudde door de ratelende bliksem, zo zal de aankomende wereldwijde storm het decor vormen waarin Jehovah zijn stilte zal doorbreken en zal spreken tot zijn hedendaagse volk.

De 50ste Psalm verwijst naar de gelegenheid waarbij God vanuit een storm zal ‘spreken’ om zijn volk te oordelen: ‘De Goddelijke, God, Jehovah, heeft zelf gesproken, En hij roept voorts de aarde, Van de opgang der zon tot haar ondergang. Uit Si̱on, volmaakt in schoonheid, is God zelf in lichtglans verschenen. Onze God zal komen en kan onmogelijk het stilzwijgen bewaren. Vóór hem uit verslindt een vuur, En rondom hem is het buitengewoon stormachtig weer geworden. Hij roept tot de hemel daarboven en tot de aarde, Om gericht te houden over zijn volk: “Vergadert mij mijn loyalen, Die mijn verbond sluiten over slachtoffer.”’

Hoewel het Wachttorengenootschap ten onrechte sinds 1878 de tegenwoordigheid van Christus en de dreiging van de dag des HEEREN heeft aangekondigd, met als gevolg dat het ervoor heeft gezorgd dat talloze christenen hierdoor tot struikelen zijn gebracht en waardoor het tevens zijn geloofwaardigheid heeft verloren in de ogen van velen, doet dit op geen enkele manier afbreuk aan het voornemen van God om de wereld te oordelen. Integendeel, de fouten en de huichelarij van het Wachttorengenootschap en van Jehovah’s Getuigen zullen datgene zijn wat de aanzet zal vormen voor de storm van Jehovah. Net zoals in het verleden zal God binnenkort zijn dwalende volk toespreken vanuit de wervelende storm van ’s werelds grootste verdrukking.

Het aanbreken van de storm zal de slaperigen wekken uit hun spirituele sluimering en zal voor de getrouwe gelovigen dienen als het signaal om datgene te verlaten wat tot dan toe heeft gediend als Jehovah’s aardse organisatie. In plaats van dat zij nog langer trouw zullen zweren aan een zichtbare organisatie, zullen ware getuigen van Jehovah dan worden opgeroepen zich te scharen achter de onzichtbare organisatie van God, het dan gevestigde hemelse koninkrijk van Christus.

Afhankelijk van de rijpheid van de gisting van het Genootschap en de vastberadenheid waarmee wordt afgestevend op een wereldoorlog, zal blijken wanneer de voorzegde tijden voor het hoogtepunt van Jehovah’s grote doel eindelijk zullen zijn aangebroken. Het is dan tijd voor Jehovah om zijn stilte te doorbreken en te spreken!

De rest van deze publicatie zal dieper ingaan op de gerechtelijke gevolgen met betrekking tot het komende oordeel over het huis van God, evenals de aard van de politieke stuiptrekkingen welke in Gods profetische woord worden voorspeld, welke het Anglo-Amerikaanse samenstel van dingen zal beëindigen en welke zal leiden tot de oprichting van een aardse vertegenwoordiging die Jehovah’s oordeel zal voltrekken en die uiteindelijk zal worden uitgevoerd door Christus en de 144.000 heiligen.